7 april 2011

Preventief fouilleren in de horeca

Hoort bij: wet — Tags: — meester @ 13:13

Minister Opstelten maakt het voor burgemeesters eenvoudiger om in discotheken snel preventief te fouilleren. De Nederlandse horeca heeft de afgelopen jaren ruime ervaring opgedaan met preventief fouilleren, waarbij in veruit de meeste gevallen in goed overleg tussen de horeca, gemeenten en politie is opgetreden.

Uit de praktijk ervaringen blijkt dat er tussen gemeenten en de horeca wel goede afspraken moeten worden gemaakt over de vraag hoe te handelen indien er bij het preventief fouilleren wordt gezocht naar wapens maar drugs op horecabezoekers wordt aangetroffen. In de meeste Nederlandse gemeenten is de burgemeester bevoegd om het horecabedrijf te sluiten indien er meer dan 0,5 gram harddrugs op een horecabezoeker wordt aangetroffen (met toepassing van artikel 13b Opiumwet).

Het bezit van harddrugs valt in de praktijk nagenoeg niet te voorkomen. Horecaondernemers zijn slechts bevoegd te visiteren (minder vergaand dan fouilleren).

Het enkele feit dat tijdens een actie preventief fouilleren harddrugs op een bezoeker wordt aangetroffen leidt in de praktijk in veruit de meeste gevallen niet tot sluiting van het horecabedrijf, aangezien de burgemeester zelf ook inziet dat er voor een dergelijke sluiting in redelijkheid meer aan de hand moet zijn zoals bijvoorbeeld drugshandel in het horecabedrijf dan wel een te passieve houding van de horecaondernemer om drugs te weren.

Desalniettemin speelt in de huidige praktijk nog wel eens de discussie in hoeverre de burgemeester na het aantreffen van drugs bij een actie preventief fouilleren, ook zonder bijkomende bijzondere omstandigheden toch kan overgaan tot sluiting van het horecabedrijf. Nu de mogelijkheid tot preventief fouilleren sterk wordt uitgebreid zal deze discussie hoogstwaarschijnlijk verder toenemen.

In 2004 heeft Meester Advocaten reeds samen met de Erasmus Universiteit onderzoek gedaan hoe de burgemeester in een dergelijke situatie dient te handelen. Onder meer volgde uit dit onderzoek dat de burgemeester – behoudens bijzondere gevallen – onder dergelijke omstandigheden niet eenvoudig tot sluiting van het horecabedrijf zou kunnen overgaan.

Horecaondernemers doen er dan ook verstandig aan om met gemeenten in overleg te treden over de vraag hoe wordt omgegaan met aangetroffen drugs in het kader van preventief fouilleren.

Powered by WordPress