 |
|
N I E U W S B R I E F |
nr 9 september 2006 |
|
Advocatenkantoor Meester
heeft een nieuwe website waarop u ruim 120 pagina's aan juridische en
praktische informatie kunt vinden. Kijk op www.meestermeester.nl
|
|
 |
Bouwvergunning en Wet Bibob
Zoals velen bekend vallen de exploitatievergunning en de Drank- en Horecawetvergunning onder de werking van de Wet Bibob. Vaak is echter niet bekend dat ook de bouwvergunning op grond van de Wet Bibob kan worden geweigerd of ingetrokken.
Hiervan is sprake indien een gemeente op goede gronden heeft vastgesteld dat er ernstig gevaar bestaat dat de bouwvergunning zal worden gebruikt voor het benutten van voordelen uit strafbare feiten (bijv. witwassen), het plegen van strafbare feiten of het vermoeden dat voor het verkrijgen van de bouwvergunning strafbare feiten zijn gepleegd (bijv. omkoping).
De gemeente Amsterdam heeft onlangs concept beleidsregels opgesteld om aan te geven hoe met deze bevoegdheid zal worden omgegaan. Deze vindt u op www.amsterdam.nl.
Als algemeen uitgangspunt wordt daarbij gehanteerd dat bouwactiviteiten met een aanneemsom onder de € 50.000,- in beginsel buiten de beleidsregel vallen, tenzij sprake is van een zgn. risicocategorie die gevoelig wordt geacht voor criminele invloeden. De lijst met risicocategoriën is te lang om hier op te noemen. In elk geval vallen daaronder horecabedrijven, prostitutiebedrijven, speelautomatenhallen, bouwbedrijven, wisselkantoren en ICT bedrijven. Bouwactiviteiten met een aanneemsom boven € 50.000,- worden in principe altijd aan een Bibob-onderzoek onderworpen.
De concept beleidsregel ligt vanaf 7 augustus jl. gedurende zes weken ter inzage voor schriftelijke reacties. Ook wordt op 6 september a.s. een inspraakavond georganiseerd.
Het Bibob-onderzoek met betrekking tot bouwvergunningen zal naar verwachting vergelijkbaar zijn met de wijze waarop tot nu toe onderzoek wordt verricht. Zo dient de aanvrager van een bouwvergunning extra vragen omtrent financiering te beantwoorden en daarvan stukken te overleggen. Bij de specifiek omschreven risicocategoriën richt het onderzoek zich met name ook op de financiële achtergrond van de aanvrager en de wijze van financiering van het bouwproject.
Ons kantoor heeft momenteel reeds de eerste zaak in behandeling waarbij deze kwestie speelt in Amsterdam.
|
|
|
Openings- en sluitingstijden Amsterdam
Wij krijgen nog geregeld vragen over de toegestane openings- en sluitingstijden van de Amsterdamse horeca. Zodoende nog enige uitleg.
In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is o.a. geregeld dat er (alcoholverstrekkende) dag- avond- en nachtzaken zijn. De basis is als volgt:
Dagzaken mogen geopend zijn van 07.00 tot 01.00 uur (weekend tot 03.00 uur).
Avondzaken mogen geopend zijn van 09.00 uur tot 03.00 uur (weekend tot 04.00 uur). Nachtzaken mogen geopend zijn van 09.00 uur tot 04.00 (weekend tot 05.00 uur).
In tegenstelling tot voorheen mogen avond- en nachtzaken tegenwoordig dus overdag geopend zijn, waardoor zij ook in aanmerking kunnen komen voor een terras. Deze regeling geldt voor de gehele stad.
De stadsdelen stellen momenteel zgn. horecabeleidsplannen op, waarin onder meer wordt geregeld waar in het stadsdeel extra avond- en nachtzaken kunnen komen en welke bedrijven in aanmerking kunnen komen voor een terras. Daarnaast wordt gekeken of voor avond- en nachtzaken een (alcoholvrij) 'afkoeluurtje' kan worden toegevoegd aan de sluitingstijd.
Ondanks dat de verruiming van de openingstijden stamt uit maart 2005, hebben de stadsdelen de beleidsplannen overigens nog niet afgerond.
Aanvragen voor nieuwe avond- en nachtzaken (en terrassen) worden in principe aangehouden totdat het nieuwe horecabeleidsplan is vastgesteld en gepubliceerd.
Tip: het is raadzaam om voorafgaand aan de vaststelling van het beleidsplan van uw stadsdeel uw eventuele wensen tijdig, middels een formele aanvraag, toch alvast kenbaar te maken zodat hiermee rekening kan worden gehouden.
|
|
|
Aankoop horecabedrijf; vergeet niet 'nadere eis'!
Gemeenten hebben de bevoegdheid om aan horecabedrijven zogenaamde ‘nadere eisen’ op te leggen om te bereiken dat aan de geldende (milieu)normen wordt voldaan. Nadere eisen kunnen betrekking hebben op het toegestane geluidsniveau in een zaak, maar kunnen ook worden opgelegd in verband met de periode van openingstijden, de situering van het terras of ten aanzien van het in acht nemen van gedragsregels betreffende aan –en afrijdend verkeer en komende en gaande bezoekers.
In onze praktijk blijkt dat veruit de meeste nadere eisen worden opgelegd in het kader van het toegestane geluidsniveau (dat wordt gemeten door een akoestisch adviesbureau). In Amsterdam is dit meer regel dan uitzondering.
Het voorgaande is over het algemeen bekend bij horeca-ondernemers. Het is veelal echter onbekend dat zo'n nadere eis rust op de inrichting zelf en niet op de ondernemer. Dit betekent dat indien (de exploitatie en goodwill van) een horecabedrijf wordt overgedragen, de nadere eis automatisch ook geldt voor de nieuwe eigenaar, zelfs als deze hiermee niet bekend is.
De nadere eis is meestal beperkend voor de exploitatie. De nieuwe eigenaar heeft echter niet de kans meer om hiertegen bij de gemeente (succesvol) in bezwaar te gaan, omdat de bezwaartermijn bijna altijd al verlopen is. Al met al kan gesteld worden dat door onbekendheid met de nadere eis vaak een beperktere exploitatie mogelijk is dan verwacht.
Wij hebben meermalen meegemaakt dat een verkoper of horecamakelaar de kopende partij niet (voldoende) inlicht. Alhoewel in dergelijke gevallen juridische actie richting zo’n partij op zichzelf mogelijk is, heeft het uiteraard de voorkeur tijdig van (de inhoud van) een nadere eis op de hoogte te zijn.
Tip: Het is dus van groot belang om voorafgaand aan de aankoop van een horecabedrijf zelf na te gaan of op de desbetreffende inrichting een nadere eis rust. De gemeente is verplicht om u hierover de nodige informatie te verstrekken.
|
|
 |
Geklungel bij verhuur door clubs
Veel clubs besteden zoals bekend de commerciële avonden uit aan promotors en sluiten hiervoor huurcontracten af. In de praktijk blijkt nagenoeg geen enkele club over een deugdelijk huurcontract te beschikken, hetgeen tot de nodige problemen kan leiden.
Regelmatig wordt ons kantoor geconfronteerd met situaties waarin het huurcontract ofwel geen antwoord biedt, ofwel op meerdere manieren kan worden uitgelegd. Enkele voorbeelden:
- Een goede regeling hoe te handelen als de promotor niet aan de verwachtingen voldoet;
- Vanuit de promotor geredeneerd: een goede regeling tot verlenging van de huurovereenkomst indien de avond een succes is;
- Criteria op grond waarvan de promotor beoordeeld wordt;
- Een juridisch deugdelijke constructie waarin überhaupt kwaliteitseisen aan promotors rechtsgeldig kunnen worden gesteld;
- Een goede splitsing van verantwoordelijkheden rondom veiligheid, drugsgebruik en dergelijke. Clubs staan er vaak niet bij stil dat zij jegens de gemeente als vergunninghoudster verantwoordelijk c.q. aansprakelijk zijn;
- Het al dan niet inzetten van portiers door de club. Een dilemma hierbij: als portiers van de club worden gebruikt, is er eerder een aansprakelijkheid voor de club aanwezig en wellicht niet enkel sprake van een verhuur situatie. Als de club zelf de beveiliging niet verzorgt, dan neemt het onvoldoende maatregelen jegens de gemeente tot behoud van de exploitatievergunning;
- Indien een specifieke clubavond een succes is, wenst de club deze avond uiteraard te behouden. Vaak ontbreekt een regeling hieromtrent;
- Vaak ontbreekt een bepaling waarin concurrerende activiteiten door de promotor (bijvoorbeeld het organiseren van een groot feest op dezelfde avond, elders in het land) is opgenomen;
Het opstellen van een goed huurcontract tussen clubs en promotors is een van de meest complexe contracten uit onze praktijk. Hierbij zijn diverse rechtsgebieden betrokken (raakvlak huurrecht, bestuursrecht, civielrechtelijke aansprakelijkheid, bestuursrechtelijke aansprakelijkheid).
|
|
 |
Geen verlies vergunning door gratie
Zoals bekend kan een Drank- en Horecawetvergunning worden ingetrokken of geweigerd indien sprake is van een onherroepelijke (strafrechtelijke) veroordeling van ééén van de leidinggevenden (en/of eigenaar), waarbij de Drank- en Horecawetgeving een omschrijving geeft van het soort misdrijf of overtreding.
Eén van de meest voorkomende veroordelingen in dergelijke gevallen betreft overtreding van artikel 8 WVW (rijden onder invloed). Indien bijvoorbeeld in de laatste vijf jaar twee maal een veroordeling heeft plaatsgevonden waarbij een geldboete van meer dan € 500,00 is opgelegd (of een transactie van meer van € 375,00), dan komt de bewuste leidinggevende niet in aanmerking voor een Drank- en Horecavergunning. Indien deze persoon in het bezit is van een vergunning dient de gemeente tot intrekking van de vergunning over te gaan.
Toch zijn er in dergelijke situaties nog mogelijkheden om alsnog een Drank- en Horecavergunning te verkrijgen. Indien voor één of meer van de veroordelingen gratie wordt verleend, plegen gemeenten hiermee over het algemeen rekening te houden. Indien bijvoorbeeld een geldboete van € 600,00 is opgelegd, betekent dit dat er ‘slechts’ gratie hoeft te worden verleend ter hoogte van € 100,00. In de praktijk blijkt de koningin regelmatig bereid te zijn om een dergelijk gratieverzoek in te willigen.
Hoewel het verlenen van gratie meerdere maanden in beslag neemt, geeft dit toch in veel gevallen uitkomst voor de ondernemer en kan hij zijn Drank- en Horecavergunning opnieuw verkrijgen.
Voor meer informatie kunt u onze website www.horecavergunningen.nl raadplegen.
|
 |
|
|