Ontwikkelingen rookverbod
De uitspraak van de rechtbank Breda van 3 april jl. waarin een caféhouder is vrijgesproken van de overtreding van het rookverbod heeft in de media tot diverse misverstanden geleid. In deze kwestie werd strafrechtelijk ten laste gelegd dat een café in Breda (zonder personeel) geen rookverbod had ingesteld. De rechter heeft de ondernemer vervolgens vrijgesproken omdat de wet/regelgeving naar het oordeel van de rechter een ongelijke positie voor horeca ondernemers met- en zonder personeel met zich mee zal brengen.
De rechtbank geeft aan dat de wetgeving voor alle werkgevers de plicht oplegt om hinder/overlast door roken te voorkomen. Daarnaast is in de regelgeving een expliciete verplichting tot het instellen van een rookverbod opgelegd voor ondernemers zonder personeel. Uit de letterlijke tekst van de wet volgt dus geen rookverbod voor bedrijven met personeel, maar alleen de verplichting zou gelden om hinder/overlast te voorkomen.
Het is naar onze mening waarschijnlijk nooit de bedoeling van de wetgever om dit onderscheid te maken maar lijkt eerder sprake van overhaaste en onzorgvuldige regelgeving.
In het concrete geval had de Officier van Justitie het überhaupt niet (op een juiste wijze) ten laste gelegd dat er sprake was van hinder/overlast. Daardoor werd de ondernemer geheel vrijgesproken. Er valt echter af te vragen hoe de uitspraak in deze kwestie had geluid indien de tenlastelegging wel op een juiste wijze was opgesteld (en er een juiste constatering van hinder/overlast aan ten grondslag lag). In deze kwestie speelde alleen de vraag een rol of er een rookverbod was opgelegd. Aan verdere beoordeling kwam de rechter niet toe.
Of de bewuste uitspraak, die in de media veel aandacht heeft gekregen, in de praktijk ook veel effect zal hebben dient te worden afgewacht. Wil men tot wijziging van de regelgeving overgaan of niet?
Het Hoger Beroep van het vonnis zal al spoedig worden behandeld. Op korte termijn wordt al een uitspraak verwacht.
Indien de uitspraak van de rechtbank Breda stand zou houden hoeft dit dus nog niet met zich mee te brengen dat er gerookt mag worden in horecabedrijven zonder personeel. Immers geldt er dan ook nog steeds het criterium dat er geen hinder/overlast mag worden veroorzaakt.
Wanneer er sprake is van hinder/overlast lijkt lastig te beantwoorden. In de regelgeving ontbreekt een criterium. Wel heeft de rechtbank Rotterdam (bestuursrechter) in het verleden aangegeven dat niet is vereist dat personen (in dat geval werknemers) zelf aangeven dat er hinder of overlast wordt ondervonden maar dat er relatief snel sprake is van een constatering van overlast/hinder. Of deze lijn in de jurisprudentie zal worden voortgezet valt eveneens af te wachten. Hoe zal de strafrechter omgaan met situaties waarin alle aanwezige bezoekers schriftelijk zouden verklaren geen hinder/overlast te ervaren?
De uitspraak van de rechtbank Breda lijkt overigens geen gevolgen te hebben voor horecaondernemingen met personeel.
Desalniettemin vindt er thans wel weer een verdere discussie over dit onderwerp plaats, waarbij de uitkomst niet te voorspellen valt. Zo heeft de minister recent aangegeven een brief te sturen naar de Kamer waarin hij nader zal ingaan op de vraag in hoeverre rookruimtes zonder deuren, maar met goede ventilatiesystemen zijn toegestaan.
Op grond van de letterlijke regelgeving is het juridisch gezien relatief eenvoudig om toe te staan dat door middel van goede ventilatiesystemen aan de wet wordt voldaan. De discussie lijkt echter meer politiek dan juridisch van aard.
|