N I E U W S B R I E F
nr 6 oktober 2010

Meester Advocaten heeft een nieuwe website waarop u ruim 120 pagina's aan juridische en praktische informatie kunt vinden. Kijk op
http://www.meestermeester.nl/

 Evenement en bestemmingsplan
 Rookverbod kleine horeca wordt opgeheven
 Mag in detailhandelsbestemming geen enkele horeca activiteit plaatsvinden? Recente uitspraak van de rechter
 Nieuwe Wet omgevingsvergunning
 Gevolgen concept regeerakkoord voor horeca
 Amsterdam: problemen samenvoeging stadsdelen

Evenement en bestemmingsplan

Evenementen komen, zeker in de zomermaanden, veel voor en worden vaak georganiseerd op locaties die geen (permanente) horecabestemming hebben, zoals parken, de openbare weg of buitenterreinen.

Steeds vaker ontstaat dan in de praktijk een discussie over de vraag in hoeverre een dergelijk evenement plaatsvindt op gronden, waarbij de bestemming van die gronden een dergelijk evenement niet toestaat.

Deze discussie wordt steeds intensiever gevoerd sinds de jurisprudentie van de Raad van State omtrent de zogenaamde Schuttersfeesten van 2002, waarbij de Afdeling aangaf dat een evenement van een bepaalde duur en omvang (in dit geval een driedaags evenement met een behoorlijk op- en afbouwperiode) in strijd kan komen met de plaatselijke bestemming (bijvoorbeeld agrarische doeleinden).

Op verschillende manieren kan het bestemmingsplan dan ook bij het organiseren van een evenement problemen veroorzaken.

Ten eerste hebben veel gemeenten in de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) opgenomen dat een evenementenvergunning kan worden geweigerd indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan.

Ook indien een dergelijke weigeringgrond niet in de plaatselijke APV is opgenomen kan echter sprake zijn van een “zelfstandig” overtreding van het bestemmingsplan.

Met name doet deze discussie zich voor op evenementen die niet plaatsvinden op een evenemententerrein. Vaak hebben deze gronden een agrarische of recreatieve bestemming.

Één van de vragen die zich hierbij voordoet is in hoeverre het evenement als “langdurig” of juist “kleinschalig” kan worden opgevat. Zo oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bijvoorbeeld dat een het jaarlijks houden van een feest voor de duur van drie dagen, waarop duizenden bezoekers op afkomen als langdurig moest worden opgevat en daarmee in strijd met het bestemmingsplan was. Kleinschalig was echter volgens de rechtbank ‘s-Hertogenbosch het houden van een evenement met relatief beperkte duur en een beperkt aantal bezoekers.

Naast de vraag of het gehele evenement in strijd met het bestemmingsplan is kunnen ook bepaalde aspecten van het evenement worden verboden. Met name het detailhandel aspect speelt daarbij regelmatig een rol. Steeds vaker komen situaties voor waarin de rechter van oordeel is dat het evenement weliswaar doorgang kan vinden maar het detailhandel aspect niet.

Tips:

  • Ga bij het organiseren van een evenement altijd de bestemming van de grond na;
  • Onder de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) wordt, sinds 1 juli 2008, de mogelijkheid geboden om dergelijke problemen te legaliseren middels een speciale ontheffing. In de praktijk hebben de rechtbanken ‘s-Hertogenbosch en Almelo recent aangegeven dat onder dergelijke omstandigheden evenementen toch gewoon doorgang kunnen vinden, mits de gemeente bereid is een dergelijke ontheffing te verlenen. Onder de huidige Wro zijn er dus ruimere mogelijkheden tot legalisatie dan onder de oude wet! Het is verstandig om bij een eventuele discussie (met name met omwonenden) deze mogelijkheid tot legalisatie met de gemeente door te spreken.

Rookverbod kleine horeca wordt opgeheven

Recent zijn enkele van de voorgenomen plannen van het beoogde CDA-VVD kabinet met gedoogsteun van de PVV vrijgekomen.

Het rookverbod voor de horeca, dat op 1 juli 2008 werd ingevoerd zal voor kleine horeca komen te vervallen, zo melden verschillende bronnen.

Het rookverbod voor kleine cafés zonder personeel heeft steeds tot veel discussies geleid. Rechtbanken oordeelden verschillend over het (vermeende) overtreden van het rookverbod in dergelijke cafés. Het Bredase café Victoria en het Groningse café De Kachel werden door in hoger beroep echter vrijgesproken. Begin dit jaar oordeelde de Hoge Raad echter dat het rookverbod wel degelijk goed in de wet was opgenomen en verwees terug naar het gerechtshof in Arnhem, dat vast stelde dat kleine cafés wel degelijk de Tabakswet overtreden en dat de Tabakswet voldoende grondslag biedt voor handhaving. Het nieuwe kabinet, waarvan de totstandkoming nog niet zeker is totdat het CDA-congres a.s. zaterdag zich zal hebben uitgesproken over het ter beoordeling voorliggende regeer – en gedoogakkoord – zou thans voornemens zijn het rookverbod voor “kleine cafés” af te schaffen. Wat onder kleine cafés verstaand dient te worden (in het verleden heeft de discussie zich toegespitst op cafés zonder personeel en niet zozeer op de omvang van deze cafés, hoewel in de regel cafés zonder personeel juist de kleine cafés zijn).

Het is even afwachten hoe de kabinetsplannen met betrekking tot het eventueel opheffen van het rookverbod voor bepaalde categorieën horecazaken er precies uit zal komen te zien.

Mag in detailhandelsbestemming geen enkele horeca activiteit plaatsvinden? Recente uitspraak van de rechter

Steeds vaker worden in panden met een detailhandelsbestemming, oftewel in winkels, ook horecagerelateerde activiteiten ontplooid. Denk bijvoorbeeld aan de bakker waar een paar tafels en stoelen staan om gekochte etenswaren direct te kunnen opeten of een ijswinkel waar ook een ijsje met een kopje koffie genuttigd kan worden.

Het bestemmingsplan dat ter plekke geldt regelt de activiteiten die in een bepaalt pand mogen plaatsvinden. Als een pand alleen een detailhandel/winkelbestemming kent, dan betekent dat in beginsel dat er geen horeca activiteiten mogen plaatsvinden. Het bieden van zitgelegenheid om ter plekke etenswaren en dranken te nuttigen wordt, ook in de rechtspraak, gezien als een onderscheidend element tussen winkelactiviteiten en horeca activiteiten. Dit betekent dat de ondernemer die denkt een faciliteit aan zijn klanten te bieden door tafels en stoelen neer te zetten zodat er ook ter plekke wat gegeten en gedronken kan worden daar mogelijk problemen mee kan ondervinden bij de gemeente.

Onlangs heeft de rechter zich over een dergelijke kwestie gebogen. In dit specifieke geval ging het om een broodjeszaak waarin in hoofdzaak warme broodjes werden verkocht. De gemeente was van mening dat het feit dat het hier ging om warme etenswaren er op duidde dat deze bedoeld waren om ter plekke op te eten en dat daarmee sprake was van horeca.
De rechtbank heeft overwogen dat het feit dat de bedrijfsvoering slechts gericht is op het verkopen van verschillende soorten broodjes, frisdrank en zoetigheden en dat er geen voorzieningen worden aangeboden die uitnodigen tot het nuttigen van de gekochte waren ter plaatsen, zoals het aanbieden van tafels, borden, bestek, servetten of de mogelijkheid van toiletbezoek alsmede het feit dat de verkochte etenswaren zo worden verpakt dat zij geruime tijd nog op temperatuur kunnen blijven met zich mee brengt dat sprake is van een gebruik als winkel en niet van een gebruik als horeca.

Ten onrechte heeft de gemeente dan ook veel aandacht besteedt aan de aard van hetgeen werd verkocht (warme producten) en aan de inrichting van de zaak, waarbij ruwweg de helft van de zaak benut kan worden als wachtruimte voor bezoekers.

De vraag of sprake is van horeca activiteiten dient – zo lijkt ook hier weer bevestigd te worden – beantwoord te worden aan de hand van de vraag of producten die in een winkel worden gekocht (los van de vraag of het dan gaat om warme of koude broodjes, frisdranken of ijs) ter plekke opgegeten kunnen worden en daartoe de benodigde faciliteiten worden aangeboden door de ondernemer.
Overigens zijn er steeds meer gemeenten die beleid opstellen met betrekking tot horeca activiteiten in winkels, waarbij het in sommige gevallen mogelijk wordt gemaakt om een beperkt deel van de ruimte te benutten voor dergelijke zitplaatsen. Afhankelijk van de gemeente dient hiervoor een ontheffing van het bestemmingsplan aangevraagd te worden. In sommige gemeenten kan dit zonder ontheffing en wordt volstaan met beleidsregels.

Tips:

  • Realiseer je als (winkel)ondernemer  dat op het moment dat je de gelegenheid gaat geven tot het ter plekke nuttigen van etenswaren en dranken je mogelijk problemen kan ondervinden met het bestemmingsplan en het ontbreken van een exploitatie/drank- en horecavergunning (het laatste in het geval er ook sprake is van het  verstrekken van alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse).
  • Ga na welke bestemming het pand heeft en of deze bestemming aldanniet horeca activiteiten mogelijk maakt. Bestemmingsplannen zijn op te vragen/ in te zien bij de gemeente.
  • Ga na of de gemeente beleid heeft ten aanzien van dergelijke activiteiten (vaak onder de noemer additionele horeca of mengformule). Dit kan mogelijkheden bieden.
  • Indien een zitgelegenheid direct aan de voorkant van een winkel wordt geplaatst en/ of daar direct reclame voor wordt gemaakt, kan eerder sprake zijn van overtreding van het bestemmingsplan dan als de zitgelegenheid meer in het pand zelf is gesitueerd en daar voor geen zelfstandige reclame wordt gemaakt.

Nieuwe Wet omgevingsvergunning

Per 1 oktober jl. is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (afgekort: Wabo) van kracht geworden. Op grond van deze wetgeving is de omgevingsvergunning geïntroduceerd. De omgevingsvergunning komt in de plaats van zo’n 25 bestaande vergunningen en meldingen en is één algemene vergunning voor activiteiten op het gebied van bouwen, wonen, aanpassingen aan monumenten, ruimte, natuur en milieu.

Ook voor de horeca is deze wetswijziging van belang. Niet alleen komen een aantal oude vergunningen en meldingen te vervallen zoals de bouwvergunning, de milieuvergunning, de gebruiksvergunning, de sloopvergunning en de reclamevergunning, maar ook ontstaat de plicht om, als men een activiteit onderneemt die op grond van het Activiteitenbesluit/de Wet Milieubeheer meldingsplichtig is en een omgevingsvergunning aanvraagt de melding verplicht gelijktijdig met de aanvraag om omgevingsvergunning te doen. Dit betekent dat ondernemers die een zaak openen en daar verbouwingen aan willen verrichten tegelijk met de aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen ook een melding op grond van het Activiteitenbesluit moeten doen.

Met betrekking tot de gebruiksmelding geldt een andere regeling; als gelijktijdig een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor – bijvoorbeeld- bouwen, welk bouwen ook gevolgen heeft voor het gebruik van de zaak, dan mag de melding in het kader van het Gebruiksbesluit op elk gewenst moment worden gedaan.

Belangrijk is dat voor de zogenaamde “eenvoudige vergunningsaanvragen” een nieuwe procedure geldt waarbij de gemeente binnen 8 weken dient te beslissen of de vergunning wordt verleend. Deze termijn kan eenmalig met 6 weken worden verlengd. Als de termijn niet wordt gehaald dan wordt de gevraagde vergunning van rechtswege verleend. Dit geldt in ieder geval voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen en het aanpassen van monumenten.

De uitgebreide voorbereidingsprocedure, bijvoorbeeld voor aanvragen om een omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan, duurt 26 weken en kan met 6 weken worden verlengd.

De omgevingsvergunning kan via een standaard aanvraagformulier worden aangevraagd. Meer informatie kan worden gevonden via www.horecavergunningen.nlen via www.vrom.nl.

Tips

  • Ga na welke activiteiten u allemaal onderneemt bij het aanvragen om een omgevingsvergunning en of u deze ook allemaal op het aanvraagformulier heeft aangekruist.
  • Indien u eerst zekerheid wil verkrijgen of een bepaalde activiteit vergund zal worden voordat u een andere aanvraag dan kan in sommige gevallen een deelvergunning of een gefaseerde vergunning worden aangevraagd. Dit kan niet als het gaat om activiteiten die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn (bijvoorbeeld het verbouwen aan een monument waarvoor voor zowel een omgevingsvergunning voor bouwen als voor aanpassen van een monument noodzakelijk is).
  • Hou de beslistermijn voor uw omgevingsvergunning goed in de gaten. Zeker  omdat bij de reguliere procedure termijnoverschrijding leidt tot het standaard van rechtswege verlenen van de gevraagde vergunning.
  • Denk erom dat persoonsgebonden vergunningen zoals de exploitatievergunning en de drank- en horecavergunningen niet onder de omgevingsvergunning vallen en dus separaat aangevraagd dienen te worden.

Gevolgen concept regeerakkoord voor horeca

In het (concept) regeerakkoord VVD-CDA van 30 september jl. dat de basis zal gaan vormen voor het nieuwe kabinetsbeleid staan een aantal voor de horeca interessante uitlatingen. Het betreft ondermeer de volgende:

  • men heeft de wens om de druk van administratieve lasten en regels voor bedrijven te verlagen. Als te laat op een vergunningsaanvraag wordt beslist, wordt de vergunning zoveel mogelijk automatisch verleend, met uitzondering van het vreemdelingenbeleid.

    Opmerking Meester Advocaten: kans dat dit door het kabinet kan worden gerealiseerd achten wij uiterst klein, omdat de burgemeester altijd grip zal willen blijven houden op vergunningen die gerelateerd zijn aan de openbare orde. Met name exploitatievergunningen en overige overlastvergunningen zoals terrasvergunningen zullen niet eenvoudig in een dergelijk stelsel worden opgenomen.

  • Het huidige rookverbod wordt versoepeld. Het kabinet is voornemens om horeca met minder dan 70m² bedrijfsruimte vrij te stellen van het rookverbod.

    Opmerking Meester Advocaten: deze politieke beslissing betreft een geheel andere onderscheid dan het huidige criterium of sprake is van horecabedrijven met- dan wel zonder personeel. Wij vragen ons af hoe de Raad van State zal reageren op een wetsvoorstel met een dergelijke inhoud. Hoewel het leggen van iedere grens arbitrair is, valt mogelijk moeilijk uit te leggen dat er in een bedrijf met een oppervlakte van bijvoorbeeld 71m² niet gerookt mag worden. Nu de aanleiding van het rookverbod primair lag bij gezondheidsrisico’s en niet gerelateerd is aan oppervlaktematen lijkt het waarschijnlijk dat een eventuele versoepeling van het rookverbod ook gerelateerd zal moeten worden aan het wel of niet aanwezig zijn van personeel. Er lijkt immers geen goede reden personeel in de horeca, gebaseerd op louter een oppervlaktemaat, uit te zonderen van de wettelijke bescherming tegen negatieve effecten van blootstelling aan tabaksrook.

  • Het kabinet komt een voorstel inzake doorberekening van veiligheidskosten voor vergunningplichtige commerciële evenementen van incidentele aard.

    Opmerking Meester Advocaten: hiermee wordt een extra mogelijkheid voor de burgemeester gecreëerd een evenement formeel toe te staan maar feitelijk onmogelijk te maken. Tevens valt af te vragen of door het invoeren van deze maatregel niet langer een evenement door de burgemeester kan worden geweigerd wegens gebrek aan politiecapaciteit

Amsterdam: problemen samenvoeging stadsdelen

Per 1 mei zijn (met uitzondering van de stadsdelen centrum en noord) vele stadsdelen samengevoegd. Het totaal aantal stadsdelen is daarmee in Amsterdam teruggebracht naar zeven.
Ondernemers ondervinden op dit moment de (voorlopige) gevolgen van deze samenvoeging. In de praktijk blijken zich in de samengevoegde stadsdelen de volgende consequenties voor te doen:

  • Op een aantal plekken worden de handhavingkwesties minder voortvarend opgepakt.
  • Binnen geen van de samengevoegde stadsdelen is op dit moment nog nieuw (horeca) beleid en/of handhavingsbeleid opgesteld dat van toepassing is op het nieuw gerealiseerde stadsdeel. Daardoor is binnen deze stadsdelen sprake van rechtsongelijkheid daar meerdere beleidstukken op hetzelfde terrein nog van toepassing lijken te zijn binnen de oude grenzen van de nieuwe stadsdelen.  Meester advocaten meent dat tenminste een deel van deze oude beleidsregels niet onverkort door het stadsdeel kunnen worden toegepast.
  • Enkele voorbeelden van verschillend beleid:
  • het voormalig stadsdeel ZuiderAmstel en de beleidsregels waarin ten behoeve van het gebruik van de openbare ruimte een onderscheid werd gemaakt naar categorie A,B en C; het voormalig stadsdeel Oud-Zuid kende een dergelijk onderscheid niet. Beiden stadsdelen zijn nu samengegaan in een stadsdeel Zuid, met dus verschillend beleid ten aanzien van de openbare ruimte.
  •  Verschillende stadsdelen hanteren verschillende  minimale doorloopruimten voor terrassen.
  • Verschillende criteria voor de vraag omtrent het toestaan c.q. kunnen vergunnen van zogenaamde  “avond/nachtzaken” .
  • Een verschillend beleid ten aanzien van handhaving: weliswaar geldt in theorie hetzelfde Stappenplan handhaving doch er werd in een aantal voormalige stadsdelen feitelijk niet handhavend tot op heden (noch) niet opgetreden tegen bepaalde overtredingen.
  • Ten aanzien van het verlenen van vrijstelling/ontheffing van het bestemmingsplan, zeker ten aanzien van ‘kleinere’ gevallen hanteerden de voormalige stadsdelen verschillend beleid.
  • Ook ten aanzien van onderwerpen als additionele horeca en mengformules bestonden er verschillen tussen de verschillende stadsdelen.
  • In verband hiermee kunnen ondernemers dan ook in bepaalde stadsdelen in de nabije toekomst eerder handhavingacties verwachten waar zij in het verleden nog niet eerder mee werden geconfronteerd.

Tips:

  • Op een aantal punten zal opnieuw binnen het stadsdeel een discussie kunnen ontstaan over de vraag welk (nieuw) beleid er binnen dit hele stadsdeel ten aanzien van (horeca) ondernemers zal gaan gelden. Het is dan ook verstandig om in dat kader  vanuit de horeca al snel hieromtrent een standpunt in te nemen en dit kenbaar te maken aan het nieuwe stadsdeel c.q. plaatselijke politiek.
  • Mocht er een vergunning worden afgewezen en/of handhavend worden opgetreden door het nieuwe stadsdeel op grond van beleidsregels dan is het verstandig om na te gaan of deze beleidsregels mogelijk intern tegenstrijdig zijn c.q. nog wel rechtsgeldig zijn.
  • Houd de ontwikkelingen bij over de nieuwe beleidsregels; wellicht zijn er gunstigere beleidsregels op komst!

Meester Advocaten

Foeliestraat 18
1011 TM  Amsterdam
t: 020-409 55 55
f: 020-409 54 44

info@meestermeester.nl