Wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen covid-19

Door admin op 15-06-2020 13:29

Met het wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen covid-19 wil het kabinet een wettelijke grondslag creëren voor de maatregelen die nodig zijn om het coronavirus te bestrijden. Toch is het de vraag of deze noodwet niet te verstrekkend is en te ver ingrijpt op de grondrechten van burgers.

Op dit moment zijn de coronamaatregelen nog opgenomen in de noodverordeningen van de verschillende veiligheidsregio’s. Deze noodverordeningen worden opgesteld naar aanleiding van aanwijzingen van de Minister. Deze noodverordeningen zijn gebaseerd op de Wet publieke gezondheid en kunnen worden toegepast in noodsituaties. Dit betekent dat deze noodverordeningen in beginsel kortstondig kunnen worden gebruikt. Indien er langdurig maatregelen nodig zijn, zou hiervoor een wettelijke grondslag moeten worden gecreëerd. Met het wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen covid-19 wil het kabinet een tijdelijke wettelijke grondslag geven aan de geldende coronamaatregelen.

Volgens dit wetsvoorstel kan de Minister via een ministeriële regeling vergaande maatregelen vaststellen. Zo kunnen bijvoorbeeld publieke plaatsen aangewezen worden die voor het publiek gesloten moeten blijven, kunnen evenementen worden verboden en kunnen andere regels worden gesteld over maatregelen die de kans op verspreiding van covid-19 redelijkerwijs beperken. Op basis hiervan kan een minister dus zeer vergaande maatregelen vaststellen die redelijkerwijs nodig zijn om de verspreiding van het virus te beperken. Waar normaal gesproken volksvertegenwoordigers bepalen of dergelijke regels, die ingrijpen op de grondrechten van de Nederlanders, gerechtvaardigd zijn, is volgens dit voorstel de Minister die dit beslist met instemming van de ministerraad.

Dit is de reden waarom er op het wetsvoorstel tot nu toe forse kritiek is geuit. Critici menen dat de grondrechten van burgers niet op een zodanig ernstige wijze beperkt kunnen worden zonder tussenkomst van de Tweede Kamer. Ook de Raad van State heeft in een vooradvies al laten weten hier kritisch tegenover te staan. Na het definitieve advies van de Raad van State zal het wetsvoorstel nog worden beoordeeld door de Tweede en de Eerste Kamer. Het is zeer de vraag of dit wetsvoorstel in deze vorm zal worden aangenomen en of dit nog voor de zomervakantie zal gebeuren.

18 april 2019
22 januari 2019
29 mei 2018
02 augustus 2016
28 april 2016
08 april 2015
10 december 2014
28 oktober 2014
24 september 2014
19 augustus 2014
16 december 2013
31 oktober 2013
30 oktober 2013
28 december 2012
30 november 2012
11 november 2011