Belediging horecaondernemer of ludieke actie?
Mag horecaondernemer zijn concurrent tijdens carnaval in een eenmalige huis-aan-huis verspreidde carnavalskrant zijn concurrent associëren met homo en travestiet?
De rechtbank Middelburg oordeelde op 27 oktober 2010 (LJN: BO9540 http://bit.ly/dwIBUF ) in een voorkomend geval van wel.
Wat was het geval. Twee horecaondernemers in een dorp gelegen in het zuiden van het land waren zich aan het voorbereiden op carnaval. In aanloop naar het carnavalsfeest in 2009 heeft de ene ondernemer (eiser) een advertentie laten plaatsen in de plaatselijke carnavalskrant met de volgende tekst:
“(Naam zaak gedaagde) is tijdens haar eerste carnaval omgedoopt tot “(naam combinatie tussen zaak gedaagde en eiser)” met gastoptreden van het Franse komische duo Um et Um (naam medewerker) Kazzan en zijn lieftallige assistente (naam echtgenote) the Dike.
Eu, is me dà verschiete,
Carnaval tussen doomos en travestiete.
Iedere dag zwemme wai ope
En kunde bai ons duuzend bierkes kope.
Elke dag is bai ons “the place 2 be”
Alleen nieuwe meskes die zain ier nie.”
De andere horecaondernemer, op wie de advertentie sloeg (gedaagde), heeft aangifte van belediging gedaan bij de politie. De horecaondernemer die de advertentie had laten plaatsen gaf aan dat de bewuste tekst niet laatdunkend, maar ludiek was bedoeld. De horecaondernemer op wie de advertentie betrekking had, is van mening dat de advertentie beledigend, nodeloos kwetsend en discriminerend is voor hem, mede omdat hij wordt geafficheerd als homo en/of travestiet. Hij is van mening dat zijn eer en goede naam te grabbel is gegooid.
Wat vond de rechter ervan? De rechter was van mening dat sprake was van inbreuk op de eer en goede naam. Volgens de rechtbank is dat echter nog niet voldoende om te concluderen dat ook sprake is van onrechtmatig handelen. Daarvoor is beslissend of de inhoud van de advertentie opzettelijk beledigend en onnodig grievend is. Bij de beoordeling daarvan dienen alle concrete omstandigheden van het geval betrokken te worden.
Nu de advertentie is opgenomen in aanloop naar carnaval en is opgenomen in de plaatselijke carnavalskrant, dient de advertentie in het licht van de nadere carnavalsfeesten moet worden gezien. Gelet op de vrolijke aard van carnaval, waarbij de parodieën regelmatig als (stijl)middel wordt ingezet, is aannemelijk dat de lezers de inhoud van de advertentie met een korreltje zout hebben genomen. Zij zullen op het minst een ludieke ondertoon hebben vermoed. Het feit dat de eiser zelf de advertentie niet als een vrolijke knipoog beschouwt, maakt dat volgens de rechter niet anders. De rechtbank is van mening dat de advertentie niet opzettelijk beledigend of onnodig grievend is. De ondernemer die de advertentie heeft geplaatst wordt door de rechtbank in het gelijk gesteld.
Alhoewel het in dit geval goed is afgelopen voor de horecaondernemer die de advertentie plaatste, is niet uit te sluiten dat in een soortgelijk geval een rechter anders oordeelt. Laat het bovenstaande dan ook geen vrijbrief zijn, maar uit de uitspraak volgt dat een ludieke actie onder omstandigheden mogelijk zou moeten zijn.