Sluiting gebouw bij vondst harddrugs of handgranaat: hoe gaat dat in zijn werk?

Door admin op 06-02-2018 16:40

Wordt in een gebouw een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen, of is er bijvoorbeeld sprake van illegaal gokken, of worden er wapens aangetroffen, dan kan de burgemeester de sluiting van dat gebouw bevelen.

In het geval van harddrugs is de Opiumwet (artikel 13b) de grondslag, in andere gevallen biedt de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) daarvoor de grondslag.

De reden om een gebouw in dergelijke gevallen te sluiten is gelegen in de verstoring van de openbare orde. Op grond van de Gemeentewet is de burgemeester namelijk belast met het toezicht op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven en heeft hij een taak met betrekking tot handhaving van de openbare orde.

Van belang is daarbij dat de sluiting in beginsel niet gericht is tegen de ondernemer of eigenaar van het gebouw zelf, maar dat deze gericht is op het herstellen van de openbare orde. In theorie kan dat dus betekenen dat op het moment dat iemand met een pistool of harddrugs in zijn jas een restaurant binnenloopt de zaak al kan worden gesloten.

Hoe gaat de sluiting van een gebouw nu in de praktijk in zijn werk?

Worden harddrugs of wapens aangetroffen in of bij een gebouw dan zal op basis van het proces verbaal van de politie mogelijk tot sluiting worden overgegaan.

In veel gevallen zal de burgemeester in nader omschreven beleid invulling hebben gegeven aan de wijze waarop hij met zijn bevoegdheid tot sluiting van gebouwen overgaat.

In het geval van het aantreffen van wapens, bijvoorbeeld een handgranaat, zal die sluiting veelal per direct worden opgelegd. In het geval van het aantreffen van harddrugs kan soms geruime tijd zitten tussen het moment van het aantreffen van de harddrugs en het moment van sluiting door de burgemeester. Soms wel tot enkele maanden aan toe. De vraag wordt dan ook wel gesteld wat de noodzaak van sluiting nog is op het moment dat er maanden voorbijgaan totdat de sluiting wordt bevolen. Rechters lijken dit in beginsel echter toelaatbaar te achten.

Wordt tot sluiting overgegaan dan kan de burgemeester daar een termijn aan koppelen van bijvoorbeeld 14 dagen, drie of zes maanden, maar de sluiting kan ook voor onbepaalde tijd worden afgegeven. Dit hangt af van de ernst van de situatie. Een waarschuwing vooraf hoeft niet te worden gegeven omdat, zo wordt geredeneerd, dat indruist tegen de noodzaak om onmiddellijk en effectief op te treden tegen verstoringen van de openbare orde.

Sommige burgemeesters maken een onderscheid bij geweldsincidenten in het horecabedrijf en daarbuiten. De vondst van een handgranaat buiten de zaak zou in dergelijke gevallen lichter kunnen worden opgevat dan de vondst van een handgranaat in de zaak. Ook zijn gevallen bekend waar de burgemeester tot sluiting overgaat in gebieden waar relatief weinig mensen wonen en uitgaan.

Opheffen sluiting, verzoek tot heropening

De burgemeester trekt het bevel tot sluiting in als naar zijn oordeel de openbare orde voldoende is hersteld. Dat zal in de regel pas minimaal na een aantal weken (of maanden) zijn. Over het algemeen wordt op verzoek van de betrokkene (bijv. de exploitant) verzocht om heropening. De burgemeester zal bij een dergelijk verzoek onder andere mee laten wegen in hoeverre de exploitant maatregelen neemt om herhaling te voorkomen, bijvoorbeeld door herinrichting bedrijf, aanscherpen toelatingsbeleid of aannemen ander personeel.

Hoewel verwijtbaarheid bij de sluiting geen rol speelt, kan dat wel een rol spelen bij het verzoek om heropening. Als de exploitant verwijtbaar heeft gehandeld zal er bij de burgemeester voldoende vertrouwen moeten zijn in de ondernemer dat herhaling daadwerkelijk wordt voorkomen.

In sommige gevallen kan bij verwijtbaar handelen ook sprake zijn van strafrechtelijk onderzoek wat mogelijk gevolgen kan hebben voor de vergunningen in verband met de weigeringsgrond ‘slecht levensgedrag’ van de exploitant.

De vraag in het geval er een handgranaat in de buurt van een gebouw/horecabedrijf wordt aangetroffen is onder andere welke maatregelen de exploitant nog kan nemen om herhaling te voorkomen. Zijn die er wel? Extra camera’s ophangen? Leent een dergelijke situatie zich wel voor reguliere toepassing van het sluitingsbeleid?

Bij reguliere toepassing van het sluitingsbeleid bestaat het gevaar dat concurrenten (en zelfs mogelijke afpersers) worden gestimuleerd om een handgranaat te plaatsen. Sluiting is in dergelijke gevallen immers gegarandeerd en het bedrijf tijdelijk uitgeschakeld!

Zo heeft de burgemeester van Amsterdam bijvoorbeeld ruim een jaar geleden naar aanleiding van de beschieting van coffeeshops (na sluitingstijd) maatregelen genomen en een wijziging doorgevoerd in zijn sluitingsbeleid (dergelijke coffeeshops werden niet meer automatisch gesloten). De beschikkingen van de coffeeshops lijken daarna te zijn afgenomen.

Tips voor de ondernemer:

1.       Onderzoek of de openbare orde wel echt is verstoord door hetgeen is voorgevallen en overweeg de rechtbank te verzoeken het sluitingsbevel te laten schorsen. De gevolgen van sluiting zijn immers verstrekkend. Zeker bij vermoedens omtrent concurrentuitschakeling is een voorlopige voorziening bij de rechtbank te overwegen. Overigens geldt dat bij sluitingen op grond van artikel 13b de burgemeester niet hoeft aan te tonen dat sprake is van verstoring van de openbare orde.

2.       Bedenk welke maatregelen kunnen worden genomen om herhaling te voorkomen en maak een 'Plan van Aanpak'. Denk daarbij mogelijk aan inschakelen portiers, wijzigen uitstraling gebouw/interieur, richten op andere doelgroep.

3.       Ga met de burgemeester en ambtenaren in gesprek en betrek ze bij het 'Plan van Aanpak'. Zeker als geen sprake is van verwijtbaarheid kan hetgeen is voorgevallen een gedeelde verantwoordelijkheid zijn.

02 augustus 2016
28 april 2016
08 april 2015
10 december 2014
28 oktober 2014
24 september 2014
19 augustus 2014
16 december 2013
31 oktober 2013
30 oktober 2013
28 december 2012
30 november 2012
11 november 2011