Brand in de horeca – beter voorkomen dan genezen (preventievoorschriften in de verzekeringspolis)

Door admin op 14-03-2018 09:59

Helaas komen wij het vaker tegen dan wij zouden willen; cliënten van ons die te maken hadden met brand. En eerdere regel dan uitzondering is dat de brandverzekeraar vervolgens een strikte lezing van de polisvoorwaarden hanteert, om na te gaan of de horecaondernemer wel heeft voldaan aan de preventievoorschriften – voorschriften die bij niet-naleving kunnen leiden tot dekkingsontzegging. En dan staat de horecaondernemer plotseling met lege handen!

Waar het voorheen gebruikelijk was om de veiligheidsvoorschriften op te nemen in de poliswaarden, doen verzekeraars dat tegenwoordig zonder uitzondering op een andere manier. Want rechters keken bij afwijzing van de dekking of een beroep van de verzekeraar op de voorschriften in de polisvoorwaarden wel redelijk was. Als bijvoorbeeld de verzekeraar niet kon bewijzen dat een brand was ontstaan dóórdat niet aan het voorschrift was voldaan, dan liet de rechter een beroep op de preventiemaatregelen niet toe (het was dan ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar’). Verzekeraars vingen op die manier vaak bot bij de rechter - het is namelijk vaak moeilijk voor de verzekeraars om aan te tonen dat er geen alternatieve oorzaken zijn voor een brand.

Verzekeraars formuleren daarom dezelfde preventievoorschriften nu anders. In plaats van aan te geven dat de dekking van de verzekering vervalt als de voorschriften niet zijn nageleefd, wordt nu aangegeven dat de alleen dekking bestaat in een bepaalde situatie, namelijk: als de verzekerde voldoet aan de preventievoorschriften. Dat lijkt misschien een klein verschil, maar juridisch zijn de gevolgen enorm. Daarmee is namelijk sprake van een zogenaamd ‘kernbeding’ en contractsvrijheid van de verzekeraar, waardoor de rechter plots niet meer kan oordelen dat een beroep op de preventievoorschriften onredelijk is. In plaats van dat de verzekeraar moet aantonen dat niet is voldaan aan de preventievoorschriften, moet de verzekerde aantonen dat hij wel heeft voldaan aan de dekkingsomschrijving, en dus: aan de preventievoorschriften.

Het is daardoor als de verzekerde horecaondernemer ingewikkeld geworden om verzekeraars aan te spreken, als de preventievoorschriften op (onbelangrijke) details niet zijn nagekomen. Zelfs als bijvoorbeeld het ontstaan van de brand helemaal niets te maken heeft met de preventievoorschrift die niet zou zijn nagekomen (de brand is ontstaan door een inbreker die zijn sporen wist met vuur, maar de meterkast was meer dan drie jaar niet NEN-gekeurd), dan komt het voor dat de verzekeraar alsnog aangeeft dat de schade niet wordt gedekt.

Assurantie tussenpersoon aansprakelijk

Overigens merken wij bij Meester Advocaten dat (wellicht juist doordat de verzekeraar zich contractueel steeds slimmer indekt) meer verantwoordelijk wordt neergelegd bij de assurantietussenpersoon die de horecaondernemer adviseert over de af te sluiten verzekeringen. In de jurisprudentie is duidelijk een lijn zichtbaar, waarbij de assurantietussenpersoon snel aansprakelijk wordt gehouden voor de schade van de verzekerde, als de verzekeraar zich kan beroepen op een dekkingsuitsluiting. Die schade wordt doorgaans door de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van de assurantietussenpersoon betaald, hoewel het ook vaak voorkomt dat de verzekerde zelf ook een deel van de schade moet dragen.

Tips

Het spreekt voor zich dat het belangrijk is als horecaondernemer om zelf de verzekeringspolis goed te bekijken. Vaak staan de belangrijkste preventievoorschriften genoemd het op polis voorblad, maar soms zit het ook verstopt in vele tientallen pagina’s van polisvoorwaarden, waarnaar is verwezen. Bekend en berucht zijn verzekeringspakketten die specifiek op horeca zijn gericht.

Als je als horecaondernemer twijfelt of je voldoet aan de voorschriften van je verzekering, vraag dan (schriftelijk) aan je assurantietussenpersoon en je verzekeraar om dat de controleren. Een goede verzekeraar is immers niet uit op het voorkomen van een schade-uitkering, maar op het voorkomen van de daadwerkelijke schade en zal meewerken aan een inspectie. Verricht de verzekeraar géén inspectie, dan kan de rechter dit de verzekeraar verwijten als de verzekeraar vervolgens uitkering weigert vanwege niet-nakoming van de voorschriften.

Zorg er als horecaondernemer verder in ieder geval voor:

  • dat op iedere verdieping tenminste één blusapparaat aanwezig is op een goed bereikbare en zichtbare plek (minimaal 6kg), binnen de daarop aangegeven uiterste houdbaarheidsdatum;
  • dat een frituurinstallatie voorzien is van maximaalthermostaat en dat de bijhorende metalen deksels binnen handbereik zijn;
  • dat de elektrische installatie en gasinstallatie tenminste elke drie jaar of vijf jaar door een erkende en branche aangesloten installateur conform NEN 3140 en/of NEN 1010 zijn gekeurd volgens de voorwaarde uit de polisvoorwaarden;
  • dat de afvoerkanalen en het vetvangers van de afzuiginstallatie tijdig (tenminste eenmaal per jaar) gecontroleerd en zo nodig gereinigd worden door een hierin gespecialiseerd bedrijf; en
  • dat bij het aangaan van de verzekering de juiste gegevens zijn verstrekt en dat eventuele wijzigingen (en ook ten aanzien van de bedrijfsomzet) tijdig zijn doorgegeven.

Wij adviseren altijd om de polisvoorwaarden na te lezen, omdat deze strenger kunnen zijn dan bovenstaande onderdelen.

18 april 2019
22 januari 2019
29 mei 2018
02 augustus 2016
28 april 2016
08 april 2015
10 december 2014
28 oktober 2014
24 september 2014
19 augustus 2014
16 december 2013
31 oktober 2013
30 oktober 2013
28 december 2012
30 november 2012
11 november 2011