N I E U W S B R I E F
nr 2 maart 2010

Meester Advocaten heeft een nieuwe website waarop u ruim 120 pagina's aan juridische en praktische informatie kunt vinden. Kijk op
http://www.meestermeester.nl/

 Rookverbod
 Nieuwe Horeca CAO
 Afschaffen aanwezigheidsvergunning
 Renovatie
 Overuren
 Verzoek planschade
 Vergoeding bij beëindiging bruikleen
 Amsterdam: nieuw terrassenbeleid in de maak

Rookverbod

De Hoge Raad heeft op 23 februari 2010 uitspraak gedaan met betrekking tot het rookverbod in de horeca. Dit naar aanleiding van een uitspraak van het hof Den Bosch waarbij een horecaondernemer zonder personeel was vrijgesproken van de hem ten laste gelegde overtredingen van de Tabakswet. Deze horecaondernemer had geen rookverbod ingesteld.

Het hof Den Bosch was nog van oordeel dat de Tabakswet horecaondernemers met en horecaondernemers zonder personeel ten onrechte ongelijk behandelde, nu horecaondernemers zonder personeel verplicht zijn een rookverbod in te stellen en horecaondernemers zonder personeel – in ieder geval theoretisch – ook op een andere wijze aan de eis van de Tabakswet dat geen hinder en overlast van rook mag worden ondervonden kunnen voldoen.

De Hoge Raad oordeelde echter dat artikel 11a van de Tabakswet wel degelijk een grondslag biedt voor de verplichting tot het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod in horeca-inrichtingen zonder personeel. De Hoge Raad heeft haar oordeel ondermeer gebaseerd op de geschiedenis van de totstandkoming van de Tabakswet. Hierin zou voldoende duidelijk de bedoeling van de Tabakswet naar voren komen.

Het gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad is dat het hof Arnhem de zaak opnieuw zal moeten berechten met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad.

Tevens betekent de uitspraak van de Hoge Raad dat horecaondernemers zonder personeel opnieuw verplicht zijn een rookverbod in te stellen en dat daar ook weer op gecontroleerd zal gaan worden. Minister Klink van Volksgezondheid heeft inmiddels laten weten te streven naar een gepaste naleving van het rookverbod. Hoe zal worden omgegaan met horecaondernemers zonder personeel die voor de opschorting van het rookverbod medio 2009 al overtredingen hadden begaan en in een handhavingsprocedure zaten is nog geen duidelijkheid. Minister Klink overlegt hier nog nader over met, onder andere, de Voedsel en Waren Autoriteit.

De gerechtelijke procedure is met de uitspraak van de Hoge Raad nog niet tot een einde gekomen. Het hof te Arnhem dient immers opnieuw naar de zaak te kijken en uitspraak te doen. Voor dit moment is het echter duidelijk dat het rookverbod voor horecaondernemers zonder personeel wel degelijk een basis kent in de wet en nageleefd dient te worden.

Tips:

  • Nu de Hoge Raad de uitspraken van de hoven heeft vernietigd waarbij horecaondernemers zonder personeel werden uitgesproken van overtreding van het Rookverbod kan het rookverbod ook bij horecazaken zonder personeel worden afgedwongen. Ter voorkoming van boetes en/of andere handhavingmaatregelen zoals een strafrechtelijke procedure wordt u geadviseerd het rookverbod na te leven.
  • Hou de berichtgeving in de gaten ten aanzien van de afwikkeling van handhavingsprocedure opgestart tijdens de tijdelijke opschorting van het rookverbod.
  • Minister Klink laat nog wel onderzoeken in hoeverre het mogelijk is door het aanbrengen van afzuiginstallaties het voorkomen van hinder en overlast door roken te bewerkstelligen, juist om ondernemers met een kleine zaak tegemoet te komen.. Dit kan in de toekomst misschien een oplossing bieden. Ook hierover kan het verstandig zijn nadere berichtgeving in de gaten te houden.


Nieuwe Horeca CAO

In januari 2010 leek het erop dat de werkgevers- en werknemersorganisaties in de horeca overeenstemming hadden bereikt over een nieuwe CAO. De onderhandelingsresultaten moesten nog wel aan de achterban worden voorgelegd. Begin maart 2010 is duidelijk geworden dat de leden van Koninklijke Horeca Nederland niet akkoord gingen, vanwege de loonsverhoging die in de concept-CAO is voorzien. Vanwege de economische crisis en de druk die dat op de omzetten legt, wil de achterban van KHN een nullijn aanhouden. Half maart komt de CAO-commissie van de FNV bijeen om de reactie van KHN te bespreken. Wat daar uit zal komen, is op het tijdstip van het schrijven van dit bericht niet duidelijk. Aangezien de huidige CAO geldig is tot 1 april 2010, zullen partijen voort moeten zetten.

De hoofdpunten van de nu voorliggende CAO zijn overigens de volgende.

In de eerste plaats wordt de huidige CAO, die stamt uit 2008, verlengd tot en met maart 2012.

Verder is voorzien in een loonsverhoging van 0,75% in juli 2010 en nog eens een gelijke verhoging in juli 2011.

De bestaande flexibiliteit bij het aangaan van arbeidsovereenkomsten en het overeenkomen van een proeftijd blijft in stand. Dat betekent, dat in een periode van vijf jaar met een werknemer zes contracten voor bepaalde tijd mogen worden aangegaan. Pas daarna wordt de overeenkomst er automatisch één voor onbepaalde tijd. Ook mag altijd een proeftijd van twee maanden overeengekomen worden, op voorwaarde dat dit schriftelijk gebeurt.

De periode tot aan het einde van de nieuwe CAO willen partijen gebruiken om de verlaging van de vakvolwassen leeftijd uit te werken.

Eerder kwamen de betrokken organisaties als overeen dat horecawerknemers geboren in 1948 onder bepaalde voorwaarden vervroegd mogen uittreden en werden afspraken gemaakt over een verlaging op termijn van de vakvolwassenleeftijd. Ook is overeengekomen dat met ingang van de nieuwe CAO in 2012 het aantal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd wordt teruggebracht naar drie in een periode van drie jaar.

Een duidelijk verhaal, maar of partijen tot elkaar komen zal moeten worden afgewacht.

Afschaffen aanwezigheidsvergunning

Voor het aanwezig hebben van behendigheidsautomaten (flipperkasten) in de horeca is op dit moment nog een zogenaamde aanwezigheidsvergunning vereist.

Op dit moment is er echter, als gevolg van Europese wetgeving, een wetsvoorstel bij de Tweede kamer aanhangig waarin de aanwezigheidsvergunning van de behendigheidsautomaten wordt afgeschaft. Hoewel het wetsvoorstel dat de vergunning voor de behendigheidsautomaten afschaft nog formeel niet is aangenomen lijken er bij de behandeling in de Tweede kamer geen bezwaren te zijn. Het heeft er dan ook alle schijn van dat deze vergunning op zeer korte termijn tot het verleden zou kunnen behoren.

De vereniging voor Nederlandse gemeenten (VNG) adviseert haar leden dan ook om deze vergunning ook nu al te laten vervallen. De gemeente Amsterdam heeft al laten weten aan deze overwegingen geen gevolg te willen geven omdat er formeel wettelijk nog een verplichting bestaat tot het hebben van een vergunning. Zie voor de oproep van de VNG http: //www.vng.nl/smartsite.dws?id=93120.

Voor de goede orde; de aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten (gokkasten) blijft onverminderd overeind bestaan.

Tip:

  • Houdt de berichtgeving van de gemeente goed in de gaten. Wellicht is uw gemeente een van de gemeenten die wel gehoor geeft aan de oproep van de VNG en is een vergunning voor in uw inrichting aanwezige behendigheidsautomaten niet meer vereist.
  • Op het moment dat het weer tijd is voor het aanvragen van (verlenging van) de nu aanwezige aanwezigheidsvergunning, laat u dan informeren of ik dit eigenlijk nog wel nodig is.

Renovatie

Steeds vaker zeggen verhuurders wegens ‘renovatie’ de huurovereenkomsten van horecabedrijven op met een beroep op ‘dringend eigen gebruik’.

Hierbij een aantal tips hoe daar mee om te gaan:

Tip

  • Accepteer niet zomaar dat de verhuurder de werkzaamheden die hij aan het gehuurde wil verrichten ‘renovatie’ noemt. Dat opent voor verhuurder namelijk de deuren naar opzegging. Er is sprake van renovatie als het gehuurde wordt vernieuwd door verandering of toevoeging,  zoals wijziging van het oppervlakte, verbetering of verfraaiing. Ook sloop met vervangende nieuwbouw is renovatie. Als er echter alleen werkzaamheden worden verricht die niet kunnen wachten en slechts dienen ter herstel of ter voorkoming van schade, dan is er géén sprake van renovatie.

Let op: deze alertheid is níet nodig als verhuurder wil dat u het gehuurde na renovatie weer betrekt en de huurovereenkomst dus níet opzegt. Dan heeft u juist belang bij dat er sprake van ‘renovatie’ is, omdat de verhuurder u dan een redelijk voorstel moet doen, dat u meer rechten biedt;

Tip

  • Renovatie kan alleen reden voor opzegging zijn, als die dringend is. Dit is bijvoorbeeld niet het geval als het gehuurde, behalve het dak, in goede staat van onderhoud verkeert. Onderzoek dus of de renovatie echt nodig is.

Tip

  • De huurovereenkomst kan alleen wegens renovatie worden opgezegd, als die zonder beëindiging van de huurovereenkomst niet mogelijk is. Is renovatie dus wel mogelijk met voortzetting huurovereenkomst, dan is er geen reden voor opzegging en is de verhuurder verplicht een redelijk voorstel te doen.

Geef de verhuurder dus schriftelijk te kennen dat u bereid bent het gehuurde na de renovatie te blijven huren en dat u bereid bent daar ook een hogere huurprijs voor te betalen die de BHAC (Bedrijfshuuradviescommissie) na renovatie vaststelt;

Tip

  • Onderzoek, nadat is opgezegd, hoe lang de verhuurder het gehuurde verhuurt. Een verhuurder kan de huurovereenkomst namelijk pas wegens renovatie opzeggen, indien hij drie jaar verhuurder van het pand is. Deze tip is met name van belang als uw vorige verhuurder is opgevolgd door een ander. De termijn van drie jaar start op het moment dat de huurder schriftelijk op de hoogte is gesteld van de opvolging.

Overuren

In de praktijk blijken er vaak misverstanden te bestaan over het vergoeden van overuren aan werknemers. Men vergeet daarbij vaak onderscheid te maken in het toepasselijke juridische regime. Zo kan de CAO van Koninklijk Horeca Nederland (KHN) op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijn, dan wel de CAO van Nederlands Horeca Gilde (NHG) of, wanneer er geen sprake is van een algemeen verbindend verklaarde CAO, hetgeen partijen hebben afgesproken in de arbeidsovereenkomst. Het is erg belangrijk eerst hiernaar te kijken, omdat de uitkomst hiervan niet identiek is.

Op dit moment is de CAO KHN tot en met 31 maart 2010 algemeen verbindend verklaard en derhalve op iedereen in de branche van toepassing, tenzij partijen uitdrukkelijk hebben geopteerd voor NHG. Of de nieuwe CAO KHN direct algemeen verbindend zal worden verklaard is op dit moment nog onduidelijk.

Heeft men geconstateerd welk regime van toepassing is, dan geldt het volgende:

CAO KHN:
Overuren zijn de uren die de werknemer gewerkt heeft boven de 1976 uren per kalenderjaar (uitgaande van een fulltime dienstverband) of boven het overeengekomen aantal uren. Overwerk wordt in beginsel vergoed in de vorm van vrije tijd. Voor ieder uur overwerk ontvangt de werknemer één uur vrije tijd terug. Het aantal overuren wordt berekend aan het einde van een kalenderjaar en dus niet maandelijks. Door de werknemer gemaakte overuren dienen uiterlijk het daarop volgende kalenderjaar voor 1 april te worden gecompenseerd in vrije tijd. Lukt dit niet, dan dienen de resterende overuren aan werknemer te worden betaald. Daarbij geldt dat de eerste 208 overuren tegen 100% van het uurloon dienen te worden vergoed. De uren daarboven dienen te worden vergoed tegen 150% van het uurloon. Een werkgever kan er ook voor kiezen alle overuren uit te betalen in geld, hij is hiertoe niet verplicht.

CAO NHG:
Overuren zijn die uren die gewerkt zijn boven de 988 uren per 26 weken. Voor elk gewerkt uur daarboven geldt een toeslag van 50% in vrije tijd of geld. In totaal krijgt de werknemer dan ook 150% vrije tijd of 150% loon uitgekeerd over ieder overuur. De werkgever bespreekt met de werknemer of het overwerk wordt vergoed in vrije tijd of wordt uitgekeerd. De verrekening van de gewerkte overuren dient plaats te vinden binnen een periode van 26 weken. Zwangere medewerkers en medewerkers van 55 jaar en ouder kunnen niet worden verplicht tot overwerk.

Tips:

  • Stel binnen het bedrijf regels op over de vraag onder welke omstandigheden mag worden overgewerkt. Wie dient daarvoor toestemming te geven en op welke manier?
  • Zorg dat overuren goed worden bijgehouden. Indien er namelijk een deugdelijke administratie bestaat mag van de juistheid daarvan worden uitgegaan, tenzij de werknemer aantoont dat de gegevens onjuist zijn. Houdt een werkgever geen goede registratie bij, dan kan dat tot claims van werknemers leiden en hoge advocatenkosten. Uit gegaan wordt dat dan van de gegevens van de werknemer behoudens tegenbewijs door de werkgever.
  • Zorg ervoor dat begin januari van het daarop volgende kalenderjaar duidelijkheid is over de overuren van het kalenderjaar ervoor, zodat de werknemer deze uren nog voor 1 april 2010 kan opnemen. In het andere geval dient de werkgever deze uren uit te keren.
  • Houdt goed toezicht op uw werknemers. Niet alleen uitdrukkelijk door de werkgever opgedragen overwerk levert voor de werknemer aanspraak op een vergoeding op, ook wanneer een werkgever onvoldoende toezicht heeft gehouden op de werknemer en deze werknemer meer uren heeft gewerkt dan contractueel overeengekomen, kan de werknemer onder omstandigheden deze overuren claimen.

Verzoek planschade

Er bestaat, in het geval schade wordt geleden door planologische maatregelen van de overheid (een bestemmingsplan, een vrijstelling van een bestemmingsplan), de wettelijke vastgelegde mogelijkheid deze schade door de overheid te laten vergoeden.

Bijvoorbeeld; als een ondernemer een horecazaak had die gelegen was naast panden met een bedrijfsbestemming en aan die panden wordt in een nieuw bestemmingsplan een woonbestemming toegekend, waardoor er nieuwe meetpunten in het kader van de maximale geluidsproductie ontstaan, dan kan dat aanleiding zijn voor schadevergoeding op grond van de zogenaamde planschade. Een ander voorbeeld kan gelegen zijn in de meer rigoureuze situatie dat je als horecaondernemer een bedrijf exploiteerde conform de bestemming horeca en in een nieuw bestemmingsplan is opgenomen dat ter plekke geen horeca meer mag worden uitgeoefend. Ook dan is –  vanzelfsprekend -  het recht op schadevergoeding/planschade aanwezig.

Een ander voorbeeld van planschade wat in de gemeente Amsterdam actueel is planschade als gevolg van het besluit de Noord/Zuidlijn mogelijk te maken. Om de Noord/Zuidlijn aan te kunnen leggen is inmiddels een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Ondernemers ondervinden – gedeeltelijk - schade als gevolg van deze planologische nieuwe bestemming. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat een groot deel van de schade die ondernemers gelegen langs het tracé van de Noord/Zuidlijn ondervinden eerder gelegen is in de feitelijke werkzaamheden van de aanleg van de Noord/Zuidlijn en niet zo zeer in het bestemmingsplan dat de Noord/Zuidlijn mogelijk maakt.

Omdat op 1 juli 2008 de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening is gewijzigd in een nieuwe Wet ruimtelijke ordening is er echter ook een verschil ten aanzien van deze planschade mogelijkheden. Voorheen werd op planschade verzoeken geen korting toegepast op basis van een normaal maatschappelijk risico (iedereen heeft wel eens een verslechtering te dulden en dat moet je tot op zekere hoogte accepteren), maar met de nieuwe Wet ruimtelijke ordening wordt ook voor planschade verzoeken een korting van 2% op basis van normaal maatschappelijk risico ingevoerd. Deze wettelijke korting gaat gelden voor planschade verzoeken ingediend na 1 september 2010.

Met andere woorden; denkt u nog om welke reden dan ook aanspraak te kunnen maken op planschadevergoeding op basis van een planologische maatregel van voor 1 september 2005, dan is het verstandig een dergelijk verzoek voor 1 september 2010 bij uw gemeente neer te leggen om te vermijden dat u met deze korting te maken krijgt.

Tips:

  • Ga na of u door planologische maatregelen (niet alleen bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan maar ook het verlenen van vrijstelling van het bestemmingsplan) schade heeft geleden. Let op: het moet wel gaan om een planologische maatregel die onherroepelijk is geworden voor 1 september 2005. Anders is alsnog de nieuwe Wro van toepassing.
  • Indien een dergelijke planologische maatregel bij u tot schade heeft geleid en u heeft daarvoor nog geen planschade verzoek bij de gemeente neergelegd, doe dat dan voor 1 september 2010 om de forfaitaire korting op grond van normaal maatschappelijk risico te vermijden.

Vergoeding bij beëindiging bruikleen

In de horecabranche doet zich regelmatig de situatie voor dat de brouwerij waarvan bier wordt afgenomen, tevens tap- en koelmaterialen om niet aan de horecaondernemer in bruikleen geeft. Vaak neemt de brouwerij in de bruikleenovereenkomst op dat zij bij het einde van de overeenkomst het recht heeft om:

  • dan wel de in bruikleen gegeven goederen terug te vorderen;
  • dan wel betaling te vragen van de nieuwwaarde van de in bruikleen gegeven goederen.

De vraag is of dit laatste recht (betaling van de nieuwwaarde) de toets van de redelijkheid en billijkheid kan doorstaan.

Begin dit jaar heeft de rechter geoordeeld dat dit niet het geval is. Het betrof hier een horecaondernemer die de overeenkomst met de brouwerij had opgezegd en met een nieuwe brouwerij een overeenkomst had gesloten.
Ter onderbouwing van zijn oordeel overweegt de rechter dat het karakter van bruikleen niet toe laat dat de horecaonderneming het risico draagt dat de koelbuffetten tijdens de bruikleenperiode door afschrijving steeds minder waard zijn geworden. Dit risico komt namelijk voor risico van de eigenaar van de goederen, in dit geval de brouwerij.
Een horecaonderneming zal een dergelijk financieel risico wel dragen, indien er bijvoorbeeld sprake is van een koopovereenkomst met uitgestelde levering, omdat de ondernemer dan wel eigenaar is dan wel zal worden.
Tevens heeft de rechter in zijn oordeel meegenomen dat de horecaondernemer nooit tekort is gekomen in de afnameverplichting ten opzichte van de brouwerij.

Tip:

  • Indien u een bruikleenovereenkomst van de brouwerij krijgt voorgeschoteld, let u dan bij het recht dat de brouwerij bij beëindiging van de overeenkomst krijgt. Indien u verplicht wordt de nieuwwaarde te vergoeden, is dit in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Wel is het mogelijk in de overeenkomst op te nemen dat u de waarde van de goederen verminderd met de afschrijving bij het einde van de overeenkomst dient te vergoeden.

Tip:

  • Als u een overeenkomst van de brouwerij ontvangt, kijk dan goed naar het karakter van die overeenkomst. Is het bruikleen of koop? Oftewel onderzoek of de goederen op een zeker moment aan uw overgedragen zullen worden, waardoor u eigenaar wordt.

Amsterdam: nieuw terrassenbeleid in de maak

Reeds enige tijd houdt de discussie rondom de handhaving van terrassen in de gemeente Amsterdam de gemoederen danig bezig.

Met name de strikte handhaving op het verbod op staterrassen, zoals dat thans nog in de Algemene Plaatselijk Verordening is opgenomen, heeft geleid tot veel discussie. Ook de onduidelijkheid rondom het rookverbod, de naleving van de terrasregels en de geluidsproductie van bezoeker op terrassen heeft tot veel verwarring bij zowel bewoners als horecaondernemers geleid.

Naar aanleiding van deze discussies heeft de gemeenteraad in haar vergadering van 17 februari 2010 een startnotitie terrassenbeleid aangenomen, inclusief een motie waarin wordt opgeroepen tot afschaffen van het verbod op staterrassen in de APV onder voorwaarde van het opstellen van flankerend beleid ten aanzien van - onder andere - het staan op terrassen. Dit beleid zal waarschijnlijk voorzien in verschillende regels ten aanzien van woon- en uitgaansbuurten.

Het beleid zal in de komende maanden door de burgemeester worden opgesteld. De bedoeling is dat voor de zomer een conceptvoorstel wordt voorgelegd aan de gemeenteraad, waarna het gewraakte artikel aangaande staterrassen uit de APV zou kunnen verdwijnen.

Het toekomstige beleid zal de komende maanden worden doorgesproken met alle betrokken partijen, waaronder de stadsdelen, diverse bewonersgroepen, Koninklijke Horeca Nederland en de horecaondernemers.

Tips:

  • Zit niet stil en benader de gemeente als horecaondernemer actief, individueel of in groepsverband samen met de bestaande horecaondernemersverenigingen;
  • Denk constructief mee op welke wijze alle betrokken belangen in regelgeving kunnen worden gevat op een zo helder en eenvoudig mogelijke wijze;
  • Biedt een redelijk en gemotiveerd tegenwicht aan goed georganiseerde bewonersgroepen;
  • Overleg met de eigen omwonenden en hou het contact goed, zodat eventuele klachten in een vroeg stadium besproken kunnen worden;
  • Hou in de gaten dat formeel het verbod op staterrassen nog altijd in de APV is opgenomen. Weliswaar is naar aanleiding van een discussie aangaande staterrassen van de afgelopen zomer toegezegd dat handhaving alleen opgenomen zal worden in geval van overlast, maar overlast is vaak een multi-interpretabel begrip;
  • In ieder geval in stadsdeel Centrum zijn zo goed als alle terrassen voorzien van de zogenaamde “pinnen”. Bezoekers, ook staande bezoekers dienen te allen tijde binnen het door de pinnen afgebakende terrasgebied te blijven.

Meester Advocaten

Foeliestraat 18
1011 TM  Amsterdam
t: 020-409 55 55
f: 020-409 54 44

info@meestermeester.nl