N I E U W S B R I E F
december 2009

Meester Advocaten heeft een nieuwe website waarop u ruim 120 pagina's aan juridische en praktische informatie kunt vinden. Kijk op
http://www.meestermeester.nl/

 Strenge aanpak geluidsovertredingen
 De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
 Amsterdam: schadevergoeding rondom Noord-Zuidlijn
 Amsterdam Centrum: gevolgen nieuwe Terrassennota steeds duidelijker
 Amsterdam Centrum: culturele horeca
 Amsterdam Oud-Zuid: verplicht akoestisch onderzoek

Strenge aanpak geluidsovertredingen

In recente strafrechtelijke zaken die door Meester Advocaten zijn bijgestaan tot vervolgen van geluidsovertredingen in de horeca zijn door het Openbaar Ministerie relatief hoge boetes geëist van meer dan € 3.000,- per overtreding.

Eén en ander zou zijn gebaseerd op een interne strafrechtelijke richtlijn uit 2007. Bij het overgrote deel van het Openbaar Ministerie blijkt deze richtlijn echter niet bekend.

Zoals in eerdere nieuwsbrieven aangegeven constateert Meester Advocaten juist dat de eisen (en straffen) in dit soort zaken sterk uiteenlopen.

Samengevat worden in de richtlijn de volgende boetes centraal gesteld:
Overschrijding Boete
0-5 dB(A) € 250,-
5-10dB(A) € 500,-
10-15dB(A) € 1.000,-
15-20dB(A) € 2.000,- of dagvaarden
>20 dB(A) € 3.000,- of dagvaarden

In geval van recidive (binnen de afgelopen vijf jaar) wordt een verhoging toegepast van 50% bij eenmaal recidive, 100% bij tweemaal en 150% bij drie overtredingen of meer in de afgelopen vijf jaar.

Tips
In zeer veel gevallen is sprake van een niet juist meetrapport, bijvoorbeeld doordat:

  • Er onvoldoende rekening wordt gehouden met stoorgeluid/omgevingsgeluid
  • Er een meetpunt wordt gehanteerd in strijd met de wet
  • Er onvoldoende rekening wordt gehouden met door de horecaondernemer getroffen maatregelen
  • Er een foutieve algemene berekeningsmethode wordt gehanteerd om de overlast op de gevel van een nabij gelegen woning te berekenen.
 


De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen

Op 1 oktober 2009 is de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’ in werking getreden. De wet is bedoeld om ervoor te zorgen dat gemeentes, provincies en waterschappen binnen de wettelijk voorgeschreven termijnen beslissen over aanvragen van bijvoorbeeld vergunningen. Een overheid die niet tijdig beslist kan met de inwerkingtreding van deze nieuwe wet een dwangsom verbeuren. Daarmee heeft de burger een pressiemiddel om een besluit van de overheid af te dwingen, zo is de gedachte.
Ingebrekestelling

Wil de overheid een dwangsom verschuldigd zijn wegens te laat beslissen op een aanvraag dan moet eerst de wettelijk voorgeschreven beslistermijn afgelopen zijn. Dit is voor de aanvraag van bijvoorbeeld een exploitatievergunning (meestal) 8 weken. Is de termijn van drie maanden verstreken dan dient de gemeente eerst schriftelijk in gebreke gesteld te worden. Dat wil zeggen dat het bestuursorgaan door de aanvrager er op dient te worden gewezen dat de beslistermijn verstreken is. Reageert de gemeente niet binnen twee weken op deze ingebrekestelling dan is zij voor elke dag na die twee weken automatisch een dwangsom verschuldigd. Voor het ingebreke stellen van de het bestuursorgaan is overigens een formulier ontwikkeld, te vinden op www.minbkz.nl.

Overigens is het niet mogelijk om bij de aanvraag om een vergunning reeds een ingebrekestelling mee te sturen. Een dergelijke ingebrekestelling wordt niet gezien als een ingebrekestelling. Als per ongeluk een dag te vroeg ingebreke is gesteld dan kan de ingebrekestelling wel als zodanig worden beschouwd.

Hoogte van de dwangsom
Voor elke dag dat de gemeente niet beslist na de ingebrekestellingstermijn is zij automatisch een dwangsom verschuldigd. Voor de eerste 14 dagen geldt een bedrag van € 20,-- per dag, voor de daarop volgende 14 dagen € 30,-- per dag en voor het overige € 40,-- per dag. Het maximum bedrag dat de gemeente kan verbeuren is € 1260,--.

Samenloop dwangsomregeling en instellen van beroep
Is de ingebrekestellingstermijn verstreken dan kan men ook beroep bij de rechtbank instellen wegens het niet tijdig beslissen.

Indien het beroep gegrond is en inmiddels nog geen besluit is genomen bepaalt de rechtbank dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit neemt. De rechter verbindt aan haar uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven.

Meer mogelijkheden om de beslistermijn op te schorten
Om bestuursorganen iets meer lucht te geven zijn er bij de invoering van de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’ meer mogelijkheden gecreëerd om de wettelijke beslistermijnen op te schorten. Dit omdat in de praktijk is gebleken dat de wettelijke termijnen niet altijd haalbaar zijn. Het bestuursorgaan kan de beslistermijn onder andere opschorten indien de aanvrager daarmee heeft ingestemd, de vertraging aan de aanvrager kan worden toegerekend en vanwege overmacht.

Tips

  • Informeer bij het bestuursorgaan wat precies de beslistermijn is en noteer dat in uw agenda. Is binnen die termijn geen beslissing genomen dien dan direct het ‘formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen’ in ( www.minbkz.nl)
  • Indien u door het bestuursorgaan gevraagd wordt in te stemmen met opschorting van de beslistermijn bedenk dan goed wat uw belang is. Aan de ene kant wilt u immers snel de beschikking hebben, aan de andere kant wilt u het bestuursorgaan ook niet opjagen en er zo voor zorgen dat er negatief beschikt wordt. Indien u wenst mee te werken met opschorting stel dan een heldere nieuwe termijn vast waarbinnen besloten moet worden.
  • Overweeg na afloop van de ingebrekestellingstermijn ook beroep in te stellen. Op die manier heeft u stevig middel in handen om de beslissing af te dwingen. Informeer alvorens u beroep instelt nog eens bij het bestuursorgaan of op (zeer) korte termijn beslist wordt. Dit om onnodig procederen te voorkomen.

Amsterdam: schadevergoeding rondom Noord-Zuidlijn

Zoals bij de meeste mensen bekend zal zijn heeft de aanleg van de nieuwe metrolijn, de Noord-Zuidlijn, in Amsterdam ernstige vertraging opgelopen door tal van oorzaken. Inmiddels is tevens duidelijk geworden dat de gemeente hierin fouten heeft gemaakt.

Als gevolg van het zeer lange uitlopen van de aanleg van de Noord-Zuidlijn kunnen ondernemers gevestigd langs het tracé ernstige schade oplopen. De overheid dient deze schade te vergoeden. Er bestaat een Verordening aangaande het vergoeden van schade van omwonenden en ondernemers gelegen langs het tracé van de Noord-Zuidlijn waarin is opgenomen welke schade voor vergoeding in aanmerking komt. Echter; bij het uitleggen van deze Verordening en het vergoeden van schadeposten gaat de schadecommissie welke verzoeken tot het vergoeden van schade beoordeeld tot nu toe uit van de zogenaamde voorzienbaarheid van de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Dat betekent concreet dat ondernemers die langs het tracé zijn gevestigd na het jaar 1996 dan wel het jaar 2000 respectievelijk 50% van de schade uitgekeerd krijgen of helemaal niet meer voor schadevergoeding in aanmerking komen. Zij hadden immers, zo redeneert de schadecommissie, kunnen weten dat de lijn aangelegd zou worden en dat hun schade zou ontstaan.

Omdat echter in de genoemde jaren werd uitgegaan van een veel kortere duur van het aanleggen van de Noord-Zuidlijn is het hanteren van dergelijke uitgangspunten niet meer reëel, zo vinden onder andere de Kamer van Koophandel en de vereniging Amsterdamcity. Zij hebben dan ook een verzoek ingediend om deze data te verleggen en ook ondernemers welke zich na deze jaren zich hebben gevestigd langs het tracé voor vergoeding in aanmerking te doen komen. Op dit moment beraden de schadecommissie en de gemeente Amsterdam zich nog over dit verzoek, maar er zijn positieve signalen dat zij hiermee in zullen stemmen.

Dat zou betekenen dat voor vele ondernemers gevestigd langs het tracé nu toch de mogelijkheid zou ontstaan hun schade vergoed te krijgen.

Tips

  • Wees je bewust van je recht op vergoeding voor schade als gevolg van de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Dit geldt dus waarschijnlijk voor alle ondernemers gelegen langs het tracé en niet meer uitsluitend voor ondernemers die zich hebben gevestigd voor 1996/2000.
  • Ondernemers die zich op een latere datum hebben gevestigd dienen nog wel af te wachten wat de positie van de schadecommissie en de gemeente wordt, maar het kan zeker lonen om deze ontwikkelingen in de gaten te houden.
  • Beperk jezelf niet onnodig in de schadeposten die je opvoert. De commissie hanteert zogenaamd maatwerk en geeft niet op voorhand aan welke posten voor schadevergoeding in aanmerking komen en welke daarvan uitgesloten zijn. Dit kan een ondernemer positief gebruiken door niet op voorhand schadeposten uit te sluiten.
  • Uiteraard dienen opgevoerde schadeposten wel onderbouwd te kunnen worden door middel van documentatie.

 

Amsterdam Centrum: gevolgen nieuwe Terrassennota steeds duidelijker

Momenteel ondervinden horecaondernemers binnen het stadsdeel Centrum bij de verlengen van de exploitatie/terrasvergunning (die in beginsel iedere drie jaar verloopt) steeds meer de gevolgen van de invoering van het nieuwe terrassenbeleid van het stadsdeel. In veel gevallen verstrekt het stadsdeel twee terraskaarten waarop het oude terras staat ingetekend (en nog enige tijd mag worden voortgezet) alsmede een tweede terraskaart waarop staat ingetekend hoe het terras er binnen afzienbare tijd uitziet. In veel gevallen leidt dit tot een verkleining van het terras.

In tegenstelling tot wat stadsdeelvoorzitter Iping in eerdere instanties heeft betoogd blijken de veel eerdere voorspellingen van horecaondernemers uit te komen in de zin dat het terrassenbeleid grotere gevolgen heeft voor de horeca dan in eerste instantie gesuggereerd. Niet alleen verdwijnen een aantal terrassen, doch worden de afmetingen van de terrassen in veel gevallen beperkt.

Tot op heden blijkt er bij de vergunningverlening echter veel mis te gaan. Verschillende malen lijkt het stadsdeel het nieuwe terrassenbeleid te streng (dus in het nadeel van de horecaondernemer) uit te leggen. Dit vormt meestal reden om bezwaar tegen de nieuwe terrasvergunning aan te tekenen.

Tips

  • Ga bij de wijziging van terrasafmetingen altijd na in hoeverre hiertegen met succes bezwaar kan worden aangetekend.
  • In veel gevallen wordt te streng en te snel door het stadsdeel gesteld dat een terras niet dieper mag zijn dan 3,5 meter.
  • In de Jordaan lijkt onvoldoende rekening te worden gehouden met het feit dat horecaondernemers in veel gevallen rechten kunnen ontlenen aan het ‘oude’ (lees: huidige) Gebiedsgericht Terrassenbeleid Jordaan.
  • Terrassen zijn alleen toegestaan op pleinen die door het stadsdeel zijn aangewezen. Enkele pleinen zijn daarbij vergeten. Naar het oordeel van Meester Advocaten dient zorgvuldig met dergelijke situaties te worden omgegaan.
  • Ten aanzien van enkele gebieden zijn er concrete toezeggingen door stadsdeelvoorzitter Iping gedaan over de gevolgen van het nieuwe terrassenbeleid (o.a. Jordaan, gebied Utrechtsestraat). In de besluitvorming lijken dergelijke toezeggingen soms te zijn vergeten.

 

 

Amsterdam Centrum: culturele horeca

Zoals reeds eerder in deze nieuwsbrief is vermeld, is het stadsdeel Centrum druk bezig met het ontwikkelen van een nieuwe categorie horeca te weten culturele horeca.

Het stadsdeel is van mening dat er behoefte bestaat aan het ontwikkelen van een dergelijke nieuwe horecacategorie om bepaalde bestaande situaties te legaliseren. Het gaat daarbij met name om horeca-activiteiten in musea en andere culturele instellingen, zoals Felix Meritus, De Rode Hoed en Paradiso. Hierbij is immers steeds sprake van zowel culturele activiteiten als horeca-activiteiten. Het stadsdeel wil dit nu reguleren en tevens voorkomen dat dergelijke panden gebruikt kunnen worden voor uitsluitend horeca-activiteiten oftewel zelfstandige horeca.

Daartoe zal een nieuwe categorie van culturele horeca in het leven worden geroepen. Het gaat hier om een bestemming die aan de panden wordt toegekend waardoor horeca-activiteiten mogelijk worden. Op dit moment heeft het stadsdeel een lijst van circa 16 panden die in aanmerking komen voor de nieuwe horecabestemming. Het gaat daarbij zoals gezegd met name om musea en andere culturele panden. Er bestaat nog discussie over de vraag in hoeverre deze bestemming ook beschikbaar zou moeten komen voor zogenaamde vernieuwende, creatieve horecaondernemers.

Naar verwachting zal in commissievergadering van de stadsdeelraad van stadsdeel centrum van januari opnieuw aan het onderwerp aandacht worden besteed.

Tips

  • indien een horecaondernemer van mening is dat hij of zij ook voor deze nieuwe bestemming in aanmerking komt, dan loont het de moeite de besluitvorming van de raad en de commissie in de gaten te houden.
  • Ook voor horecaondernemers buiten het Centrum is het verstandig deze ontwikkelingen in de gaten te houden omdat diverse stadsdelen al hebben aangeven deze nieuwe horecacategorie over te willen nemen. In ieder geval is dat het geval bij de stadsdelen Oud-West en Oud-Zuid.


Amsterdam Oud-Zuid: verplicht akoestisch onderzoek

De stadsdeelraad van Stadsdeel Oud-Zuid heeft in één van haar laatste raadsvergaderingen een amendement op het nieuwe Horecabeleidsplan van het stadsdeel aangenomen. Het  amendement handelt over het verplicht stellen van een akoestisch onderzoek bij elke exploitatievergunning voor horecazaken. In het Horecabeleidsplan is naar aanleiding van het amendement opgenomen dat elke horecazaak in de horeca categorieën 2, 3 en  4a de plicht heeft een akoestisch onderzoek te hebben uitgevoerd op basis van artikel 1.11 lid 2 Activiteitenbesluit. Bij aanvraag of verlenging van de exploitatievergunning moet een geldig en actueel akoestisch onderzoeksrapport worden bijgeleverd.

Hiermee wordt de verplichting om over een akoestisch onderzoeksrapport te beschikken verruimt ten opzichte van wat op grond van de wettelijke regelgeving was vereist.

Het betekent dat voor horeca ondernemingen als horeca 2: dancing, zaalverhuur, sociëteit, club Horeca 3: café, bar, cocktailclub, jazzcafé en Horeca 4: restaurant, eetcafé, lunchroom, koffie/theehuis, ijssalon en juicebar de plicht bestaat akoestisch onderzoek te laten verrichten. Uiteraard zullen hier de nodige kosten bij gepaard gaan omdat de meeste van akoestische adviseurs ook niet gratis zijn.

Tips

  • Bedenk dat akoestisch adviseurs ook input nodig hebben. U kunt bij hen aangeven wat de gewenste situatie is, op wat voor soort bedrijfsvoering u mikt en welke aspecten voor uw bedrijfsvoering met name van belang zijn.
  • Investeer in een goed geluidsbureau, die de wet en regelgeving voldoende beheerst. Zo zijn niet alle huizen in de buurt per definitie meetpunten waarbij akoestisch onderzoek rekening gehouden dient te worden het is van belang dat een bureau de juiste meetpunten aan haar rapportages ten grondslag legt.

 

Meester Advocaten

Foeliestraat 18
1011 TM  Amsterdam
t: 020-409 55 55
f: 020-409 54 44

info@meestermeester.nl