Ontslag op staande voet
De rechter heeft recent (LJN BP4009) wederom bevestigd dat het verlenen van ontslag op staande voet aan een werknemer zeer nauw luistert en dat daar niet lichtzinnig toe over mag worden gegaan.
Wat was het geval. Een horecaondernemer had een leerling-kok voor bepaalde tijd in dienst genomen. Tijdens het dienstverband bleek dat de leerling-kok in haar vrije tijd meegewerkt had aan de opname van een erotisch getinte film. De horecaondernemer vond dit reden om de leerling-kok op staande voet te ontslaan. Als reden gaf de horecaondernemer aan dat hij niet geassocieerd wenste te worden met de door de leerling-kok verrichte werkzaamheden voor de erotische film. De werknemer was het met het ontslag op staande voet niet eens. Volgens vaste jurisprudentie moet de rechter bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag op staande voet alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en onderlinge samenhang, in aanmerking nemen. Daarbij moeten de aard en ernst van de dringende reden worden afgewogen tegen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Ook in dit geval heeft de rechter dit criterium gehanteerd. De rechter stelde de horecaondernemer in het ongelijk, omdat de werkzaamheden van de leerling-kok voor de erotische film zich hebben afgespeeld in de privé-sfeer, de werkzaamheden geen enkel raakvlak met de bedrijfsactiviteiten van de horecaonderneming en haar functie hadden en de leerling-kok geen enkel contact met klanten van de horecaonderneming had. Bovendien zou een vroegtijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst gevolgen hebben voor wat betreft het succesvol afronden van haar opleiding. De rechter oordeelde voorts dat uit de door de horecaondernemer opgestelde huisregels niet op te maken viel dat het een medewerker verboden was op straffe van ontslag mee te werken aan het opnemen van een erotisch getinte film, dan wel dat ieder gedrag dat de reputatie van de horecaonderneming een reden zou zijn voor ontslag op staande voet.
De horecaondernemer werd dan ook veroordeeld tot doorbetaling van het loon tot het einde van het dienstverband, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente.
Uit deze uitspraak volgt dat het bepalen en formuleren van de grondslag van ontslag op staande voet zeer nauw luistert. De horecaondernemer had alleen aangegeven dat zijn reputatie door de verrichte werkzaamheden van de leerling-kok met betrekking tot de erotische film werd geschaad. Had de horecaondernemer wellicht meer gronden genoemd, dan wel deze beter onderbouwd, dan had de uitspraak anders kunnen luiden. Ook blijkt uit de uitspraak het belang van goede huisregels. Het moet de werknemer duidelijk zijn welke gedragingen hem/haar zijn verboden.
Ik merk nog op dat wanneer de leerling-kok wel klantencontact zou hebben gehad en geen opleiding zou volgen, de uitspraak mogelijkerwijs een andere uitkomst zou hebben gehad. Bij de beoordeling gaf de rechter hierin grote betekenis toe.