mengformule

Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van zowel detailhandel als van horeca leiden de laatste tijden tot meer hybride vormen van horeca, in veel gemeenten aangeduid als mengformules. Dergelijke mengformules zijn meestal te duiden als een stukje horeca binnen een winkel, maar de grenzen tussen horeca/winkel zijn niet altijd even duidelijk te onderscheiden.

Voorbeelden van mengformules
Allergenen  vormen van mengformules zijn bijvoorbeeld de mogelijkheid een broodje te eten met een kop koffie bij de bakker maar ook een kruisbestuiving tussen bijvoorbeeld een woonwinkel en een één-pandige koffiesalon. Dergelijke vormen van kruisbestuivingen worden ook aangetroffen bij cd-winkels, warenhuizen en boekwinkels.

Drank- en horecawet vergunning  
Qua regulering roepen dergelijke mengformules vraagtekens op. Zo stelt de drank- en horecawet strikte beperkingen aan het vermengen van detailhandel en alcohol schenkende horecabedrijven. Niet alleen omdat voor het verkrijgen van een drank- en horecavergunning voor het schenken van alcohol tenminste 35 vierkante meter aan verkoopoppervlak beschikbaar dient te zijn, voldaan moet worden aan andere inrichtingseisen aan de aanwezigheid van de sanitaire voorzieningen, maar ook omdat detailhandel (in het jargon van de drank- en horecawet kleinhandel genoemd) niet is toegestaan in een horecabedrijf. Om een alcohol schenkend horecabedrijf in een winkel te kunnen ontplooien dienen dan ook qua inrichting de nodige maatregelen te worden genomen.

Onlangs is er jurisprudentie gevormd met betrekking tot de vraag of gemeenten zelf mogen gedogen dat in detailhandel, in afwijking van de Drank- en Horecawet, alcohol wordt geschonken. De jurisprudentie laat zien dat dit niet of nauwelijks mogelijk is. De Drank- en Horecawet is landelijke regelgeving die door gemeenten in zogenaamd medebewind wordt uitgevoerd en gemeenten kunnen niet zomaar besluiten tot het gedogen van verkoop van alcohol buiten het regime van de Drank- en Horecawet om. 

Exploitatievergunning  
Ook vanuit de exploitatievergunning, in veel gemeenten nog vereist voor het exploiteren van een horecabedrijf, dringen zich vragen op bij de mengformule. Dient deze te beschikken over een aparte exploitatievergunning? Zo ja, dient de toetsing van de ondernemer dan net zo strikt te zijn als bij een regulier horecabedrijf? Mag het horecagedeelte uitgebaat worden door een andere ondernemer dan de winkelier? Moet de oppervlakte van het horeca gedeelte aan banden worden gelegd of dient dit overgelaten te worden aan de betreffende ondernemer?

Oneerlijke concurrentie  
Een volgende vraag die zich vaak voordoet is of het toestaan van dergelijke mengformules oneerlijke concurrentie met zich meebrengt voor reguliere horecabedrijven. Mengformules kunnen immers in de regel gevestigd worden op (planologische) bestemmingen die niet voorzien in een horecabestemming. Deze komen veel meer voor dan panden met een horecabestemming en zijn soms ook aanzienlijk goedkoper om aan te huren.

Verschillen per gemeente 
De diverse gemeenten in Nederland gaan verschillend met deze vragen om. Sommige gemeente n stellen mengformules vrij van de verplichting tot het beschikken over een exploitatievergunning, andere zijn van mening dat ook voor mengformules een exploitatievergunning vereist is. In sommige gemeenten wordt bij voorbaat de mogelijkheid om alcohol te schenken in een mengformule uitgesloten, bij andere gemeenten is dit in beginsel, mits wordt voldaan aan de inrichtingseisen van de drank- en horecawet, mogelijk. Ook in bestemmingsplannen worden mengformules verschillend gereguleerd.  Soms dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd om een mengformule planologisch mogelijk te maken, in andere gevallen is de mogelijkheid van een mengformule geïncorporeerd in het vigerende bestemmingsplan.

Deze verschillende vormen van regulering van mengformules maken het lastig om daar in zijn algemeenheid iets over te zeggen.

Duidelijk is in ieder geval wel dat de vermenging van verschillende functies, zoals detailhandel en horeca, zowel ondernemers als gemeente voor vraagtekens stelt. Deze mengformule zijn naar verwachting ook niet voorbehouden in winkels, ook horeca in consumenten verlenende dienstverlening zoals kappers of massagesalons.

Tips
Hoe dan ook is het voor een ondernemer die van plan is een stukje horeca binnen zijn onderneming op te richten verstandig zich eerst grondig te verdiepen in de geldende regelgeving van zijn gemeente. Het devies ‘bezint eer gij begint’ is hier van toepassing. Ga in ieder geval na:

  • Of een mengformule op grond van het bestemmingsplan zonder meer  is toegestaan of dat daarvoor een separate omgevingsvergunning vereist is;
  • Of op grond van de APV een exploitatievergunning nodig is voor het exploiteren van een mengformule, of dat deze mengformule - binnen bepaalde voorwaarden - vergunningsvrij kan worden geëxploiteerd;
  • Of de mogelijkheid bestaat of door middel van een afgescheiden gedeelte van de winkel te benutten voor de horecavoorziening eventueel ook een drank- en horecawet vergunning te kunnen verkrijgen.

 

Los van deze vergunning technische kwesties spelen nog vragen omtrent de juiste inschrijving bij de Kamer van Koophandel en eventueel bij het bedrijfschap horeca (voor zover nog aan de orde).

Ook de verloning van werknemers conform horecastandaarden kan een vraagstuk met zich meebrengen.

Tenslotte kan gedacht worden aan de huurproblematiek:

  • Staat de civiele bestemming zoals opgenomen in de huurovereenkomst het benutten van een gedeelte van het gehuurde ten behoeve van horeca wel toe?


Advocaat Horeca
Mochten er nadere vragen zijn over de (on)mogelijkheid van een mengformule op een bepaalde locatie, zowel qua planologische als qua civiele bestemming, dan is het raadzaam om hiervoor een horeca advocaat te raadplegen.