N I E U W S B R I E F
nr 10 november 2006

Advocatenkantoor Meester heeft een nieuwe website waarop u ruim 120 pagina's aan juridische en praktische informatie kunt vinden. Kijk op
www.meestermeester.nl

Brandveiligheidsbeleid gemeente Amsterdam onderuit
Amsterdam: toeristenbelasting hotels
Amsterdam: moeilijke keuze hasjcafés
Registratie van voorlopig koopcontract.
Geen vergoeding voor verhuurder!?

Brandveiligheidsbeleid gemeente Amsterdam onderuit


Onlangs heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de hoogste Nederlandse rechter binnen het bestuursrecht) in een concreet geval geoordeeld dat de gemeente Amsterdam géén hogere eisen mag stellen aan de brandveiligheid dan de eisen die gelden op grond van het (landelijke) Bouwbesluit 2003. Het Bouwbesluit geeft bouwtechnische eisen ten behoeve van de brandveiligheid. De Raad van State stelt in haar uitspraak dat het Bouwbesluit is gebaseerd op een opvatting van de wetgever over wat kan worden beschouwd als veilig vluchten. De gemeente heeft met haar beleid ten onrechte de voorschriften van het Bouwbesluit doorkruist.

In dit concrete geval waren volgens de gemeente dus ten onrechte minder bezoekers in het pand toegestaan dan dat op grond van het Bouwbesluit zou mogen. Daarnaast had de gemeente ten onrechte niet onderzocht of het pand aan de nieuwbouweisen van het Bouwbesluit 2003 voldeed. Een (formele) reactie van de gemeente op deze uitspraak is nog niet bekend.

Alhoewel deze uitspraak voor horecabedrijven belangrijke gevolgen zou kunnen hebben, voert het te ver om hier op mogelijke toekomstige gevolgen van de uitspraak nader in te gaan. Naar onze mening valt in ieder geval niet uit te sluiten dat het beleid van de gemeente Amsterdam op bepaalde punten zal worden aangepast (lees: verruimd). Daarnaast kunnen wij ons voorstellen dat in bepaalde gebruiksvergunningen momenteel een te laag aantal toegestaan bezoekers staat vermeld. Het moge echter duidelijk zijn dat daarvoor nader onderzoek noodzakelijk is.

Wij houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen omtrent brandveiligheidsbeleid.

Amsterdam: toeristenbelasting hotels

Veel hoteliers in Amsterdam ergeren zich aan de wijze waarop er momenteel ongenuanceerd door de gemeente Amsterdam wordt omgegaan met de heffing van toeristenbelasting.

Hierbij speelt onder meer een rol dat de gemeente Amsterdam aangeeft een percentage toeristenbelasting (te weten 5%) te heffen over de netto omzet kamerverhuur. Daarbij wordt uitgegaan van een forfaitaire aftrek van bemiddelingskosten van 3% voor drie, vier en vijf-sterren hotels en een aftrek bemiddelingskosten van 2% voor een en twee-sterren hotels.

In de praktijk blijkt echter dat in vele gevallen gemiddeld een aanzienlijk hogere bemiddelingsvergoeding moet worden. De huidige aftrekpercentages zijn volgens veel hoteliers niet in overeenstemming met de werkelijkheid, waardoor de toeristenbelasting feitelijk (veel) hoger uitvalt dan de genoemde 5% over de netto omzet kamerverhuur.

Thans wordt door ons kantoor beoordeeld welke mogelijkheden er bestaan om deze problematiek juridisch aan te vechten.

    Amsterdam: moeilijke keuze hasjcafés

    De bestaande hasjcafés in Amsterdam mogen vanaf 1 april 2007 niet langer gelijktijdig softdrugs en alcohol verkopen. Er dient uiterlijk per die datum een keuze te zijn gemaakt voor ofwel het voortzetten van een café, ofwel het voortzetten van een coffeeshop.

    Splitsing van een hasjcafé in een café- en coffeeshopgedeelte staat de gemeente niet toe. Ook indien twee aparte ingangen en twee aparte ruimtes voor de verschillende activiteiten worden gecreëerd, ziet de gemeente dit niet als een scheiding tussen de twee activiteiten.

    Veel hasjcafés hebben moeite om die keuze te maken. Het ziet ernaar uit dat de meeste zullen kiezen om door te exploiteren als coffeshop.

    Niet alle hasjcafés zullen naar verwachting echter als coffeeshop verder kunnen exploiteren, omdat de inhoud van de huurovereenkomst dit niet toestaat (in sommige gevallen is de huurovereenkomst immers afgesloten met een brouwerij).

    Tip: Indien een hasjcafé wordt geëxploiteerd, geeft de gemeente weliswaar de mogelijkheid per 1 april 2007 een coffeeshop in het pand te exploiteren, maar dit betekent nog niet dat dit door de verhuurder is toegestaan. Verifieer altijd hoe dit is geregeld.

    Registratie van voorlopig koopcontract.

    Het komt regelmatig voor dat (horeca) panden worden verkocht en er vóór de levering van het pand door derden beslag op het pand wordt gelegd. Dit kan voor de koper vervelende consequenties hebben.

    Horeca-ondernemers blijken in de praktijk weinig gebruik te maken van de mogelijkheden die de wet op dit punt biedt. Er bestaat namelijk de mogelijkheid om een voorlopig koopcontract bij het kadaster te laten registreren. Indien na deze registratie (maar voor de levering van het pand) toch beslag op het pand wordt gelegd, heeft dit aanzienlijk minder gevolgen voor de koper.

    Uiteraard speelt deze problematiek met name in situaties waarin de verkoper schulden heeft en/of verwikkeld is in rechtzaken. Het verdient echter aanbeveling om in alle gevallen tot registratie van het voorlopig koopcontract over te gaan. Hierbij dient overigens wel te worden gerealiseerd dat na de registratie mensen op de hoogte kunnen zijn van de verkoop.

    Indien onroerend goed wordt gekocht in combinatie met een (daarin gevestigd) horecabedrijf, dan kunnen er in sommige gevallen redenen zijn om pas tot registratie over te gaan nadat de bedrijfsovername algemeen bekend mag zijn.

    Geen vergoeding voor verhuurder!?

    Regelmatig komen wij in huurovereenkomsten van horecabedrijfruimten een beding tegen waarin is opgenomen dat een horeca-exploitant bij verkoop van zijn bedrijf een deel van de koopsom (vaak een percentage) aan de verhuurder dient te voldoen.

    Vaak wordt ook daadwerkelijk een dergelijke vergoeding betaald. In veel gevallen is het echter mogelijk voor verkopers om zich tegen een dergelijk beding te verweren.

    Als bijvoorbeeld sprake is van een nieuwe pandeigenaar, die aanspraak wil maken op de ontvangst van een dergelijke vergoeding, kan worden gesteld dat de pandeigenaar niet alle rechten en plichten van de vorige pandeigenaar heeft overgenomen. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt namelijk dat niet zomaar alle rechten en plichten van de oude verhuurder per definitie overgaan op de nieuwe verhuurder. De nieuwe verhuurder is slechts gebonden aan bedingen ‘die onmiddellijk verband houden met het doen hebben van het gebruik ban de zaak tegen een door de huurder te betalen tegenprestatie’.

    Een beding dat niet direct te maken heeft met het gebruik van de gehuurde ruimte (bijvoorbeeld tot betaling van een vergoeding bij bedrijfsovername) kan in onze ogen hierdoor niet zomaar door een nieuwe verhuurder worden ingeroepen. Uiteraard zijn daarbij de specifieke omstandigheden van het geval van belang, zoals de duur van de huurovereenkomst, de huurprijs, aanvullende overeenkomsten etc.

    Tip: Betaal bij een bedrijfsovername niet zomaar een vergoeding aan de pandeigenaar, ook niet als dit contractueel in het verleden is overeengekomen. Raadpleeg eerst een deskundige

    advocatenkantoor meester

    Foeliestraat 18
    1011 TM
    Amsterdam
    t: 020-409 55 55
    f: 020-409 54 44

    info@meesteradvocaten.nl