Burgemeester Amsterdam trekt besluit opleggen stap 2 Handhavingsstrategie in

Door admin op 02-04-2014 17:45

Onlangs heeft de burgemeester van Amsterdam het bezwaar van een cliënte tegen het opleggen van stap 2 van de Handhavingsstrategie (sluiting gedurende één week) gegrond verklaard en ingetrokken. Het volgende was aan de hand.

De politie zou op enig moment geconstateerd hebben dat de zaak van cliënte na sluitingstijd nog open was en er nog drie personen aanwezig waren die consumpties nuttigden.

Voordat de burgemeester defintief zijn besluit heeft genomen is namens cliënte een zienswijze ingediend waarbij is aangegeven dat de drie personen die nog aanwezig waren directe familieleden waren, en geen bezoekers als bedoeld in de Algemene Plaatstelijke Verordening APV). De burgemeester heeft aan deze zienswijze geen gehoor gegeven en de stap opgelegd.

Op grond van de APV geldt dat bezoekers niet na sluitingstijd aanwezig mogen zijn. Onder bezoekers worden echter niet verstaan: ‘’De leden van het gezin of de huishouding van de exploitant alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlaan tot en met de derde graad; de personen van wie aanwezigheid in het bedrijf wegens dringende redenen noodzakelijk is’’.

In de toelichting bij de APV is aangegeven dat onder de definitie ook samenwonende partners dienen te worden verstaan. Van dat laatste was in dit geval sprake.

Los van de vraag of de politie de identiteit van deze personen heeft vastgesteld (dat was niet het geval) heeft de burgemeester aangegeven dat, ook al gaat het hier niet om bloedverwanten zoals daarvan sprake is bij een getrouwd koppel of een geregistreerd partnerschap, er toch sprake is van verwantschap als bedoeld in de APV. De familie van de partner van cliënte (broer en vader) zijn dan ook geen bezoekers als bedoeld in de APV en mogen aldus na sluitingstijd aanwezig zijn. Zou dat anders zijn dan zou er in feite een onderscheid worden gemaakt tussen gehuwden/geregistreerd partners en koppels die samenwonen maar niet geregistreerd zijn. De APV, zo blijkt uit de toelichting, wilde dit onderscheid nu juist ongedaan maken, erkent ook de burgemeester. Daarbij laat de burgemeester wel weten dat de regelgeving in de APV niet is geschreven met het oogmerk om een lange nazit met familie mogelijk te maken.

Dat betekent dat met dit besluit vast is komen te staan dat samenwonende partners gelijk worden behandeld met gehuwden dan wel geregistreerd partners.

Belangrijk is eveneens, en dat is bij velen onbekend, dat een hele grote groep personen op grond van de APV na sluitingstijd nog binnen mogen zijn. Zie de eerder genoemde definitie in de APV. Dat betekent dat ouders, grootouders, kleinkinderen, broers en zussen, et cetera van de exploitant en partner  allemaal in beginsel niet gezien worden als bezoekers in de zin van de APV en aldus na sluitingstijd nog even mogen blijven (geen lange nazit).

Tip 1. Een vrij grote groep bloedverwanten van de exploitant mag in de horecazaak zijn na sluitingstijd. Wees daarvan bewust. Bij de politie is dat niet altijd bekend. Wijs ze daar zo nodig op.

Tip 2. Voor personen die samenwonen is het van belang aan te kunnen bewijzen dat daarvan inderdaad sprake is. Dat kan bijvoorbeeld door inschrijving op hetzelfde adres of kostendeling in huur of dagelijkse boodschappen.

 

18 april 2019
22 januari 2019
29 mei 2018
02 augustus 2016
28 april 2016
08 april 2015
10 december 2014
28 oktober 2014
24 september 2014
19 augustus 2014
16 december 2013
31 oktober 2013
30 oktober 2013
28 december 2012
30 november 2012
11 november 2011