20 februari 2012

Omvang loondoorbetaling bij ziekte van de werknemer

Hoort bij: wet — Tags:, , , — meester @ 09:08

Wanneer een werknemer zich ziek meldt, dient de werkgever in beginsel toch het loon van de werknemer door te betalen. In de praktijk bestaat vaak verwarring over de vraag of de werkgever het gehele loon dient door te betalen, dan wel een bepaald percentage daarvan.

Wet
Krachtens de wet heeft een werknemer gedurende een periode van 104 weken recht op 70% van het naar tijdruimte (vaak maandloon) vastgestelde loon, waarbij geldt dat de eerste 52 weken tenminste het wettelijk minimumloon dient te worden voldaan. In de horecabranche is hiervan zowel in de CAO van KHN als de CAO van NHG afgeweken.

KHN
De horecaondernemer dient gedurende de eerste 52 weken 95% van het brutoloon door te betalen. Gedurende de daarop volgende 52 weken dient de werkgever 75% van het brutoloon aan de werknemer door te betalen.

Het is mogelijk dat u als horecaondernemer toch niet gehouden bent deze bedragen te voldoen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer (1) de werknemer geen recht heeft op de wettelijke loondoorbetaling bij ziekte en/of (2) de werknemer zich niet houdt aan de voorschriften bij ziekte zoals opgenomen in onder andere de CAO KHN (zie bijvoorbeeld het artikel “thuis met een kater; recht op suppletie?” http://www.meestermeester.nl/nieuwsbrief/nieuwsbrief_november_2011.html#a1) en/of (3) niet mee te werkt aan de re-integratie binnen of buiten de onderneming en/of (4) niet meewerkt aan mogelijk verhaal op derden van doorbetaald loon en aanvulling daarop. De arbeidsongeschiktheid dient eveneens geen gevolg te zijn van een niet medisch noodzakelijke ingreep. Ook mag de ziekte of arbeidsongeschiktheid geen gevolg zijn van opzet, grove schuld en/of verwijtbare nalatigheid van de werknemer.

Kortom: in beginsel dient u, wanneer de CAO KHN op de arbeidsrelaties binnen uw onderneming van toepassing is, een aanvulling op de wettelijke regeling aan uw werknemer voldoen. Hierop wordt slechts een uitzondering gemaakt, wanneer de werknemer zich niet aan zijn verplichtingen houdt.

NHG
Is op de arbeidsrelaties binnen uw horecaonderneming de CAO van NHG van toepassing dan geldt het volgende.

De werknemer heeft gedurende de eerste 6 maanden van ziekte of arbeidsongeschiktheid recht op doorbetaling van 100% van het loon. Na ommekomst van deze 6 maanden heeft de werknemer recht op de wettelijke loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid. Op grond van de wet dient de werkgever alsdan 70% van het loon aan de werknemer door te betalen.

Ook hier is het mogelijk dat u als horecaondernemer toch niet gehouden bent het loon tijdens ziekte te voldoen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de werknemer geen recht heeft op de wettelijke loondoorbetaling bij ziekte, danwel in het geval dat de werknemer niet meewerkt aan de re-integratie. De arbeidsongeschiktheid dient eveneens geen gevolg te zijn van een niet medisch noodzakelijke ingreep. Ook mag de ziekte of arbeidsongeschiktheid geen gevolg zijn van opzet, grove schuld en/of verwijtbare nalatigheid van de werknemer.

Let op: Beide CAO’s kennen wachtdagen per ziekte geval, welke in mindering dienen te worden gebracht.

20 januari 2012

Slokje wijn tijdens werktijd: genoeg voor ontslag?

Hoort bij: wet — Tags:, — meester @ 15:51

Het zal binnen de horeca vaker dan in andere branches voorkomen dat er alcoholisch drankje tijdens werktijd door werknemer wordt genuttigd.
Is de eerste keer dat de werknemer een glas wijn drinkt, direct reden voor ontslag?

Vaak zal dit niet het geval zijn.

Anders is het als de werknemer een aantal malen schriftelijk is aangesproken op het alcoholgebruik en ook schriftelijk gewaarschuwd is voor de gevolgen van een nieuwe constatering van alcoholgebruik.

Verder speelt de inhoud van een personeelshandboek een grote rol. In een dergelijk handboek wordt door de werkgever de regels opgenomen hoe een werknemer zich op de werkvloer dient te gedragen, alsmede wat de gevolgen zijn als deze regels niet worden nageleefd. Indien in dit handboek ook regels over alcohol worden gegeven en het handboek op de arbeidsovereenkomst van toepassing is, dan kan dit de werkgever sterken in zijn ontslag aan de werknemer.

Het hof in Den Haag heeft onlangs in een ontslaggeval wegens alcoholgebruik door een werknemer geoordeeld dat dit ontslag geen stand kan houden, nu de werkgever de werknemer niet schriftelijk heeft gewaarschuwd. Bovendien stond in het personeelshandboek dat alcoholmisbruik reden voor ontslag opleverde. In dat geval ging het echter om alcoholgebruik.

Let dus op hoe bepalingen in het handboek worden gebeurd, omdat de gevolgen verstrekkend kunnen zijn, getuige voornoemde uitspraak!

Wanneer u hulp nodig heeft bij het opstellen en implementeren van een personeelshandboek, is Meester Advocaten daartoe natuurlijk altijd bereid.

Tips:
- Voor een kansrijker ontslag bij alcoholgebruik: stel een personeelshandboek op;
- Waarschuw de werknemer schriftelijk bij geconstateerd alcoholgebruik en geef duidelijk aan wat de gevolgen zijn van opvolgend geconstateerd gebruik.

13 januari 2012

Bouwbesluit 2012 komt er aan

Hoort bij: wet — Tags: — meester @ 15:22

Momenteel wordt de hand gelegd aan het nieuwe Bouwbesluit 2012. Het nieuwe Bouwbesluit 2012 levert naar verwachting horecaondernemers meer voordeel en minder (brandveiligheids)voorschriften op.

Het Bouwbesluit 2012 treedt naar verwachting op zondag 1 april in werking en beoogt integratie, uniformering en afstemming van voorschriften voor bouwen, brandveilig gebruik en slopen van gebouwen te bewerkstelligen.

KHN heeft in samenwerking met experts een aantal praktische verbeteringen ten behoeve van bijeenkomstfuncties, waaronder horeca, kunnen realiseren. De belangrijkste hiervan gaan over brandveiligheidseisen en worden hieronder samengevat:

* Er worden concrete, gelijkwaardige oplossingen voorgesteld voor bijvoorbeeld een lagere brandwerendheid bij doodlopende gangen in hotelfuncties.

* De voorschriften voor vluchten zijn beter en duidelijker beschreven: als er bijvoorbeeld twee vluchtroutes zijn dan worden aan deze vluchtroutes geen nadere eisen meer gesteld.

* In het nieuwe besluit worden de situaties waarbij een automatische doormelding naar de brandweer verplicht is, sterk verminderd. Die wettelijke verplichting vervalt voor bijna alle hotels en restaurants.

* Alleen als hotels niet beschikken over een 24 uurs bewaakte receptie of als een medewerker niet op het eigen perceel woont/binnen 100 meter het hotel kan bereiken én niet kan worden gealarmeerd op enige wijze, moet er nog een doormelding naar de brandweer aanwezig blijven.

*De verplichting van het huidige productcertificaat voor een brandmeldinstallatie vervalt. Met de komst van het nieuwe Bouwbesluit komt er een nieuw systeem van een inspectiecertificaat. Er moet worden aangetoond dat de installatie echt naar behoren werkt. Overigens hoeft dat inspectiecertificaat straks niet meer ieder jaar verkregen te worden. Dat laatste geldt wanneer er jaarlijks 1 keer onderhoud aan de brandmeldinstallatie wordt gepleegd. Bestaande certificaten brandmeldinstallaties behouden hun bestaansrecht en is er een uitgebreide overgangsregeling in hoofdstuk 9 van het Bouwbesluit 2012 opgenomen.

* Vluchten en de verplichting tot de aanwezigheid van noodverlichting krijgen in de voorschriften een ‘personenbenadering’. De groene bordjes hoeven daardoor niet altijd verlicht te zijn en dat scheelt geld.

* Het maximaal toe te laten aantal personen in horecabedrijven is nu duidelijker omschreven.

Stel u huurt één object dat wordt gebruikt als woonruimte, horeca-bedrijfsruimte en overige bedrijfsruimte: Is het dan mogelijk om aanpassing van de huurprijs te vorderen bij de BHAC?

Hoort bij: wet — Tags:, , — meester @ 10:11

Dat hangt af van de vraag of in de huurovereenkomst de afzonderlijke ruimtes zijn gesplitst, dan wel splitsing mogelijk is. Voor de beoordeling daarvan is (1) de inrichting van het pand en (2) de bedoeling van partijen voor wat betreft het gebruik van de zaak van belang.

Voorbeeld
Het Gerechtshof ’s-Gravenhage oordeelde recent dat daarvan geen sprake was. Het ging in die zaak om een gesloten huurovereenkomst voor een gebouwencomplex. Het verhuurde omvatte een aantal gebouwen en een aantal (fabrieks)hallen. Krachtens de huurovereenkomst was het gehuurde bestemd om te worden gebruikt als werk- en woonruimte ten behoeve van de leden van Utopia. In het gebouwencomplex was ook een cafébedrijf, alsmede een restaurant gevestigd. De verhuurder wilde de huurprijs voor wat betreft de horecabedrijfsruimten verhogen. In dit kader had de verhuurder een taxatie laten uitvoeren waaruit een explosieve stijging van de huurprijs voortvloeide.

De verhuurder had de huurder voorgesteld de huurovereenkomst te splitsen om duidelijkheid te verkrijgen met betrekking tot het toepasselijke huurregime. De huurder was daarop (terecht: zie hierna) niet ingegaan. De verhuurder had daarom een verzoekschrift tot benoeming van een deskundige (BHAC) ingediend voor wat betreft het bepalen van een nieuwe huurprijs.

Het Gerechtshof kwam tot de conclusie dat het in dit geval ging om één huurovereenkomst, welke meerdere gebouwen omvatte. Splitsing van de huurobjecten was niet mogelijk: uit de huurovereenkomst volgde dat het de bedoeling van partijen was het gehuurde als één object te verhuren c.q. huren. Daarbij was geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen van de in gebruik c.q. in huur gegeven gebouwen. Ook bij de bepaling van de huurprijs was geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen van het gehuurde. Er was één energie-aansluiting, één wateraansluiting en één gemeenschappelijke ketel. Het Gerechtshof oordeelde dat het te zeer afbreuk zou doen aan hetgeen gelet op de inrichting en hetgeen partijen destijds voor ogen stond, namelijk het in gebruik geven van het complex als geheel ten behoeve van de doelstelling van Utopia voor haar leden als geoordeeld zou worden dat splitsing mogelijk zou zijn. Immers een en ander zou tot gevolg (kunnen) hebben dat sommige onderdelen wel en anderen niet door de gemeente zouden kunnen worden opgezegd en ontruimd. Dit zou de exploitatie door Utopia te zeer inperken.

De verhuurder kon de huurprijs van de horeca bedrijfsruimten dan ook niet opnieuw laten vaststellen door de BHAC!

Soortgelijke situatie: huur- en pacht
In de praktijk ziet men vaker dergelijke gevallen waarbij de BHAC niet bevoegd is om de nieuwe huurprijs vast te stellen: te denken valt bijvoorbeeld aan een huurovereenkomst waarbij de huurprijs en de pachtsom niet zijn uitgesplitst.

In beginsel zal een rechter dan ook vaak oordelen dat, gelet op het feit dat partijen bij het aangaan van de overeenkomst geen splitsing hebben aangebracht, het niet de bedoeling van partijen is geweest hierin onderscheid te maken. Een en ander kan ertoe leiden dat de BHAC niet ontvankelijk is en de huurprijs moeilijk aan te passen is!

Tip: sta bij het aangaan van de huurovereenkomst, als er meer wordt gehuurd dan uitsluitend bedrijfsruimte (bijvoorbeeld pacht of bovenwoning) stil bij formulering van het huurobject.

14 december 2011

Amsterdams verbod op terrasverwarming onderuit!

Hoort bij: wet — Tags:, — meester @ 11:57

Vandaag heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan inzake een reeds langlopende discussie tussen de horeca en de gemeente over het gemeentelijk verbod op terrasverwarming.
Formeel had het geschil betrekking op Café Playa Nasty aan het Thorbeckeplein (De Hollandse Hitwinkel B.V.), bijgestaan door Meester Advocaten, en de burgemeester van Amsterdam omtrent de afgifte van een exploitatievergunning-terrasvergunning, waarin beperkende voorwaarden waren opgenomen, ondermeer ten aanzien van afmeting van het terras en een verbod op terrasverwarming. Lopende de procedure is het probleem ten aanzien van de terrasoppervlakte opgelost, doordat het Stadsdeel Centrum een nieuw terrassenplan op het Thorbeckeplein heeft aangenomen, waarin het terras van Café Nasty is vergroot.
De uitspraak heeft echter grote gevolgen voor (het verbod op) terrasverwarming. In afwijking van het standpunt van de rechtbank heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak geoordeeld dat het Amsterdamse verbod op terrasverwarming op de huidige wijze niet geoorloofd is.
De Afdeling Bestuursrechtspraak aanvaardt het door Meester Advocaten aangevoerde verweer, dat de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) geen basis biedt voor het verbod op terrasverwarming (zie overweging 2.4.4). Het beroep is gegrond verklaard.
Naar het oordeel van Meester Advocaten zal het voor de burgemeester niet eenvoudig zijn om alsnog een algemeen formeel verbod op terrasverwarming op te nemen. De uitspraak zal ook gevolgen hebben voor andere gemeenten.
Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat de horeca te Amsterdam (waarvan Meester Advocaten ca 800 bedrijven continu bijstaat) in deze procedure weliswaar formeel tegenover de gemeente Amsterdam leek te staan in het kader van de terrasverwarming, maar in de praktijk al langere tijd constructief overleg op dit punt plaatsvindt tussen de regionale afdeling van Koninklijk Horeca Nederland en de gemeente.

7 december 2011

Pensioensvrijheid binnen de horeca?

Hoort bij: wet — Tags:, , , — meester @ 10:57

Anders dan de meeste mensen denken, bestaat er in de Nederlandse wet geen pensioensplicht. In principe kan de werkgever dus zelf beslissen of hij zijn werknemer pensioen wil aanbieden of niet. Biedt de werkgever een pensioenregeling aan, dan hangt het van de instemming van de werknemer af of er een pensioenovereenkomst tot stand komt. Werknemer heeft in dat geval dus veelal niet de positie om hogere eisen aan het aanbod te stellen, omdat de werkgever immers niet de verplichting heeft om pensioen aan te bieden.

Voorgaande situatie is in de horecabranche echter niet aan de orde! Voor de bedrijfstak horeca en catering bestaat namelijk sinds 1964 het Pensioenfonds Horeca & Catering. Zij hebben een pensioenregeling opgesteld. Bij wet is bepaald dat alle werkgevers die qua loonsom meer dan 50% uit horeca of catering genereert, verplicht op al zijn werknemers de pensioenregeling van het bedrijftakpensioenfonds toe te passen. Deze werkgevers hoeven dus geen aanbod te doen: zij zijn wettelijk verplicht pensioen voor hun werknemers vanaf 21 jaar te regelen.

Het pensioenfonds heeft in specifiek omschreven gevallen de mogelijkheid een horecaonderneming van verplichte pensioendeelname vrij te stellen. Van deze gevallen zal niet steeds sprake zijn. Raadpleeg hiervoor bijvoorbeeld de site van het pensioenfonds (www.phenc.nl/nl/Werkgever/
Pensioenhandboek/P_Pensioenhandboek/Vrijstelling).

Zoals al gezegd, vloeit deze verplichting voort uit de wet en niet bijvoorbeeld uit de Horeca CAO. Het maakt daarom als horecaonderneming ook niet uit of en zo ja, bij welke belangenorganisatie hij is aangesloten. Alle horecaondernemers die meer dan 50% van hun loonsom uit horeca halen, moet de pensioenregeling toepassen op al hun werknemers.

Blijft de horecaonderneming hiermee in gebreke dan heeft het bedrijfstakpensioenfonds bij wet veel bevoegdheden gekregen om nakoming af te dwingen, waarvan het dwangbevel en de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder van de horecaondernemer wel de verstrekkendste zijn.

Het Pensioenfonds Horeca & Catering heeft in haar regeling bepaalt welke pensioenpremies er voldaan moeten worden en hoeveel de werkgever aan het basispensioen dient bij te dragen (de helft). Raadpleeg voor de precieze hoogte van de premies het pensioenshandboek van het pensioenfonds (www.phenc.nl/nl/Werkgever/Pensioenhandboek). Daarnaast bestaan er optionele aanvullende regelingen, waarvoor de werknemer kan kiezen.

Pas op! Het maken van verschil tussen werknemers in dezelfde functie qua bijdrage aan pensioen, bijvoorbeeld als u niet de verplichte 50% van de pensioenpremies draagt, maar 70%. Als u dat bij andere werknemers in dezelfde functie doet, kan dat voor de werknemer die wél maar 50% ontvangt, onder omstandigheden reden zijn om die 70% succesvol af te kunnen dwingen.

Tips:
• Pensioenregelingen zijn vaak ingewikkeld. Het is dan ook altijd verstandig daarover een deskundige raad te plegen;
• Bedraagt uw loonsom uit horeca 50% of minder, dan bent u in beginsel vrij te bepalen om al dan niet pensioen aan te bieden. Het is verstandig om daarbij wel een deskundige te raadplegen. Er kunnen namelijk nog andere addertjes onder het gras zitten;
• Als meer dan 50% van uw loonsom uit horeca (of contractcatering) komt, zorg dat u al uw verplichtingen nakomt die het Pensioenfonds Horeca & Catering. Niet nakoming kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor uw bedrijfsvoering.
• Raadpleeg de site van het pensioenfonds op http://www.phenc.nl/nl/Werkgever voor nadere informatie.

5 december 2011

Amsterdam: nieuw horecabeleid

Hoort bij: wet — Tags: — meester @ 12:07

Vorige week heeft de gemeenteraad gedebatteerd over het nieuwe horecabeleid dat de burgemeester voorstaat en over nieuw stedelijk beleid voor terrassen, als kaders voor het terrassenbeleid van de stadsdelen.

Dat heeft onder meer geleid tot de volgende uitkomsten.

Uitbreiding “verlaatjes”

De burgemeester zal een proef organiseren waarbij de uitbereiding van de huidige 5 dagen regeling voor uitbereiding van de openingstijden wordt verruimd naar een 12 dagen regeling voor nachtzaken in de uitgaansgebieden in Stadsdeel Centrum, oftewel het Rembrandtplein en het Leidseplein.

Hierbij gelden een aantal aanvullende voorwaarden, te weten:

* per weekend nacht zal er maar gelegenheid zijn voor een beperkt aantal zaken die tegelijkertijd langer open kunnen blijven;
* een verlenging- sluitingstijd kan niet aan de orde zijn indien eerder is gebleken van overlast of een overtreding van de openingstijden;
* begaat de ondernemer met betrekking tot de 12 dagen regeling een overtreding, dan mag de zaak gedurende de proeftijd niet langer aan de 12 dagen regeling deelnemen;
* er zullen beleidsregels worden opgesteld voor het aanvragen en vergunnen van de 12 dagen;
* de ondernemer die hiervan gebruik wil maken zal een aangepast veiligheids- overlastplan dienen te overleggen, waarin is aangegeven welke extra veiligheidsmaatregelen worden getroffen om veiligheid te waarborgen en overlast voor de omgeving te voorkomen dan wel tegen te gaan;
* in eerste instantie gaat de proef voor een jaar alleen gelden op de beide uitgaanspleinen.

Na de proef van een jaar zullen de effecten worden bekeken en gekeken worden of de proef zal worden voortgezet en opgenomen in de APV en of er ook andere nachtzaken zijn die voor een 12 dagen regeling in aanmerking kunnen komen en onder welke voorwaarden.

Mogelijk maken 24-uurs locaties

De burgemeester zal gebruik maken van zijn bevoegdheid om voor een aantal nieuwe tijdelijke locaties voor horeca met een multidisciplinaire programmering ruimere openingstijden te vergunnen. De voorwaarden voor het vergunnen van een 24-uurs locatie zijn:

* het horecaconcept moet op cultureel gebied een duidelijke toevoeging zijn aan het bestaande aanbod in het uitgaansleven;
* de locatie ligt buiten de traditionele uitgaansgebieden;
* geen storende bereikbaarheid voor omwonende in de directe omgeving;
* er is een goede parkeergelegenheid en er zijn duidelijke routes naar de locatie, ook goed bereikbaar voor fietsers;
* de locatie ligt in een gebied waar geluid geen overlast veroorzaakt voor omwonende;
* de vergunning voor dergelijke horeca is tijdelijk. Maximaal vijf jaar;
* het aantal te verlenen vergunningen is beperkt tot circa tien;
* de stadsdelen of het collega, voor wat betreft de groot stedelijke gebieden, staan positief tegenover de komst van dergelijke horeca;
* de verlening van tijdelijke exploitatie en gebruiksvergunningen aan horeca-exploitanten dient tot transparante en eerlijke wijze plaats te vinden.

Naar aanleiding van inspraak vanuit bestaande clubs heeft de burgemeester tevens toegezegd dat er hooguit drie vergunningen gereserveerd zullen worden voor dance activiteiten. De bedoeling is om vóór de zomer van 2012 de eerste vergunning af te kunnen geven. Voor het afgeven van de vergunningen is een plan van aanpak opgesteld door de burgemeester. Voor de geïnteresseerde is dit plan van aanpak bijgevoegd.

Beëindiging proef latere sluitingstijden alcoholvrije zaken op uitgaanspleinen

De burgemeester is vanwege de aanhoudende overlast en onaanvaardbare druk op de beschikbare politiecapaciteit de pilot van de alcoholvrije zaken in stadsdeel centrum voor de alcoholvrije bedrijven waarbij in afwijking van in de APV aangegeven eindtijd van 04:00 uur op 06:00 uur is bepaald te beëindigen voor de gebieden Leidseplein en Rembrandtplein. De burgemeester zal daartoe een besluit publiceren waarbij de openingstijden voor de alcoholvrije zaken in de uitgaansgebieden per 1 maart 2012 in de weekeinde wordt teruggebracht naar de tijden zoals in de APV voor deze zaken is vastgelegd, te weten 04:00 uur. De overige alcoholvrije zaken in stadsdeel Centrum behouden vooralsnog hun huidige openingstijden. Na een jaar wordt bekeken of zich ongewenste neveneffecten hebben voorgedaan.

Langere vergunningstermijn

De burgemeester zal de APV zo wijzigen dat het mogelijk wordt om bij een aanvraag om verlenging van de exploitatievergunning van een ondernemer bij wie de afgelopen vergunningsperiode geen (terechte) meldingen van overlast of ander overtredingen zijn geconstateerd de nieuwe vergunning voor 5 jaar in plaats van 3 afgegeven kan worden.

Onderscheid goede en slechte horeca in handhaving

De bedoeling is om een onderscheid te maken tussen horeca die veilig, eerlijk en transparant is en horeca die structureel overlast veroorzaakt. Horeca die slecht bekend staat zal intensiever worden gehandhaafd.

Nieuwe kaders terrassenbeleid

De aanleiding voor dit beleid is een wijziging van de APV waardoor het verbod op staand drinken op terrassen wordt opgeheven. De burgemeester heeft parallel daaraan beleid opgesteld waarin – kortheidshalve – is vastgelegd dat bestaande gebieden kunnen worden ingedeeld in woongebieden, gemengde gebieden en horecaconcentratiegebieden.

In delen van de stad die als woongebieden getypeerd zullen worden (en als zodanig aangewezen door het stadsdeel), zullen de terrastijden beperkt worden tot 23:00 uur. In gemengde gebieden kan een sluitingstijd van 01:00 doordeweeks en 02:00 in het weekend worden bereikt, maar in het geval van kwetsbare gebieden alleen als er geen overlast dreigt of er afspraken met omwonenden zijn gemaakt. In de APV zal de mogelijkheid worden gecreëerd een zogenaamd terrasexploitatieplan, waarin afspraken met omwonenden over de exploitatie van het terras zijn opgenomen, verplicht te stellen voor vergunnen van een terras.

Tevens wordt het Stappenplan handhaving voor terrasovertredingen aanzienlijk aangescherpt. In de nieuwe strategie is nog slechts sprake van drie stappen:

1. terugbrengen van de sluitingstijd van het terras met een uur gedurende een week,
2. intrekken van de exploitatievergunning terras voor de duur van een week,
3. terras sluiten voor onbepaalde tijd.

De verjaringstermijn voor overtredingen bedraagt 1 jaar.

Andere opvallende punten uit de Stedelijke kaders voor terrassenbeleid zijn:

• Een terrasexploitatieplan naar aanleiding van een geluidsoverlastklacht kan uitsluitend verplicht worden gesteld als de klacht betrekking heeft op geluid na 23:00. Dit is opvallend, omdat wettelijk gezien het stemgeluid van bezoekers op een onoverdekt en omverwarmd terras niet betrokken mag worden bij de geluidproductie van een horeca-inrichting. De vraag is dan ook wat de juridische legitimatie van een dergelijke verplichting is.
• Ondernemers en omwonenden dienen subjectieve overlast (oftewel overlast die niet is terug te voeren op een overschrijding van een objectieve grens zoals uitwaaiering of overtreding van de sluitingstijd van een terras) gezamenlijk te objectiveren in onderlinge maatwerkafspraken. De APV een grondslag zal een grondslag gaan bieden voor handhaving van deze afspraken. Dit betekent dat er dus voor ondernemers onderling verschillende regels en handhaving kunnen gaan gelden, afhankelijk voor de gevoeligheid van de omwonenden voor subjectieve overlast. Dit leidt tot rechtsongelijkheid.
• Er wordt een nieuw systeem van klachtenregistratie opgezet door de stadsdelen, dat begin 2012 in werking zou moeten treden.

25 november 2011

Het vestigen van een coffeeshop: geen sinecure!

Hoort bij: wet — Tags:, , — meester @ 08:39

Het vestigen van een coffeeshop vereist, nog meer dan vroeger, een lange adem, geduld en oog voor het voeren van de juiste procedures.

Om een coffeeshop te mogen vestigen heb je veelal een exploitatievergunning en altijd een gedoogverklaring nodig. De exploitatievergunning (voor zover gemeenten daarmee werken) is nodig op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening en voor de verkoop van softdrugs is een gedoogverklaring nodig gezien het verbod op de verkoop van softdrugs op grond van de Opiumwet.

Daarnaast is, (naast dat voldaan moet worden aan de AHOJG-criteria) voor de vestiging van een coffeeshop in de regel een horecabestemming nodig. Zit deze bestemming niet op een pand dan kan daarvoor ontheffing of wijziging van het bestemmingsplan worden aangevraagd en voor zover vereist bouwvergunning voor worden aangevraagd.
Dat lijkt tegenwoordig ook steeds meer noodzakelijk te worden nu in het regeerakkoord is opgenomen dat de afstand van een coffeeshop tot een school minimaal 350 meter moet zijn. Coffeeshops worden door deze eis naar afgelegen plekken verbannen, bijvoorbeeld naar bedrijventerreinen. Op deze terreinen zijn doorgaans weinig of geen locaties bestemd voor horeca. Ontheffing of wijziging van het bestemmingsplan zal hier dan ook noodzakelijk zijn.

Vervolgens is de vraag hoe een dergelijke ontheffing/wijziging moet worden gemotiveerd. Daarvoor is namelijk een zogenaamde ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ vereist. De Raad van State heeft uitgesproken dat bij de beoordeling van de aanvraag om ontheffing uit dient te worden gegaan van een legale functie met een gelijke ruimtelijke uitstraling van een coffeeshop, zoals de functie van café of snackbar. Rechtstreeks planologisch kan de verkoop van softdrugs immers niet worden gereguleerd gezien het verbod opgenomen in de Opiumwet. De ruimtelijke onderbouwing dient zich dan ook op een dergelijke functie te richten.

Bij toetsing van een bouwplan voor een coffeeshop aan het van toepassing zijnde beleid, dient volgens een recente uitspraak van de rechtbank Haarlem dan ook niet getoetst te worden aan het beleid waarin de vestigingscriteria van coffeeshops zijn opgenomen, maar aan het horecabeleid. Beide voor zover aanwezig. De rechtbank overwoog in dit geval dat het bestuur zonder voorbehoud een horecagelegenheid toestond, terwijl de betreffende locatie niet in het horecaontwikkelgebied als in het horecabeleidsplan omschreven is gelegen. Het besluit om ontheffing voor de coffeeshop te verlenen was om die reden dan ook onvoldoende gemotiveerd. Om die reden werden eveneens de bouwvergunning, de exploitatievergunning en de gedoogverklaring vernietigd, dit vanwege de noodzaak van een nadere motivering. Voorts gaf de rechtbank aan dat de gedoogverklaring alsnog getoetst moet worden aan het beleid waarin de vestigingscriteria zijn opgenomen.

Tips
Voor het aanvragen van een ontheffing voor een coffeeshop geldt over het algemeen het volgende:

- Er moet sprake zijn van de bestemming horeca. Is deze er niet dan dient formeel ontheffing/bouwvergunning te worden aangevraagd voor horeca (bijv. snackbar of café). De bestemming ‘coffeeshop’ kan in een bestemmingsplan nooit worden gerealiseerd vanwege het verbod genoemd in de Opiumwet;
- Vervolgens zal er een toetsing moeten plaatsvinden aan het geldende beleid voor coffeeshops. Wordt daaraan voldaan dan kan de gedoogverklaring worden afgegeven.

17 november 2011

Concept hotelbeleid Stadsdeel Centrum

Hoort bij: wet — Tags: — meester @ 12:37

Enige tijd geleden berichtten wij al op onze weblog over het aanstaande nieuwe hotelbeleid van Stadsdeel Centrum.

Op dit moment is het hotelbeleid vrijgegeven en ligt ter inzage. Tevens is dit het moment dat er zienswijzen kunnen worden ingediend op dit concept hotelbeleid. Het indienen van zienswijzen is nog mogelijk t/m 1 december a.s.

De kern van het concept hotelbeleid is gelegen in het voorgenomen spreidingsbeleid.

Dit spreidingsbeleid komt er op neer dat het Dagelijks Bestuur alleen gebruik zal maken van zijn bevoegdheid om een hotel te realiseren (in afwijking van het bestemmingsplan) als het gaat om een hotelinitiatief in een van de genoemde gebieden te weten:

• Centrum Oost
• Waterlooplein en omgeving
• Valkenburgerstraat
• Rapenburg
• Prins Hendrikkade (vanaf de oude Schans t/m het Kattenburgerplein)
• Haarlemmerplein
• Vijzelstraat (vanaf Herengracht/Vijzelgracht/Nieuwe Vijzelstraat)
• Rozengracht
• Het terrein aan de binnenkant 12a/buiten Bandammerstraat.

In alle overige gebieden zal het Dagelijks Bestuur geen gebruik maken van de bevoegdheid een hotel in afwijking van het bestemmingsplan te realiseren, behoudens de navolgende uitzonderingen.

Rembrandtplein, Thorbeckeplein, Leidseplein en omgeving

Het Rembrandtplein, Thorbeckeplein, Leidseplein en omgeving zijn aangemerkt als uitgaanspleinen. Daarom is in deze gebieden geen sprake van een mening van de functies wonen, werken en recreëren. Het primaat ligt in deze gebieden op recreëren (horeca en cultuur). Vanwege deze grootstedelijke en regionale gebieden als uitgaanscentra wordt het niet als probleem gezien dat het primaat op recreëren ligt, mits het aanbod divers en van goede kwaliteit is, subjectieve en objectieve veiligheid niet in het geding is en er geen monofunctionaliteit door hotelontwikkeling ontstaat. Nieuwe hotelontwikkelingen dienen een bijdrage te leveren aan de diversiteit van het hotelaanbod in deze gebieden.

Daarom mag in deze gebieden, mits wordt voldaan aan de criteria voor hotelontwikkeling, eventueel nog wel een hotel gevestigd worden.

Tophotels

Amsterdam streeft nog steeds naar aan kwalitatief hoog aanbod in alle hotelsegmenten waarbij nog vraag wordt gezien naar hotels in het absolute topsegment. Stadsdeel Centrum biedt graag ruimte aan maximaal drie hotels in dit topsegment met een maximum van ca. 150 kamers per hotel. Het stadsdeel denkt daarbij aan hotels zoals het Four Seasons, Park Hyatt, Ritz, Neward Carlton of het Mandarin Oriental.

Unieke hotelconcepten

Stadsdeel Centrum wil daarnaast nog medewerking verlenen aan uitzonderlijke hotelconcepten die een unieke bijdrage leveren aan het maatschappelijke, culturele of economische klimaat van Amsterdam en die aantoonbaar niet buiten Stadsdeel Centrum gerealiseerd kunnen worden. Dergelijke hotelconcepten dienen aan te tonen dat zij met hun concepten exceptionele bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van Amsterdam als toeristische bestemming. Daarnaast dient te worden aangetoond op welke unieke wijze dit bijzondere initiatief bijdraagt aan de maatschappelijke, culturele of economische ambities van de gemeente Amsterdam.

Postcodegebied 1012

Voor hotelontwikkelingen in het postcodegebied 1012 worden de afspraken uit de Strategienota Coalitieproject 1012, Hart van Amsterdam overgenomen.

1. Verbetering van bestaande, kwalitatief slechte hotels (oververtegenwoordiging van 0,1 en 2 sterrenhotels).
2. Actief beleid om bestaande 4/5sterrenhotels een meer open karakter te laten krijgen door bijvoorbeeld publiekstrekkende functies in de plint of bouwkundige aanpassingen.
3. Naast de verbetering van bestaande hotels worden geen extra hotels toegestaan, tenzij het initiatieven betreft met een uitzonderlijke unieke en/of vernieuwend concept.

Zelfstandige horeca

Daarnaast wordt in de Hotelnota de mogelijkheid geschapen dat er zelfstandige horeca komt in hotels, dus ook bij bestaande hotels.

Het voorstel is hotels met een bruto vloeroppervlak van 1000m² of meer in aanmerking te laten komen voor een zelfstandige horeca III of IV vestiging (een bar of een restaurant ook voor niet-hotelgasten). Een dergelijke zelfstandige horecavestiging is toegestaan op alle bouwlagen met een maximale maat van 150m² of maximaal 10% van het bruto vloeroppervlak van het hotel.

Dit voorstel werd door een aantal omwonenden op de inspraakavond niet goed ontvangen, waarop het dagelijks bestuur heeft aangegeven het onderwerp nog eens goed te willen bekijken en mogelijk met aanvullende (kwalitatieve) eisen te komen voor zelfstandige horeca in hotels.

Algemene criteria voor alle hotelontwikkeling

1. Functiemenging: het hotelinitiatief mag de externe functiemenging in de omgeving niet verslechteren en dient in principe, bij panden groter dan 1000m², de interne functiemenging te bevorderen.
2. Woon- en leefklimaat: het hotelinitiatief mag niet leiden tot aantasting van het woon- en leefklimaat.
3. Kwaliteitsimpuls: het hotelinitiatief dient een aantoonbare kwaliteitsimpuls op te leveren voor de omgeving.
4. Verkeersaantrekkende werking, verkeersveiligheid en gebruik van de openbare ruimte: het hotelinitiatief mag geen overmatig verkeersaantrekkende werking hebben en mag de verkeersveiligheid niet verslechteren.
5. Parcellering en architectonische kwaliteit: het hotelinitiatief mag de parcellering en architectonische kwaliteit van de bebouwing en het perceel niet aantasten.
6.
In het vorige hotelbeleid was nog een beleidsregel opgenomen met betrekking tot woningontrekking. Deze beleidsregel komt te vervallen omdat deze juridisch in strijd komt met de Regionale Huisvestingsverordening.

Tips

Indien u hotelinitiatieven heeft die buiten genoemde voorkeursgebieden vallen en ook naar verwachting niet onder één van de genoemde uitzonderingen geschaard kunnen worden, dan is het verstandig om nu gebruik te maken van de inspraakmogelijkheden die er zijn. U kunt dan het stadsdeel verzoeken, door middel van het indienen van een zienswijze, om uw hotelinitiatief mogelijk te maken dan wel uw gebied alsnog aan te wijzen als mogelijk ontwikkelingsgebied voor hotels.

LET OP: per 1 januari 2012 verandert de vakantiewetgeving!

Hoort bij: wet — meester @ 09:47

Zieke werknemers
Op dit moment bouwt een werknemer bij volledige arbeidsongeschiktheid alleen vakantiedagen op over de laatste zes maanden waarin de arbeid niet werd verricht. Een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer bouwt slechts vakantiedagen over de gewerkte uren.

Vanaf 1 januari 2012 wordt de beperkte opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte/arbeidsongeschiktheid afgeschaft. Zieke/arbeidsongeschikte werknemers bouwen vanaf 1 januari 2012 hetzelfde aantal vakantiedagen op als gezonde werknemers. U dient de zieke werknemer dus net zoveel vakantiedagen toe te kennen als de gezonde werknemer.

Uitzondering: Voor werkgevers bestaat de vanaf januari 2012 de mogelijkheid om ten aanzien van de bovenwettelijke vakantiedagen (vakantiedagen die het wettelijk minimum van viermaal de overeengekomen arbeidsduur overstijgen) afwijkende afspraken te maken.

U zou als horeca-ondernemer kunnen afspreken dat er geen vakantiedagen zullen worden opgebouwd tijdens ziekte welke het wettelijk minimum van viermaal de overeengekomen arbeidsduur overstijgen. U moet dat wel vooraf schriftelijk overeenkomen met uw personeel!

Vervaltermijn
Op dit moment verjaren vakantiedagen na verloop van vijf jaren.

Per 1 januari 2012 dienen de wettelijke vakantiedagen (viermaal de overeengekomen arbeidsduur per week) binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd te worden opgemaakt. De wetgever is van mening dat dit de veiligheid en gezondheid van werknemers ten goede komt.

Uitzondering: Een uitzondering wordt gemaakt voor die werknemers die redelijkerwijs niet in de gelegenheid zijn geweest vakantie op te nemen. Dit geldt bijvoorbeeld voor volledig arbeidsongeschikte werknemers of voor een werknemer die wegens een andere reden niet in staat is geweest (voldoende) vakantie op te nemen. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan de situatie waarin u als werkgever te kennen heeft gegeven dat de dagen niet kunnen worden opgenomen in verband met drukte.

Vakantiedagen van vóór 2012
Voor de vakantiedagen van vóór 1 januari 2012 geldt nog een verjaringstermijn van vijf jaren.

Zorg ervoor dat u een duidelijke vakantiedagenadministratie voert. In de praktijk komt het vaak voor dat werknemers (ten onrechte) vakantiedagen vorderen, er vanuit gaande dat de vakantiedagen toch niet goed worden geadministreerd. Een en ander kan leiden tot een grote geldelijke claim. De werkgever draagt immer de bewijslast.

Newer Posts »
Powered by WordPress