De wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
Veel horecaondernemers zullen er regelmatig mee te maken hebben: een gemeente die traag werkt en niet op tijd een besluit neemt op een aanvraag om – bijvoorbeeld – een exploitatievergunning. Ook bij bezwaren ingesteld tegen negatieve besluiten van de overheid, bijvoorbeeld een geweigerde vergunning voor een buitentap, laat een besluit van de overheid vaak lang op zich wachten.
De wetgever heeft zich gerealiseerd dat dit tot veel onvrede leidt bij burgers en ondernemers en in 2009 de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking laten treden.
Kort gezegd brengt de wet met zich mee dat burgers en ondernemers in bepaalde gevallen recht kunnen hebben op een vergoeding (dwangsom) als de overheid te laat een besluit neemt op hun aanvraag of bezwaarschrift. Bovendien kunnen zij dan via de rechter een besluit afdwingen. Op deze manier kunnen burgers en ondernemers de overheid bij (te) trage besluitvorming dwingen om tot een besluit te komen.
Op het moment dat de overheid op een aanvraag of bezwaarschrift te laat beslist, dus niet binnen de wettelijke beslistermijn, kan de overheid in gebreke worden gesteld door middel van een formulier ingebrekestelling (te downloaden via de site www.rijksoverheid.nl). Als het betrokken overheidsorgaan dan binnen twee weken na het in gebreke stelen alsnog geen besluit heeft genomen heeft u automatisch recht op een dwangsom. Dit geldt voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden voor een maximaal termijn van 42 dagen. De dwangsom bedraagt maximaal € 1.260,-.
Bij Meester Advocaten deed zich bijvoorbeeld onlangs een geval voor waarbij een ondernemer te laat een besluit op zijn bezwaarschrift kreeg. De beslistermijn werd met 35 dagen overschreden zodat de ondernemer een dwangsom uitbetaald kreeg van € 980,-. Dit kan in veel gevallen de kosten voor het maken van bezwaar, bijvoorbeeld advocatenkosten, helpen verlichten.
Ook kan, als de twee weken na ingebrekestelling verlopen zonder dat er een besluit volgt, direct naar de rechter gegaan worden om alsnog een besluit af te dwingen. Is de rechter met u eens dat zo snel mogelijk een besluit moet volgen, dan zal de overheid in beginsel binnen twee weken na de uitspraak alsnog moeten beslissen. De rechtbank zal in dit geval aan de uitspraak een dwangsom verbinden die de overheid dient te betalen indien niet binnen termijn van twee weken een beslissing volgt. De rechter bepaalt zelf de hoogte van deze dwangsom.
De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is onverkort van toepassing op aanvragen om:
Exploitatievergunning (beslistermijn meestal 8 weken met de mogelijkheid van 8 weken verlenging, afhankelijk van de Algemene plaatselijke verordening).
De drank- en horecawet (wettelijke afhandel termijn 3 maanden na ontvangst aanvraag).
De omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, bijvoorbeeld voor wat vroeger de gebruiksvergunning voor brandveilig gebruik was (wettelijke afhandel termijn afhankelijk van de soort aanvraag, in geval het gaat om brandveiliggebruik 26 weken).
Het loont dus de moeite om de beslistermijn op uw aanvraag goed in de gaten te houden. Let er daarbij ook op dat overheid alleen gebruik kan maken van een wettelijke mogelijkheid tot het verlengen van de beslistermijn als u daarvan schriftelijk door middel van een besluit op de hoogte bent gesteld.
De beslistermijn kan worden opgeschort in geval uw aanvraag niet compleet was en de overheid aanvullende gegevens wil hebben. Dit moet wel ook schriftelijk aangegeven worden. De opschorting van de termijn geldt alleen voor de periode waarbinnen de aanvullende gegevens aangeleverd moeten worden.