5 december 2011

Amsterdam: nieuw horecabeleid

Hoort bij: wet — Tags: — meester @ 12:07

Vorige week heeft de gemeenteraad gedebatteerd over het nieuwe horecabeleid dat de burgemeester voorstaat en over nieuw stedelijk beleid voor terrassen, als kaders voor het terrassenbeleid van de stadsdelen.

Dat heeft onder meer geleid tot de volgende uitkomsten.

Uitbreiding “verlaatjes”

De burgemeester zal een proef organiseren waarbij de uitbereiding van de huidige 5 dagen regeling voor uitbereiding van de openingstijden wordt verruimd naar een 12 dagen regeling voor nachtzaken in de uitgaansgebieden in Stadsdeel Centrum, oftewel het Rembrandtplein en het Leidseplein.

Hierbij gelden een aantal aanvullende voorwaarden, te weten:

* per weekend nacht zal er maar gelegenheid zijn voor een beperkt aantal zaken die tegelijkertijd langer open kunnen blijven;
* een verlenging- sluitingstijd kan niet aan de orde zijn indien eerder is gebleken van overlast of een overtreding van de openingstijden;
* begaat de ondernemer met betrekking tot de 12 dagen regeling een overtreding, dan mag de zaak gedurende de proeftijd niet langer aan de 12 dagen regeling deelnemen;
* er zullen beleidsregels worden opgesteld voor het aanvragen en vergunnen van de 12 dagen;
* de ondernemer die hiervan gebruik wil maken zal een aangepast veiligheids- overlastplan dienen te overleggen, waarin is aangegeven welke extra veiligheidsmaatregelen worden getroffen om veiligheid te waarborgen en overlast voor de omgeving te voorkomen dan wel tegen te gaan;
* in eerste instantie gaat de proef voor een jaar alleen gelden op de beide uitgaanspleinen.

Na de proef van een jaar zullen de effecten worden bekeken en gekeken worden of de proef zal worden voortgezet en opgenomen in de APV en of er ook andere nachtzaken zijn die voor een 12 dagen regeling in aanmerking kunnen komen en onder welke voorwaarden.

Mogelijk maken 24-uurs locaties

De burgemeester zal gebruik maken van zijn bevoegdheid om voor een aantal nieuwe tijdelijke locaties voor horeca met een multidisciplinaire programmering ruimere openingstijden te vergunnen. De voorwaarden voor het vergunnen van een 24-uurs locatie zijn:

* het horecaconcept moet op cultureel gebied een duidelijke toevoeging zijn aan het bestaande aanbod in het uitgaansleven;
* de locatie ligt buiten de traditionele uitgaansgebieden;
* geen storende bereikbaarheid voor omwonende in de directe omgeving;
* er is een goede parkeergelegenheid en er zijn duidelijke routes naar de locatie, ook goed bereikbaar voor fietsers;
* de locatie ligt in een gebied waar geluid geen overlast veroorzaakt voor omwonende;
* de vergunning voor dergelijke horeca is tijdelijk. Maximaal vijf jaar;
* het aantal te verlenen vergunningen is beperkt tot circa tien;
* de stadsdelen of het collega, voor wat betreft de groot stedelijke gebieden, staan positief tegenover de komst van dergelijke horeca;
* de verlening van tijdelijke exploitatie en gebruiksvergunningen aan horeca-exploitanten dient tot transparante en eerlijke wijze plaats te vinden.

Naar aanleiding van inspraak vanuit bestaande clubs heeft de burgemeester tevens toegezegd dat er hooguit drie vergunningen gereserveerd zullen worden voor dance activiteiten. De bedoeling is om vóór de zomer van 2012 de eerste vergunning af te kunnen geven. Voor het afgeven van de vergunningen is een plan van aanpak opgesteld door de burgemeester. Voor de geïnteresseerde is dit plan van aanpak bijgevoegd.

Beëindiging proef latere sluitingstijden alcoholvrije zaken op uitgaanspleinen

De burgemeester is vanwege de aanhoudende overlast en onaanvaardbare druk op de beschikbare politiecapaciteit de pilot van de alcoholvrije zaken in stadsdeel centrum voor de alcoholvrije bedrijven waarbij in afwijking van in de APV aangegeven eindtijd van 04:00 uur op 06:00 uur is bepaald te beëindigen voor de gebieden Leidseplein en Rembrandtplein. De burgemeester zal daartoe een besluit publiceren waarbij de openingstijden voor de alcoholvrije zaken in de uitgaansgebieden per 1 maart 2012 in de weekeinde wordt teruggebracht naar de tijden zoals in de APV voor deze zaken is vastgelegd, te weten 04:00 uur. De overige alcoholvrije zaken in stadsdeel Centrum behouden vooralsnog hun huidige openingstijden. Na een jaar wordt bekeken of zich ongewenste neveneffecten hebben voorgedaan.

Langere vergunningstermijn

De burgemeester zal de APV zo wijzigen dat het mogelijk wordt om bij een aanvraag om verlenging van de exploitatievergunning van een ondernemer bij wie de afgelopen vergunningsperiode geen (terechte) meldingen van overlast of ander overtredingen zijn geconstateerd de nieuwe vergunning voor 5 jaar in plaats van 3 afgegeven kan worden.

Onderscheid goede en slechte horeca in handhaving

De bedoeling is om een onderscheid te maken tussen horeca die veilig, eerlijk en transparant is en horeca die structureel overlast veroorzaakt. Horeca die slecht bekend staat zal intensiever worden gehandhaafd.

Nieuwe kaders terrassenbeleid

De aanleiding voor dit beleid is een wijziging van de APV waardoor het verbod op staand drinken op terrassen wordt opgeheven. De burgemeester heeft parallel daaraan beleid opgesteld waarin – kortheidshalve – is vastgelegd dat bestaande gebieden kunnen worden ingedeeld in woongebieden, gemengde gebieden en horecaconcentratiegebieden.

In delen van de stad die als woongebieden getypeerd zullen worden (en als zodanig aangewezen door het stadsdeel), zullen de terrastijden beperkt worden tot 23:00 uur. In gemengde gebieden kan een sluitingstijd van 01:00 doordeweeks en 02:00 in het weekend worden bereikt, maar in het geval van kwetsbare gebieden alleen als er geen overlast dreigt of er afspraken met omwonenden zijn gemaakt. In de APV zal de mogelijkheid worden gecreëerd een zogenaamd terrasexploitatieplan, waarin afspraken met omwonenden over de exploitatie van het terras zijn opgenomen, verplicht te stellen voor vergunnen van een terras.

Tevens wordt het Stappenplan handhaving voor terrasovertredingen aanzienlijk aangescherpt. In de nieuwe strategie is nog slechts sprake van drie stappen:

1. terugbrengen van de sluitingstijd van het terras met een uur gedurende een week,
2. intrekken van de exploitatievergunning terras voor de duur van een week,
3. terras sluiten voor onbepaalde tijd.

De verjaringstermijn voor overtredingen bedraagt 1 jaar.

Andere opvallende punten uit de Stedelijke kaders voor terrassenbeleid zijn:

• Een terrasexploitatieplan naar aanleiding van een geluidsoverlastklacht kan uitsluitend verplicht worden gesteld als de klacht betrekking heeft op geluid na 23:00. Dit is opvallend, omdat wettelijk gezien het stemgeluid van bezoekers op een onoverdekt en omverwarmd terras niet betrokken mag worden bij de geluidproductie van een horeca-inrichting. De vraag is dan ook wat de juridische legitimatie van een dergelijke verplichting is.
• Ondernemers en omwonenden dienen subjectieve overlast (oftewel overlast die niet is terug te voeren op een overschrijding van een objectieve grens zoals uitwaaiering of overtreding van de sluitingstijd van een terras) gezamenlijk te objectiveren in onderlinge maatwerkafspraken. De APV een grondslag zal een grondslag gaan bieden voor handhaving van deze afspraken. Dit betekent dat er dus voor ondernemers onderling verschillende regels en handhaving kunnen gaan gelden, afhankelijk voor de gevoeligheid van de omwonenden voor subjectieve overlast. Dit leidt tot rechtsongelijkheid.
• Er wordt een nieuw systeem van klachtenregistratie opgezet door de stadsdelen, dat begin 2012 in werking zou moeten treden.

25 november 2011

Het vestigen van een coffeeshop: geen sinecure!

Hoort bij: wet — Tags:, , — meester @ 08:39

Het vestigen van een coffeeshop vereist, nog meer dan vroeger, een lange adem, geduld en oog voor het voeren van de juiste procedures.

Om een coffeeshop te mogen vestigen heb je veelal een exploitatievergunning en altijd een gedoogverklaring nodig. De exploitatievergunning (voor zover gemeenten daarmee werken) is nodig op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening en voor de verkoop van softdrugs is een gedoogverklaring nodig gezien het verbod op de verkoop van softdrugs op grond van de Opiumwet.

Daarnaast is, (naast dat voldaan moet worden aan de AHOJG-criteria) voor de vestiging van een coffeeshop in de regel een horecabestemming nodig. Zit deze bestemming niet op een pand dan kan daarvoor ontheffing of wijziging van het bestemmingsplan worden aangevraagd en voor zover vereist bouwvergunning voor worden aangevraagd.
Dat lijkt tegenwoordig ook steeds meer noodzakelijk te worden nu in het regeerakkoord is opgenomen dat de afstand van een coffeeshop tot een school minimaal 350 meter moet zijn. Coffeeshops worden door deze eis naar afgelegen plekken verbannen, bijvoorbeeld naar bedrijventerreinen. Op deze terreinen zijn doorgaans weinig of geen locaties bestemd voor horeca. Ontheffing of wijziging van het bestemmingsplan zal hier dan ook noodzakelijk zijn.

Vervolgens is de vraag hoe een dergelijke ontheffing/wijziging moet worden gemotiveerd. Daarvoor is namelijk een zogenaamde ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ vereist. De Raad van State heeft uitgesproken dat bij de beoordeling van de aanvraag om ontheffing uit dient te worden gegaan van een legale functie met een gelijke ruimtelijke uitstraling van een coffeeshop, zoals de functie van café of snackbar. Rechtstreeks planologisch kan de verkoop van softdrugs immers niet worden gereguleerd gezien het verbod opgenomen in de Opiumwet. De ruimtelijke onderbouwing dient zich dan ook op een dergelijke functie te richten.

Bij toetsing van een bouwplan voor een coffeeshop aan het van toepassing zijnde beleid, dient volgens een recente uitspraak van de rechtbank Haarlem dan ook niet getoetst te worden aan het beleid waarin de vestigingscriteria van coffeeshops zijn opgenomen, maar aan het horecabeleid. Beide voor zover aanwezig. De rechtbank overwoog in dit geval dat het bestuur zonder voorbehoud een horecagelegenheid toestond, terwijl de betreffende locatie niet in het horecaontwikkelgebied als in het horecabeleidsplan omschreven is gelegen. Het besluit om ontheffing voor de coffeeshop te verlenen was om die reden dan ook onvoldoende gemotiveerd. Om die reden werden eveneens de bouwvergunning, de exploitatievergunning en de gedoogverklaring vernietigd, dit vanwege de noodzaak van een nadere motivering. Voorts gaf de rechtbank aan dat de gedoogverklaring alsnog getoetst moet worden aan het beleid waarin de vestigingscriteria zijn opgenomen.

Tips
Voor het aanvragen van een ontheffing voor een coffeeshop geldt over het algemeen het volgende:

- Er moet sprake zijn van de bestemming horeca. Is deze er niet dan dient formeel ontheffing/bouwvergunning te worden aangevraagd voor horeca (bijv. snackbar of café). De bestemming ‘coffeeshop’ kan in een bestemmingsplan nooit worden gerealiseerd vanwege het verbod genoemd in de Opiumwet;
- Vervolgens zal er een toetsing moeten plaatsvinden aan het geldende beleid voor coffeeshops. Wordt daaraan voldaan dan kan de gedoogverklaring worden afgegeven.

17 november 2011

Concept hotelbeleid Stadsdeel Centrum

Hoort bij: wet — Tags: — meester @ 12:37

Enige tijd geleden berichtten wij al op onze weblog over het aanstaande nieuwe hotelbeleid van Stadsdeel Centrum.

Op dit moment is het hotelbeleid vrijgegeven en ligt ter inzage. Tevens is dit het moment dat er zienswijzen kunnen worden ingediend op dit concept hotelbeleid. Het indienen van zienswijzen is nog mogelijk t/m 1 december a.s.

De kern van het concept hotelbeleid is gelegen in het voorgenomen spreidingsbeleid.

Dit spreidingsbeleid komt er op neer dat het Dagelijks Bestuur alleen gebruik zal maken van zijn bevoegdheid om een hotel te realiseren (in afwijking van het bestemmingsplan) als het gaat om een hotelinitiatief in een van de genoemde gebieden te weten:

• Centrum Oost
• Waterlooplein en omgeving
• Valkenburgerstraat
• Rapenburg
• Prins Hendrikkade (vanaf de oude Schans t/m het Kattenburgerplein)
• Haarlemmerplein
• Vijzelstraat (vanaf Herengracht/Vijzelgracht/Nieuwe Vijzelstraat)
• Rozengracht
• Het terrein aan de binnenkant 12a/buiten Bandammerstraat.

In alle overige gebieden zal het Dagelijks Bestuur geen gebruik maken van de bevoegdheid een hotel in afwijking van het bestemmingsplan te realiseren, behoudens de navolgende uitzonderingen.

Rembrandtplein, Thorbeckeplein, Leidseplein en omgeving

Het Rembrandtplein, Thorbeckeplein, Leidseplein en omgeving zijn aangemerkt als uitgaanspleinen. Daarom is in deze gebieden geen sprake van een mening van de functies wonen, werken en recreëren. Het primaat ligt in deze gebieden op recreëren (horeca en cultuur). Vanwege deze grootstedelijke en regionale gebieden als uitgaanscentra wordt het niet als probleem gezien dat het primaat op recreëren ligt, mits het aanbod divers en van goede kwaliteit is, subjectieve en objectieve veiligheid niet in het geding is en er geen monofunctionaliteit door hotelontwikkeling ontstaat. Nieuwe hotelontwikkelingen dienen een bijdrage te leveren aan de diversiteit van het hotelaanbod in deze gebieden.

Daarom mag in deze gebieden, mits wordt voldaan aan de criteria voor hotelontwikkeling, eventueel nog wel een hotel gevestigd worden.

Tophotels

Amsterdam streeft nog steeds naar aan kwalitatief hoog aanbod in alle hotelsegmenten waarbij nog vraag wordt gezien naar hotels in het absolute topsegment. Stadsdeel Centrum biedt graag ruimte aan maximaal drie hotels in dit topsegment met een maximum van ca. 150 kamers per hotel. Het stadsdeel denkt daarbij aan hotels zoals het Four Seasons, Park Hyatt, Ritz, Neward Carlton of het Mandarin Oriental.

Unieke hotelconcepten

Stadsdeel Centrum wil daarnaast nog medewerking verlenen aan uitzonderlijke hotelconcepten die een unieke bijdrage leveren aan het maatschappelijke, culturele of economische klimaat van Amsterdam en die aantoonbaar niet buiten Stadsdeel Centrum gerealiseerd kunnen worden. Dergelijke hotelconcepten dienen aan te tonen dat zij met hun concepten exceptionele bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van Amsterdam als toeristische bestemming. Daarnaast dient te worden aangetoond op welke unieke wijze dit bijzondere initiatief bijdraagt aan de maatschappelijke, culturele of economische ambities van de gemeente Amsterdam.

Postcodegebied 1012

Voor hotelontwikkelingen in het postcodegebied 1012 worden de afspraken uit de Strategienota Coalitieproject 1012, Hart van Amsterdam overgenomen.

1. Verbetering van bestaande, kwalitatief slechte hotels (oververtegenwoordiging van 0,1 en 2 sterrenhotels).
2. Actief beleid om bestaande 4/5sterrenhotels een meer open karakter te laten krijgen door bijvoorbeeld publiekstrekkende functies in de plint of bouwkundige aanpassingen.
3. Naast de verbetering van bestaande hotels worden geen extra hotels toegestaan, tenzij het initiatieven betreft met een uitzonderlijke unieke en/of vernieuwend concept.

Zelfstandige horeca

Daarnaast wordt in de Hotelnota de mogelijkheid geschapen dat er zelfstandige horeca komt in hotels, dus ook bij bestaande hotels.

Het voorstel is hotels met een bruto vloeroppervlak van 1000m² of meer in aanmerking te laten komen voor een zelfstandige horeca III of IV vestiging (een bar of een restaurant ook voor niet-hotelgasten). Een dergelijke zelfstandige horecavestiging is toegestaan op alle bouwlagen met een maximale maat van 150m² of maximaal 10% van het bruto vloeroppervlak van het hotel.

Dit voorstel werd door een aantal omwonenden op de inspraakavond niet goed ontvangen, waarop het dagelijks bestuur heeft aangegeven het onderwerp nog eens goed te willen bekijken en mogelijk met aanvullende (kwalitatieve) eisen te komen voor zelfstandige horeca in hotels.

Algemene criteria voor alle hotelontwikkeling

1. Functiemenging: het hotelinitiatief mag de externe functiemenging in de omgeving niet verslechteren en dient in principe, bij panden groter dan 1000m², de interne functiemenging te bevorderen.
2. Woon- en leefklimaat: het hotelinitiatief mag niet leiden tot aantasting van het woon- en leefklimaat.
3. Kwaliteitsimpuls: het hotelinitiatief dient een aantoonbare kwaliteitsimpuls op te leveren voor de omgeving.
4. Verkeersaantrekkende werking, verkeersveiligheid en gebruik van de openbare ruimte: het hotelinitiatief mag geen overmatig verkeersaantrekkende werking hebben en mag de verkeersveiligheid niet verslechteren.
5. Parcellering en architectonische kwaliteit: het hotelinitiatief mag de parcellering en architectonische kwaliteit van de bebouwing en het perceel niet aantasten.
6.
In het vorige hotelbeleid was nog een beleidsregel opgenomen met betrekking tot woningontrekking. Deze beleidsregel komt te vervallen omdat deze juridisch in strijd komt met de Regionale Huisvestingsverordening.

Tips

Indien u hotelinitiatieven heeft die buiten genoemde voorkeursgebieden vallen en ook naar verwachting niet onder één van de genoemde uitzonderingen geschaard kunnen worden, dan is het verstandig om nu gebruik te maken van de inspraakmogelijkheden die er zijn. U kunt dan het stadsdeel verzoeken, door middel van het indienen van een zienswijze, om uw hotelinitiatief mogelijk te maken dan wel uw gebied alsnog aan te wijzen als mogelijk ontwikkelingsgebied voor hotels.

LET OP: per 1 januari 2012 verandert de vakantiewetgeving!

Hoort bij: wet — meester @ 09:47

Zieke werknemers
Op dit moment bouwt een werknemer bij volledige arbeidsongeschiktheid alleen vakantiedagen op over de laatste zes maanden waarin de arbeid niet werd verricht. Een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer bouwt slechts vakantiedagen over de gewerkte uren.

Vanaf 1 januari 2012 wordt de beperkte opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte/arbeidsongeschiktheid afgeschaft. Zieke/arbeidsongeschikte werknemers bouwen vanaf 1 januari 2012 hetzelfde aantal vakantiedagen op als gezonde werknemers. U dient de zieke werknemer dus net zoveel vakantiedagen toe te kennen als de gezonde werknemer.

Uitzondering: Voor werkgevers bestaat de vanaf januari 2012 de mogelijkheid om ten aanzien van de bovenwettelijke vakantiedagen (vakantiedagen die het wettelijk minimum van viermaal de overeengekomen arbeidsduur overstijgen) afwijkende afspraken te maken.

U zou als horeca-ondernemer kunnen afspreken dat er geen vakantiedagen zullen worden opgebouwd tijdens ziekte welke het wettelijk minimum van viermaal de overeengekomen arbeidsduur overstijgen. U moet dat wel vooraf schriftelijk overeenkomen met uw personeel!

Vervaltermijn
Op dit moment verjaren vakantiedagen na verloop van vijf jaren.

Per 1 januari 2012 dienen de wettelijke vakantiedagen (viermaal de overeengekomen arbeidsduur per week) binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd te worden opgemaakt. De wetgever is van mening dat dit de veiligheid en gezondheid van werknemers ten goede komt.

Uitzondering: Een uitzondering wordt gemaakt voor die werknemers die redelijkerwijs niet in de gelegenheid zijn geweest vakantie op te nemen. Dit geldt bijvoorbeeld voor volledig arbeidsongeschikte werknemers of voor een werknemer die wegens een andere reden niet in staat is geweest (voldoende) vakantie op te nemen. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan de situatie waarin u als werkgever te kennen heeft gegeven dat de dagen niet kunnen worden opgenomen in verband met drukte.

Vakantiedagen van vóór 2012
Voor de vakantiedagen van vóór 1 januari 2012 geldt nog een verjaringstermijn van vijf jaren.

Zorg ervoor dat u een duidelijke vakantiedagenadministratie voert. In de praktijk komt het vaak voor dat werknemers (ten onrechte) vakantiedagen vorderen, er vanuit gaande dat de vakantiedagen toch niet goed worden geadministreerd. Een en ander kan leiden tot een grote geldelijke claim. De werkgever draagt immer de bewijslast.

14 oktober 2011

Flexibeler personeelsbestand

Hoort bij: wet — meester @ 13:23

In de praktijk krijgen wij regelmatig de vraag voorgelegd of het mogelijk is om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ‘om te zetten’ naar een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, door bijvoorbeeld met de werknemer overeen te komen dat de overeenkomst voor onbepaalde tijd zal worden beëindigd.

Zeker in de horecabranche waarin flexibiliteit belangrijk is, is dit vaak gewenst. Op het eerste gezicht lijkt dit voor een horecaondernemer geen problemen op te leveren, omdat de werknemer het er zelf mee eens is. Echter, er kunnen wel problemen ontstaan.

Is de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet geëindigd door rechtsgeldige opzegging (met vergunning van de CWI) of ontbinding door de kantonrechter, maar bijvoorbeeld in overleg met de werknemer zelf, dan eindigt de opvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet automatisch van rechtswege! De werknemer blijft dan ook in dienst als de termijn van bepaalde tijd is afgelopen.

Er zijn situaties denkbaar waarin een dergelijke constructie wel kans van slagen heeft. Er bestaat dan een mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd ook in overleg met de werknemer ‘om te zetten’ in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dit is bijvoorbeeld het geval als:

(1) de te verrichten werkzaamheden gedurende de arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd niet gelijk zijn aan de werkzaamheden die de werknemer verrichtte tijdens de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Kortom er is geen sprake van voortzetting van de werkzaamheden uit hoofde van de arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd. De werkzaamheden zijn wezenlijk anders. Te denken valt bijvoorbeeld aan een functieverandering, waarbij de overeengekomen arbeid of de salaris- en/of overige arbeidsvoorwaarden worden gewijzigd.

(2) er minimaal een periode van drie maanden is gelegen na beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en het sluiten van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De wetgever heeft gemeend dat er dan geen sprake is van ‘voortzetting’ van de arbeidsovereenkomst.

(3) de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is geëindigd door geldige opzegging (met vergunning van de CWI) of door ontbinding door de kantonrechter, dan geldt dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in beginsel van rechtswege afloopt na ommekomst van de overeengekomen duur.

Mocht u voornemens zijn om gebruik te maken van bovenstaande mogelijkheid, dan is het altijd verstandig een advocaat van Meester Advocaten te raadplegen. Uiteraard spreekt het voor zich dat de medewerking van de werknemer nodig is!

13 oktober 2011

Nieuw hotelbeleid Amsterdam Centrum aanstaande

Hoort bij: wet — Tags: — meester @ 14:51

Op 21 oktober a.s. zal stadsdeel Centrum het nieuwe concept hotelbeleid ter inzage leggen.

Deze week werd al bekend dat het nieuwe beleid uit zal gaan van spreiding door hotelinitiatieven alleen in die gebieden toe te staan die een toeristische impuls kunnen gebruiken.

In de visie van het Dagelijks Bestuurs van het stadsdeel Centrum betekent dat:

• Centrum Oost;
• Waterlooplein en omgeving;
• Valkenburgerstraat;
• Rapenburg, oostelijk deel van de Prins Hendrikkade (vanaf Oude Schans tot en met Kattenburgerplein);
• Haarlemmerplein;
• Vijzelstraat (vanaf Herengracht tot en met Nieuwe Vijzelstraat);
• Rozengracht; en
• Het terrein aan de Binnenkant 12A/Buiten Bantammerstraat.

Daarnaast kunnen uitzonderingen worden gemaakt voor initiatieven die een bijzondere bijdrage aan de stad leveren. Er worden in de nieuwe hotelnota, anders dan in het thans geldende hotelbeleid, geen quota voor het aantal hotelkamers meer genoemd.

Het stadsdeel is van mening dat andere gebieden, waaronder de grachtengordel en de oude binnenstad, reeds zover onder druk staan van het toerisme dat een verdere toename van het (faciliteren van toerisme) in deze buurten meer kwaad zal doen dan goed. Daarom is het nieuwe hotelbeleid gericht op het mengen en spreiden van nieuwe hotelinitiatieven.

Wanneer de nieuwe nota ter inzage ligt en meer details duidelijk zullen worden, zullen wij daarover nader berichten.

12 oktober 2011

Payroll: einde in zicht door einde CAO?

Hoort bij: wet — meester @ 11:56

Alle werkende Nederlanders die op basis van een arbeidscontract werken, zijn in verregaande mate beschermd, bijvoorbeeld bij ziekte en ontslag . Van uitzendovereenkomsten is in de wet ook uitgemaakt dat dit onder een arbeidsovereenkomst is te scharen, zij het dat de uitzendkracht iets minder bescherming geniet.
Payrolling is echter een vreemde eend in de bijt. Juridisch is deze overeenkomst nog niet uitgekristalliseerd.

Deze vorm, waarin de werkgever als het ware zijn werkgeverschap uitbesteedt aan een payrollbedrijf, komt echter steeds vaker voor. Sterker nog, vindt in de horeca gretig aftrek! Als een horecaondernemer eenmaal kiest voor payroll, dan is gemiddeld 50,4% van al zijn personeel bij een payrollbedrijf in dienst. Van alle sectoren is dit het hoogste percentage.

De vraag is of het werkgeverschap en alle daarbij behorende verplichtingen werkelijk door een payrollbedrijf wordt overgenomen. In het geval de opdrachtgever (zoals een horecaonderneming) failliet gaat, is er al meerdere malen in de rechtspraak aangenomen, dat het payrollbedrijf wel degelijk als werkgever van de werknemer is aan te merken en aan de daaruit volgende verplichtingen dient te voldoen.
Hoe dit zit bij een tegenovergestelde situatie, is echter nog onduidelijk. In de juridische literatuur wordt wel betoogd, dat in dat geval ook de opdrachtgever (zoals het horecabedrijf) als werkgever is aan te merken, met alle gevolgen van dien. De werknemer is immers bij payrolling door de horecaonderneming zelf geworven (verschil met uitzendbureaus, die daardoor ook een hoger tarief rekenen), wordt door haar begeleid en voert tevens functioneringsgesprekken met die werknemer.

Dat payrolling in het bedrijfsleven is erkend, blijkt wel uit het feit dat er in 2009 voor 2010/2011 een heuse Payroll-CAO is gesloten, waarin de werknemer minder bescherming is geboden dan een ‘gewone’ werknemer met een arbeidsovereenkomst. Omdat er echter geen goed toezicht is gehouden op de naleving daarvan door de Vereniging Payroll Ondernemingen (VPO), althans dat stellen de vakbonden, hebben de vakbonden (partij bij de CAO) aangegeven geen nieuwe CAO met VPO over payrolling te willen sluiten. De huidige CAO houdt op 31 december 2011 dus op te bestaan.

Als het payrollbedrijf met de werknemer in de overeenkomst echter is overeengekomen dat de Payroll-CAO van toepassing is, dan maakt het niet uit dat deze op 31 december as. afloopt: ook daarna geldt de CAO nog voor die partijen. Is dit niet het geval, dan zou dit voor de toepasselijkheid van de CAO en dus de positie van de werknemer mogelijk een probleem kunnen opleveren.

Verschillende rechtsgeleerden hebben de vakbonden geadviseerd wel weer opnieuw te onderhandelen met VPO over een nieuwe Payroll-CAO, omdat dit fenomeen gewoon niet meer te ontkennen valt. Er zal dan ook nog veel ontwikkeling op dit gebied plaatsvinden. Meester Advocaten houdt u hiervan op de hoogte!

Tip:
• Ga na of de toepasselijkheid van de huidige Payroll-CAO door het payrollbedrijf in de overeenkomst met werknemer is opgenomen. Dan verandert er na 31 december 2011 niet veel.

26 september 2011

Raad van State: café voor een half jaar dicht wegens afvuren wapen terecht

Hoort bij: wet — Tags: — meester @ 08:04

Recent heeft de Raad van State uitspraak gedaan over de sluiting van een Haags café, waaraan sluiting voor een half jaar was aangezegd door de burgemeester vanwege een schietincident in de toiletten van het café.
In Den Haag geldt beleid (Toekomstvisie Horeca 2010-2015) waarin staat dat bij een schietincident, bij een eerste overtreding, dit leidt tot een bevel tot sluiting van drie, zes of twaalf maanden. De term schietincident is verder niet nader gedefinieerd.
Het geval wil, kort gezegd, dat in een café te Den Haag een bezoeker een wapen mee naar binnen neemt, naar het toilet gaat, deze afvuurt en direct het pand verlaat. Het gaat hier om een kleine kroeg, dus geen portiers aan de deur. Verder hebben zich in het verleden ook geen noemenswaardige incidenten voorgedaan.
Vervolgens doet de exploitant zelf aangifte van het voorval en moet de zaak op last van de burgemeester voor een half jaar dicht vanwege gevaar voor de openbare orde.
Opmerkelijk daarbij is dat er niemand in voorlopige hechtenis is genomen, er geen wapen is gevonden en geen schutter is gevonden en evenmin een kogel is gevonden.
De exploitant is tegen het besluit tot sluiting in bezwaar gegaan en is gedurende de procedure tot aan de Raad van State gewoon opengebleven.
De Raad van State acht het aannemelijk dat er een vuurwapen is afgeschoten omdat er een huls gevonden is en in een deur en een stoel een gat is gevonden dat vermoedelijk afkomstig is van een patroon. Tevens speelde een rol dat de exploitant aangifte heeft gedaan van vernieling door middel van een schot van een vuurwapen.
Voorts achtte de Afdeling niet van belang dat de kroegbaas het schietincident niet kan worden verweten. Voor de Afdeling is slechts van belang of de openbare orde in gevaar is als gevolg van het schietincident.
Deze uitspraak is toch wel opmerkelijk. Allereerst omdat de vraag is of hier wel echt sprake is van een schietincident waar het beleid op ziet. Met de uitleg van de Raad van State, zo zou kunnen worden gesteld, valt elk incident met een wapen hieronder. Dus kan het voorkomen dat iemand een kroeg binnenloopt, waar nog nooit incidenten hebben plaatsgevonden, vervolgens naar het toilet gaat, daar een vuurwapen laat afgaan en de deur weer uitloopt. In dat geval, kan de burgemeester als er aangifte wordt gedaan en er ruchtbaarheid wordt gegeven aan dit voorval de zaak sluiten. Dat gaat heel ver en zou in principe elke exploitant kunnen overkomen.
In de situatie waarbij zich regelmatig dergelijke incidenten voordoen en waarbij de kroegbaas mogelijk ook een rol speelt in deze incidenten is het nog wel voorstelbaar dat de zaak dicht moet. Maar als een kroegbaas een zaak heeft waar zich nooit problemen voordoen, dan is het de vraag of een sluiting van zes maanden niet veel te zwaar is in verhouding tot hetgeen zich heeft voorgedaan.
Voorts is van belang dat sinds het incident heeft plaatsgevonden de zaak altijd open is geweest. Dat is inmiddels bijna een jaar. De zaak mag ook nu, na de uitspraak van de Afdeling, nog openblijven tot 6 oktober 2011. Dat is des te meer opmerkelijk omdat de burgemeester kennelijk van mening is dat de openbare orde op dit moment, tot aan 6 oktober 2011, niet in gevaar is. In elk geval niet zodanig dat per direct gesloten dient te worden. De vraag is dan ook of de openbare orde überhaupt nog wel in gevaar is en sluiting nog wel noodzakelijk is.
Gesteld kan worden dat bij het alsnog uitvoeren van de sanctie, het tijdelijk sluiten voor zes maanden, de sanctie een zogenaamd ‘punitief’ karakter krijgt, dat wil zeggen opgelegd om leed toe te voegen c.q. te straffen. Het toepassen van bestuursdwang, waar in onderhavig geval sprake van is, is echter geen sanctie om leed toe te voegen, maar is een zogenaamde ‘herstelsanctie’. De vraag is dan ook wat er op dit moment nog, na bijna een jaar open te zijn geweest sinds het incident, hersteld moet worden.
Voorts is het uiteraard pijnlijk dat je in feite wordt gestraft door het voorval aan te geven bij de politie. Had de kroegbaas dit niet gedaan dan had dit mogelijk geen consequenties gehad. Dit zal exploitanten niet stimuleren om in voorkomende gevallen aangifte te doen. Je loopt immers de kans daarmee fors in je eigen vingers te snijden. Dat lijkt niet een ontwikkeling waar je als burgemeester blij mee zou moeten zijn.

22 september 2011

Doorgifte en vertoning van TV-programma’s in hotels

Hoort bij: wet — meester @ 15:14

Hotels hebben veelal televisies in de hotelkamers, lobby en bar geïnstalleerd. Wordt daarbij gebruik gemaakt van de ‘normale’ kabelaansluiting, dan is het volgende van belang.

Enige tijd geleden heeft de Kort Geding-rechter geoordeeld dat een hotel, mits zij op de hotelkamers tv-toestellen heeft, welke zijn verbonden met een (centrale) kabelaansluiting in het hotel, het signaal openbaar maakt.

Openbaarmaking is echter niet zomaar mogelijk! Hiervoor moet men over een licentie van de Stichting Videma (www.videma.nl) beschikken. Videma houdt in opdracht van rechthebbende op TV-programma’s toezicht op de naleving van de auteursrechten van de makers en tv zenders. Kortom: hoteliers dienen voor het gebruik van de tv’s in de hotelkamers, lobby en bar gelden af te dragen aan Videma.

In bovengenoemde procedure waren twee hoteliers in Egmond gedagvaard. Zij weigerden de kosten voor een licentie af te dragen. Dit kwam hen duur te staan. Omdat het over Intellectuele Eigendoms-rechten gaat kon Videma (in tegenstelling tot ander soortige rechtszaken) de volledige gemaakte proceskosten vorderen. De Kort Geding-rechter heeft in opgemelde zaak de hotels hiertoe ook veroordeeld.

Voorkom dergelijke problemen en zorg dat u de kosten voor het openbaarmaken aan Videma vergoed!

De kosten voor doorgifte naar hotelkamers bedragen in 2011 € 18,22 per kamer per jaar. De kosten voor doorgifte naar de bar is afhankelijk van het aantal vierkante meters. Doorgifte in de lobby, bij de receptie etc. bedraagt op dit moment € 95,47 per jaar.

Meer informatie is te vinden in de brochure: ‘Het vertonen van televisieprogramma’s in hotels, motels en pensions 2011′ (www.videma.nl).

15 september 2011

Strenge eisen laten werken “vreemdelingen”

Hoort bij: wet — Tags: — meester @ 08:02

Veel horecaondernemers hebben, gewild of ongewild, te maken met de Wet arbeid vreemdelingen. Deze wet regelt wanneer vreemdelingen, dat wil zeggen eenieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld.

Dergelijke vreemdelingen dienen, voordat zij in Nederland aan het werk mogen, naast uiteraard een verblijfsvergunning, te beschikken over een zogenaamde tewerkstellingsvergunning. De werkgever dient na te gaan of deze tewerkstellingsvergunning inderdaad is verleend en daarvan een kopie in zijn bezit te hebben, evenals van het identiteitsbewijs van de vreemdeling.

Veel horecaondernemers realiseren zich niet voldoende dat zij aan dergelijke verplichtingen moeten voldoen, bijvoorbeeld bij het tewerkstellen of inhuren van schoonmaak- of keukenpersoneel. Het doel van de Wet arbeid vreemdelingen is erin gelegen om te voorkomen dat het verblijf van vreemdelingen, zonder geldige verblijfstitel, in Nederland gefaciliteerd wordt doordat zij wel inkomsten kunnen behalen uit arbeid. Niet alleen is daarom de wet zelf heel streng, ook de rechtspraak over deze wet is dat. Dit betekent onder meer dat je al heel snel als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen wordt aangemerkt. Ook als er geen arbeidscontract is, geen geld wordt uitbetaald, er geen dienstverband is of andere vormen van arbeidsregulering kan er toch sprake zijn van werkgeverschap in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen. Daarvoor is het eigenlijk, kort gezegd, genoeg dat men feitelijk arbeid laat verrichten. Of er ook uitbetaald wordt is niet relevant, aangezien de Wet arbeid vreemdelingen geen onderscheid maakt tussen betaalde en onbetaalde arbeid.

Daarbij is vooral van belang dat ook een opdrachtgever als werkgever kan worden aangemerkt. Als het dus gaat om vreemdelingen die arbeid verrichten op een locatie waarover een persoon zeggenschap heeft, bijvoorbeeld als zijnde eigenaar of huurder/exploitant van een pand, dan wordt snel aangenomen dat sprake is van feitelijk werkgeverschap.

Dus ook in die gevallen waarin een (horeca)ondernemer via een derde (bijvoorbeeld een schoonmaakbedrijf) in zijn onderneming arbeid laat verrichten door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, kan (en wordt ook vaak) de horecaondernemer als feitelijk werkgever aangemerkt en een aanzienlijke boete krijgen. De boetes op grond van de Wet arbeid vreemdelingen kunnen snel oplopen. Standaard daarbij is dat voor het tewerkstellen van een vreemdeling zonder de vereiste vergunningen bij een eerste overtreding een boete van €8.000,- wordt geheven, naast aparte boetes voor het niet voldoende registreren van de vereiste vergunningen en/of identiteitsbewijzen.

Bovendien is de rechtspraak heel streng als het gaat om de rechtmatigheid van de opgelegde boetes. Pas als er echt geen enkele sprake is van verwijtbaarheid aan de zijde van de ondernemer worden boetes wel eens gematigd of vernietigd. Het moet dan wel echt gaan om situaties waarbij de ondernemer alles in het werk heeft gesteld om overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen te voorkomen en hem niets verweten kan worden. Als voorbeeld mag dienen een zaak van de Raad van State van 26 september 2007 waarin een bedrijf dat de paspoorten van de betreffende vreemdelingen gecontroleerd had, bestaande uit een onderzoek naar de echtheid met gebruikmaking van een UV-lamp en het handboek dat de Minister gebruikt om paspoorten op echtheid te toetsen met 50% gematigd werd. Zelfs in dit geval oordeelde de Raad van State dat het bedrijf onder deze omstandigheden niet de maximale inspanning had betracht ter voorkoming van de geconstateerde overtredingen.

Het feit dat een boete de jaaromzet overstijgt is echter bijvoorbeeld geen reden voor matiging van een boete. Hoewel de Raad van State sinds 2009 meer maatwerk laat zien in haar uitspraken omdat ze meer aandacht geeft aan de aard, intensiteit en duur van de overtreding in verhouding tot de hoogte van de bestuurlijke boete, blijft de rechtspraak zeer streng.

Tips:

• Ga bij het in dienst nemen van vreemdelingen altijd goed na of zij beschikken over een geldig identiteitsbewijs en de vereiste tewerkstellingsvergunning. Controleer dit liever een keer te veel dan te weinig.
• Ga ook bij bedrijven via wie personeel wordt ingehuurd, zoals payroll- of schoonmaakbedrijven goed na of de mensen tewerk worden gesteld wel beschikken over de vereiste vergunningen.
• Omdat het lang niet altijd te controleren zal zijn wie door een dergelijk derde bedrijf bij uw bedrijf tewerk worden gesteld (denk aan schoonmakers die voor openingstijden van de horeca-inrichting hun werkzaamheden verrichten), verdient het ook aanbeveling om in het contract met een dergelijke partij expliciet op te laten nemen dat boetes wegens het ontbreken van de vereiste tewerkstellingsvergunningen voor rekening van het derde bedrijf komen en niet voor degene die van de diensten van het bedrijf gebruik maakt.
• Ga ook goed na of de verleende tewerkstellingsvergunning de arbeid wel volledig dekt. Niet zelden worden er tewerkstellingsvergunningen afgegeven die de betrokken vreemdeling toestaan om bijvoorbeeld 10 uur per maand arbeid te verrichten. Als er meer dan deze 10 uur gewerkt wordt, dan wordt de Wet arbeid vreemdelingen ook al overtreden. Wees er in dat verband alert op dat de betrokken vreemdeling wel eens meer dan één baan kan hebben en dus heel snel boven deze 10 uur per maand zit. Vraag dit goed na en leg dit zo mogelijk schriftelijk vast.

« Older PostsNewer Posts »
Powered by WordPress