Maatwerk Activiteitenbesluit: hogere geluidsnormen mogelijk?
Het Activiteitenbesluit is op 1 januari 2008 in werking getreden en bevat algemene milieuregels voor bedrijven. In dit besluit zijn onder andere voorschriften opgenomen die bescherming bieden tegen geluidhinder van inrichtingen. Deze bescherming wordt geboden aan een aantal zogenoemde ‘geluidsgevoelige objecten’.
In artikel 2.17 worden geluidsgrenswaarden gegeven voor op de gevel van gevoelige gebouwen (bijvoorbeeld woningen) en op de grens van gevoelige terreinen (bijvoorbeeld terrein van ziekenhuizen) alsmede geluidgrenswaarden in in- en aanpandige woningen.
De standaardnorm is dat het maximale geluidsniveau op de gevel van gevoelige gebouwen tussen 07.00 en 19.00 uur 50 dB(A), tussen 19.00 en 23.00 uur 45 dB(A) en tussen 23.00 uur en 07.00 uur 40 dB(A) mag zijn (artikel 2.17 lid 1 sub a).
Het Activiteitenbesluit biedt in artikel 2.20 echter de mogelijkheid om, onder voorwaarden, middels een zogenaamd ‘maatwerkvoorschrift’ andere waarden toe te staan. Deze waarden kunnen lager liggen maar ook hoger liggen dan de zojuist genoemde maximale geluidsniveau’s. Voorwaarde is wel dat een etmaalwaarde van maximaal 35 dB(A) wordt gewaarborgd.
De afwijkingsmogelijkheid geldt volgens de toelichting op het Activiteitenbesluit niet voor de geluidsniveaus binnen woningen van derden; daarvoor is ongeacht de hoogte van de afwijking van de buitenwaarde een vast beschermingsniveau vastgelegd overeenkomstig de binnenwaarde uit artikel 2.17. Aan de maximale geluidniveau’s in de woning mag dus niet worden gemorreld.
Er kunnen verschillende redenen zijn om af te wijken van de standaard geluidsnormen. Het reeds aanwezige omgevingsgeluid kan hierbij bijvoorbeeld een rol spelen. Is bijvoorbeeld het omgevingsgeluid zodanig laag dat het geluid uit de inrichting bij hantering van de standaardnorm reeds overlast veroorzaakt, dan kan aan de inrichting die het geluid produceert een lagere norm worden opgelegd. Dit kan aan de orde zijn indien het bedrijf is gelegen in een rustige woonomgeving.
Het omgekeerde kan zich ook voordoen, indien een inrichting zich bevindt in een omgeving waar het aanwezige omgevingsgeluid zodanig hoog is dat van de inrichting niet verlangd kan worden dat zij zich houdt aan de standaardnorm. Dit kan immers een onevenredige beperking van de bedrijfsvoering met zich meebrengen.
Verder kunnen ook individuele bedrijfseconomische redenen motief zijn om geluidgrenswaarden boven het omgevingsgeluid vast te stellen, bijvoorbeeld om aan de behoefte van het bedrijfsleven tegemoet te komen en indien aangetoond is dat maatregelen geen uitkomst bieden. De Toelichting noemt daarbij bijvoorbeeld laden en lossen en activiteiten in situaties waarbij extra geluidsruimte moet worden geboden om de bedrijfsvoering niet geheel onmogelijk te maken. In die gevallen zal het bevoegde gezag een afweging moeten maken tussen enerzijds de belangen van de woonomgeving en de belangen van het bedrijfsleven. Dat dient per geval te worden beoordeeld.
Wel dient het bevoegd gezag daarbij aan te sluiten bij de praktijk en de benadering van de geluidsproblematiek die actueel is. Deze problematiek is immers niet nieuw en er is al veel over geschreven en er is veel jurisprudentie in dezen.
Als de inrichting ver gelegen is van gevoelige gebouwen/terreinen
Art 2.20 lid 4 biedt de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om te bepalen dat, indien een inrichting gelegen is ver van gevoelige gebouwen/terreinen en dus (vrijwel) onbeperkt geluid mag produceren, de waarden uit artikel 2.17a in plaats van op de gevel van gevoelige objecten, gelden voor een punt dat dichterbij de inrichting is gelegen. Op deze manier kan er toch een norm worden opgelegd.
Andersom kan deze regeling ook worden toegepast. Bijvoorbeeld indien de waarden uit 2.17a gelden op een onderdeel van een gevoelig object waar dit niet wenselijk is. Bijvoorbeeld indien een woning is uitgebreid met een garage en de gevel van die garage geen dove gevel is (zonder ramen, op dove gevels wordt niet gemeten). Het bevoegd gezag kan dan bepalen dat niet op de garage wordt gemeten maar op een ander deel van de woning.
Muziekgeluid zwaarder beoordeeld
Voor muziekgeluid welke herkenbaar is als zodanig geldt een afwijkend regime. Dit geluid wordt namelijk zwaarder beoordeeld dan omgevingsgeluid of andere geaccepteerde geluiden. Voor muziekgeluid, al dan niet vervormd, wordt bij de ontvanger dan een toeslag op de gemeten waarde gerekend van 10 dB(A). Wordt in een bepaald geval bijvoorbeeld om 20.00 uur een geluidsniveau gemeten van 47 dB(A) (toegestaan 45 dB(A) en gaat het om herkenbaar muziekgeluid dan geldt de toeslag van 10 dB(A), en moet ervan worden uitgegaan dat er een overschrijding is van in totaal 12 dB(A). Dit scheelt derhalve aanzienlijk.
Tips
- Controleer bij overname van een bedrijf altijd of voldaan wordt aan de normen van het Activiteitenbesluit. Wordt niet voldaan dan kan dat hoge isolatiekosten met zich meebrengen;
- Controleer altijd of er een maatwerkvoorschrift is opgelegd. Soms immers kunnen er strengere normen zijn opgelegd.
- Onder omstandigheden bestaat er de mogelijkheid om in aanmerking te komen voor hogere geluidswaarden. Laat u hierover goed informeren, het kan uw bedrijfsvoering ten goede komen en isolatiekosten schelen.
- Indien u een horecazaak overneemt let dan goed op of het horecaconcept dat u voor ogen heeft gezien de situatie wel mogelijk is. Zorg altijd dat u een recent akoestisch rapport heeft waarin de toegestane waarden zijn opgenomen.