De nieuwe Winkeltijdenwet
Op 25 november jl. heeft de Eerste Kamer ingestemd met de nieuwe Winkeltijdenwet. Deze wet is een uitvloeisel van het coalitieakkoord van het kabinet Balkenende IV, waarin was afgesproken om de regels ter verruiming van het aantal koopzondagen in verband met toerisme in de Winkeltijdenwet aan te scherpen.
Op grond van de toerismebepaling in de oude Winkeltijdenwet konden gemeenten aan winkels meer dan 12 koopzondagen per jaar toestaan, indien sprake was van toeristische aantrekkingskracht van de gemeente, gelegen buiten de openstelling van de winkels zelf. In de nieuwe wet is het criterium voor toeristische aantrekkingskracht aangescherpt, in de hoop het oneigenlijk gebruik van de toerismebepaling tegen te gaan.
De bestaande mogelijkheid voor de gemeenteraad om voor ten hoogste 12 keer per jaar vrijstelling verlenen voor het verbod een winkel voor publiek geopend te hebben op de zondag, nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste of tweede Kerstdag blijft ongewijzigd bestaan.
Wat verandert er in de nieuwe wet?
In de nieuwe wet dient een gemeente bij toepassing van de toerismebepaling voortaan een kwalitatieve drempel rond de hoeveelheid toeristen dat naar die gemeente komt mee te nemen in haar overwegingen. Daarnaast moet de gemeente een aantal genoemde belangen expliciet laten meewegen in de besluitvorming, zoals werkgelegenheid en economische bedrijvigheid in de gemeente, maar ook immateriële belangen, zoals zondagsrust, leefbaarheid en veiligheid in de gemeente.
Overigens heeft het kabinet, zowel in oude als in nieuwe samenstelling, steeds uitgedragen dat het wetsvoorstel er niet zondermeer op gericht is het aantal koopzondagen in te perken. Veel gemeentes zullen ook in de toekomst kunnen voldoen aan de toerismebepaling. Bovendien tornt het wetsvoorstel niet aan de 12 koopzondagen die gemeenten kunnen instellen. De gemeente, die nu met gebruik van de toerismebepaling, meer dan 12 koopzondagen toestaan, moeten met inachtneming van alle belangen bezien of ze dit ook in de toekomst voort willen zetten. De nieuwe wet dient er toe gemeenten meer houvast te bieden bij de beslissing of, en zo ja, op welke wijze gebruik kan worden gemaakt van de toerismebepaling. De nieuwe wet handhaaft de decentrale uitvoering van de wet. De beslissing over de toepassing van de toerismebepaling blijft op gemeentelijk niveau en wordt ook niet onderworpen aan een vorm van preventief of repressief centraal toezicht.
Op grond van de wet dient voortaan sprake te zijn van substantieel autonoom toerisme om gebruik te kunnen maken van de ruime mogelijkheid tot zondagsopenstelling. Tevens moet de gemeente in ieder geval een aantal belangen, zoals de werkgelegenheid en economische bedrijvigheid, de zondagsrust, de leefbaarheid, veiligheid en de openbare orde in de besluitvorming meenemen, dient het besluit tot aanwijzing als toeristisch gebied vergezeld te gaan van een toelichting en is beroep bij het College voor het Bedrijfsleven mogelijk.
Gemeenten dienen onder de nieuwe wet dus eerst vast te stellen of er in hun gemeente sprake is van toeristische aantrekkingskracht en of de toeristische aantrekkingskracht autonoom en substantieel is. Als dat zo is dan kan de gemeenteraad gebruik maken van de mogelijkheid om meerdere koopzondagen toe te staan.
Wat betekent dat voor de huidige praktijk?
Voor de meeste gemeenten die nu al gebruik maken van een toeristisch regime of overwegen dit te gebruiken, betekent het wetsvoorstel dat de beoordeling opnieuw moet worden uitgevoerd en wel aan de hand van de in de wet gehanteerde criteria. In de wet wordt er van uitgegaan dat de zondagsrust zowel een sociale en maatschappelijke meerwaarde heeft en niet alleen een religieuze.
Bij de discussie zal het belang van de toeristische sector voor de gemeenten en de lokale economie een belangrijke rol spelen. Een aantal belangrijke indicatoren hiervoor kunnen zijn: de inkomsten van de toeristische sector en inkomsten in verband met de toeristische sector voor bijvoorbeeld horeca. Daarnaast kunnen het aantal arbeidsplaatsen in de toeristische sector, de aantallen bezoekers van toeristische trekpleisters in de gemeente (bijvoorbeeld architectuur, musea, natuurevenementen), het aantal overnachtingen in hotels, campings, vakantiehuizen of andere vorm van logies, de omvang van de gemeentelijke inkomsten gerelateerd aan het toerisme (toeristenbelasting, parkeergelden), mede in vergelijking met de omvang van andere gemeentelijke inkomstenbronnen worden gebruikt om te bepalen of sprake is van toerisme met een substantiële omvang. Funshoppen kan in de zin van de Winkeltijdenwet nadrukkelijk niet worden gezien als toerisme.
Of de toeristische aantrekkingskracht geldt voor de gehele gemeente of slechts een gedeelte daarvan, alleen tijdens bepaalde seizoenen, bijzondere dagen of het hele jaar kan ook meespelen in de beoordeling. Gemeenten kunnen zelf bepalen of zij deelgebieden binnen de gemeente afbakenen.
Vrijstellingsbesluiten op grond waarvan in een gemeente meer dan 12 koopzondagen pers jaar zijn toegestaan en die van kracht zijn als de nieuwe wet in werking treedt blijven gedurende een jaar na dat tijdstip van kracht. Daarmee is de gemeenten een redelijke termijn gegund hun besluitvorming aan te passen aan het gewijzigde wettelijke regime.
De nieuwe Winkeltijdenwet nog steeds de mogelijkheid voor de gemeente om naar het doel toe te redeneren dat sprake is van een toeristische gemeente. Het is nog maar de vraag in hoeverre bij een zorgvuldige besluitvorming van de kant van die gemeente een zondagsopenstelling van bedrijven onderuit zou gaan in verband met het toerisme bepaling. Als het goed gemotiveerd is zal een rechter wellicht het niet makkelijk onderuit kunnen halen. Zeker als daar ten grondslag liggen rapporten van onderzoeksbureaus, de VVV, etc. waaruit blijkt dat de bewuste gemeente wel degelijk substantieel autonoom toerisme aantrekt.
Tips
• In geval gemeenten bereid zijn om tot zondagsopenstelling over te gaan is het verstandig om vanuit de ondernemers, indien die een dergelijke openstelling ondersteunen, goed te laten onderbouwen dat sprake is van een toeristisch gebied door middel van onderzoeksrapporten.
• Indien de gemeente van mening is dat er geen sprake is van een toeristisch gebied maar de ondernemers wel dan dienen de ondernemers dit zelf aan te tonen met onderzoeken. Omdat een gemeente uiteindelijk de beslissing zelfstandig mag maken is het de vraag of de aanwijzing als toeristisch gebied is af te dwingen. Gemeenten mogen immers groot belang hechten aan bijvoorbeeld de zondagsrust.
• In gemeenten waarin er nu een zondagsopstelling is maar waarvan kan worden getwijfeld of de gemeente voldoende autonome toeristische aantrekking heeft (bijvoorbeeld Almere) kan deze wet een risico vormen voor de ondernemers; immers zal de gemeente veel beter moeten motiveren dat sprake is van een toeristisch gebied. Dat zal de gemeente Almere vast proberen maar er valt niet met 100% zekerheid te stellen dat een dergelijk besluit stand houdt bij de rechter.
• In gemeenten waar geen toeristisch regime geld is het nog steeds verstandig om als supermarkt na te gaan in hoeverre de mogelijkheid bestaat om een avondwinkel te beginnen. Op dat moment zou een zondagsopenstelling vanaf 16.00 uur kunnen worden gecreëerd, op grond van een andere mogelijkheid in de Winkeltijdenwet. In de meeste gemeenten zijn avondwinkels al vergeven. Eén en ander hangt echter wel af van de inhoud van de Verordening op de winkeltijden die door de gemeenteraad in de bewuste gemeente wordt vastgesteld. Als er een dergelijke Verordening is vastgesteld dan dient deze te bepalen dat ter hoogste één avondwinkel per 15.000 inwoners is toegestaan. Let wel: ook dit kan niet worden afgedwongen bij de raad. Wel zijn er tips te geven om zoveel mogelijk invloed op de raad uit te oefenen om een dergelijke bepaling op te nemen.
• In de nieuwe wettekst is opgenomen dat gemeenten voor 2012 hun verordeningen aangepast moeten hebben. Ambtenaren kennende, zal dit in lang niet alle gemeenten gebeurd zijn. Daarnaast kunnen dergelijke kwesties vertraging oplopen in verband met de mogelijkheid tot het aantekenen van bezwaar en beroep, zoals mogelijk gemaakt door artikel 10 Winkeltijdenwet. Niet valt uit te sluiten dat sprake is van een onverbindende verordening in dat geval en ondernemers eveneens risico lopen. Dan heb je immers geen basis meer voor het geven van de ontheffing tot zondagsopenstelling.
• Ondanks het feit dat de nieuwe wet eerder een verslechtering dan een verbetering meebrengt voor ondernemers die zondagopenstelling wensen, leidt het wel tot een nieuwe discussie binnen de plaatselijke gemeenteraad waardoor er weer kansen worden geboden aan ondernemers. Het is dan ook nu het moment om vanuit de supermarkt, winkeliersvereniging of ondernemer contact op te nemen met de gemeente met de vraag wat de gemeente exact gaat doen omtrent de zondagsopenstelling.
• Hou de ontwikkelingen goed in de gaten. Voor de laatste verkiezingen was een wetsvoorstel van D66 en GroenLinks aanhangig gemaakt dat juist beoogde de mogelijkheden voor zondagsopenstelling te verruimen. Hoewel de politieke samenstelling van het Parlement het aannemen van dit voorstel op dit moment onwaarschijnlijk maakt, is ook de politiek soms onvoorspelbaar.