De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
Op 1 oktober 2009 is de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’ in werking getreden. De wet is bedoeld om ervoor te zorgen dat gemeentes, provincies en waterschappen binnen de wettelijk voorgeschreven termijnen beslissen over aanvragen van bijvoorbeeld vergunningen. Een overheid die niet tijdig beslist kan met de inwerkingtreding van deze nieuwe wet een dwangsom verbeuren. Daarmee heeft de burger een pressiemiddel om een besluit van de overheid af te dwingen, zo is de gedachte.
Ingebrekestelling
Wil de overheid een dwangsom verschuldigd zijn wegens te laat beslissen op een aanvraag dan moet eerst de wettelijk voorgeschreven beslistermijn afgelopen zijn. Dit is voor de aanvraag van bijvoorbeeld een exploitatievergunning (meestal) 8 weken. Is de termijn van drie maanden verstreken dan dient de gemeente eerst schriftelijk in gebreke gesteld te worden. Dat wil zeggen dat het bestuursorgaan door de aanvrager er op dient te worden gewezen dat de beslistermijn verstreken is. Reageert de gemeente niet binnen twee weken op deze ingebrekestelling dan is zij voor elke dag na die twee weken automatisch een dwangsom verschuldigd. Voor het ingebreke stellen van de het bestuursorgaan is overigens een formulier ontwikkeld, te vinden op www.minbkz.nl.
Overigens is het niet mogelijk om bij de aanvraag om een vergunning reeds een ingebrekestelling mee te sturen. Een dergelijke ingebrekestelling wordt niet gezien als een ingebrekestelling. Als per ongeluk een dag te vroeg ingebreke is gesteld dan kan de ingebrekestelling wel als zodanig worden beschouwd.
Hoogte van de dwangsom
Voor elke dag dat de gemeente niet beslist na de ingebrekestellingstermijn is zij automatisch een dwangsom verschuldigd. Voor de eerste 14 dagen geldt een bedrag van € 20,– per dag, voor de daarop volgende 14 dagen € 30,– per dag en voor het overige € 40,– per dag. Het maximum bedrag dat de gemeente kan verbeuren is € 1260,–.
Samenloop dwangsomregeling en instellen van beroep
Is de ingebrekestellingstermijn verstreken dan kan men ook beroep bij de rechtbank instellen wegens het niet tijdig beslissen.
Indien het beroep gegrond is en inmiddels nog geen besluit is genomen bepaalt de rechtbank dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit neemt. De rechter verbindt aan haar uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven.
Meer mogelijkheden om de beslistermijn op te schorten
Om bestuursorganen iets meer lucht te geven zijn er bij de invoering van de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’ meer mogelijkheden gecreëerd om de wettelijke beslistermijnen op te schorten. Dit omdat in de praktijk is gebleken dat de wettelijke termijnen niet altijd haalbaar zijn. Het bestuursorgaan kan de beslistermijn onder andere opschorten indien de aanvrager daarmee heeft ingestemd, de vertraging aan de aanvrager kan worden toegerekend en vanwege overmacht.
Tips
- Informeer bij het bestuursorgaan wat precies de beslistermijn is en noteer dat in uw agenda. Is binnen die termijn geen beslissing genomen dien dan direct het ‘formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen’ in ( www.minbkz.nl)
- Indien u door het bestuursorgaan gevraagd wordt in te stemmen met opschorting van de beslistermijn bedenk dan goed wat uw belang is. Aan de ene kant wilt u immers snel de beschikking hebben, aan de andere kant wilt u het bestuursorgaan ook niet opjagen en er zo voor zorgen dat er negatief beschikt wordt. Indien u wenst mee te werken met opschorting stel dan een heldere nieuwe termijn vast waarbinnen besloten moet worden.
- Overweeg na afloop van de ingebrekestellingstermijn ook beroep in te stellen. Op die manier heeft u stevig middel in handen om de beslissing af te dwingen. Informeer alvorens u beroep instelt nog eens bij het bestuursorgaan of op (zeer) korte termijn beslist wordt. Dit om onnodig procederen te voorkomen.